Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/1.7.3:1.7.3 Onderscheid ten aanzien van overige studies naar de groepsvrijstellingsregeling
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/1.7.3
1.7.3 Onderscheid ten aanzien van overige studies naar de groepsvrijstellingsregeling
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648926:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit proefschrift is verdedigd op 8 december 2020. Het manuscript is medio oktober 2020 afgerond. Vrij recent voor deze datum promoveerde Nass aan de Rijksuniversiteit Groningen op haar proefschrift dat de titel draagt Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid.1 Haar onderzoek en mijn onderzoek kunnen goed naast elkaar bestaan.
Nass legt een sterke nadruk op de uniformering van de groepsvrijstellingsregeling met Europees recht. Mijn onderzoek spitst zich met name toe op de vermogensrechtelijke aspecten van de vrijstellingsregeling. Uniformering naar Europees recht is in dat kader juist geen speerpunt, aangezien de vermogensrechtelijke aspecten van de 403-verklaring moeten aansluiten op het Nederlandse vermogensrecht.
Ook de uitkomst van beide onderzoeken verschilt sterk. Nass sluit haar proefschrift af met een voorgestelde wijziging van artikel 2:403 BW. In haar voorstel handhaaft zij de rechtsfiguur hoofdelijkheid binnen de groepsvrijstellingsregeling. Mijn conclusie is juist dat de rechtsfiguur hoofdelijkheid het cruciale pijnpunt vormt van de groepsvrijstellingsregeling. De term hoofdelijkheid die in artikel 2:403 BW is opgenomen, zou ruim kunnen worden uitgelegd zodat ook de subvariant van hoofdelijkheid, borgtocht, hieronder wordt begrepen. Maar daarvoor zal de Hoge Raad om moeten gaan. De vraag is of er nog partijen zijn die op dit punt tot aan de Hoge Raad willen procederen. Naar mijn idee is de kans klein dat de Hoge Raad nog in de gelegenheid wordt gebracht om een op dit punt gewijzigde visie te geven, als hij daartoe al bereid is. Mocht artikel 2:403 BW worden gewijzigd, dan zal die wetswijziging naar mijn idee zonder twijfel moeten worden aangegrepen om het vereiste van hoofdelijke aansprakelijkheid te wijzigen in een vereiste dat spreekt over borgstelling.
Een ander proefschrift dat reeds veel eerder verscheen over de groepsvrijstellingsregeling, is de dissertatie van de promotor van Nass: Beckman. Het proefschrift van Beckman draagt de titel De jaarrekeningvrijstelling voor afhankelijke groepsmaatschappijen; een analyse van artikel 2:403 BW en zijn voorgangers.2 Een uitvoerig werk. Nass merkt op dat daar op het eerste oog weinig aan valt toe te voegen maar vervolgens concludeert zij dat er sinds het verschijnen van dat proefschrift veel is gebeurd.3 Daar sluit ik mij bij aan. Het onderzoek naar recente jurisprudentie maakt een belangrijk onderdeel uit van de door mij verrichte studie. Uiteraard maken die ontwikkelingen geen onderdeel uit van de studie die Beckman vijfentwintig jaar geleden heeft verricht.