Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/8.5
8.5 Betrokken gevolmachtigd agenten
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS950482:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Markrapport Volmachten 2022, p. 4-7. Het betreft een gezamenlijk rapport van het Verbond van Verzekeraars en de Nederlandse Vereniging van Gevolmachtigde Assurantiebedrijven (‘NVGA’) (https://www.verzekeraars.nl/publicaties/actueel/volmachtmarkt-groeit-door-in-2022). Met het bedrag van vier miljard euro zal het bedrag aan premies zijn bedoeld dat zij ontvingen namens de verzekeraars waarvan zij een volmacht hadden. Op p. 4 staat ook vermeld dat ruim 90% van de “volmachtmarkt” lid is van de NVGA.
Zie de Voorbeeld Samenwerkingsovereenkomst Volmacht 2023 (‘VSV 2023’) van het Verbond van Verzekeraars en de NVGA, raadpleegbaar via https://www.verzekeraars.nl/publicaties/actueel/verbond-en-nvga-presenteren-vsv-en-vpv-2023.
Art. 1.2 VSV 2023.
De Jong 2016, p. 47; Asser/Wansink, Van Tiggele & Salomons 7-IX 2019/48.
De Jong 2016, p. 48.
De Jong 2016, p. 51.
Art. 2:309 BW.
Art. 2:334a BW.
Zaman, Van Eck en Roelofs 2009, p. 271; Van Eck, Roelofs, Simonis en Van der Velden 2018, p. 26.
Kamerstukken II 1996/97, 24702, nr. 6, p. 15-16.
Roelofs 2014, p. 162.
Destijds in 1998 heb ik ook opgemerkt dat ik de volmacht als niet verbonden aan enig vermogensbestanddeel beschouw. Zie Menken, Het Verzekerings-Archief 1998, afl. 2, p. 65. Idem De Jong in De Jong 2011, p. 177-178 en De Jong 2016, p. 54.
De Jong 2016, p. 54-55.
Artikel 14.2 aanhef en sub e van de VSV 2023 bepaalt letterlijk het volgende: “Elke partij kan de samenwerkingsovereenkomst met onmiddellijke ingang zonder rechterlijke tussenkomst en zonder dat hij daarvoor een vergoeding verschuldigd is beëindigen wegens een dringende reden die hij de andere partij direct heeft medegedeeld. Er is sprake van een dringende reden wanneer: (e) de zeggenschap in één van de partijen wijzigt door juridische fusie met of overname door een derde partij en de andere partij zulke gegronde bezwaren heeft tegen de samenwerking met die derde partij dat van hem in redelijkheid niet kan worden gevraagd dat hij de samenwerkingsovereenkomst in stand laat.”
Art. 14.3 VSV 2023. Het gaat hier dus om een contractueel recht van de gevolmachtigd agent. De Jong, in: T&C Verzekeringsrecht, art. 4:80 Wft, aant. 3 beschrijft dat een gevolmachtigd agent, anders dan een bemiddelaar, geen wettelijk portefeuillerecht heeft.
Daarmee bedoel ik de verzekeraar die bij de juridische fusie alle rechten en verplichtingen heeft verkregen van de verzekeraar die is opgehouden te bestaan.
Bedoeld zal zijn: de samenwerkingsovereenkomst.
Zie ook hoofdstuk 3.4.5.
Zie ook art. 4:80 lid 2 Wft waarin is bepaald dat ingeval een volmacht is beëindigd, de verzekeraar de gevolmachtigde wiens volmacht is vervallen, kan belasten met het beheer en de afwikkeling van de door hem gevormde verzekeringsportefeuille. In de tweede volzin van lid 2 wordt opgemerkt dat de verzekeraar ook op andere wijze in het beheer en de afwikkeling van die portefeuille kan voorzien. Of de verzekeraar het beheer en de afwikkeling van de verzekeringsportefeuille bij de gevolmachtigde wiens volmacht is vervallen wil laten, wil overbrengen naar een andere gevolmachtigd agent of zelf wil gaan uitvoeren, zal afhangen van de omstandigheden van het geval.
Mits de samenwerkingsovereenkomst hem daartoe de bevoegdheid geeft.
Inleiding
Verzekeraars werken niet alleen samen met assurantietussenpersonen, maar ook met gevolmachtigd agenten. Gevolmachtigd agenten zijn in Nederland een belangrijk onderdeel van het verzekeringsbedrijf. In 2022 was het totale premievolume van de sector “Schade en Inkomen” ruim vier miljard euro.1
De Wft definieert het “optreden als gevolmachtigde agent” als “het in de uitoefening van een beroep of bedrijf als gevolmachtigde van een verzekeraar voor diens rekening sluiten van een verzekering met een cliënt”.2 De aan een gevolmachtigd agent te verlenen volmacht wordt schriftelijk verleend en moet worden opgemaakt overeenkomstig een bij ministeriële regeling vast te stellen model.3 Het model voor de volmacht is opgenomen in Bijlage A behorende bij art. 16 van de Uitvoeringsregeling Wft.4 De verzekeraar en de gevolmachtigd agent sluiten tevens een samenwerkingsovereenkomst.5 Op de verleende volmacht zijn dan de volmacht die door de verzekeraar volgens de modelvolmacht is opgemaakt van toepassing, en de samenwerkingsovereenkomst met bijlagen.6
In de modelvolmacht wordt aan de gevolmachtigd agent een aantal bevoegdheden toegekend, die meteen een goed beeld geven van de rol die een gevolmachtigd agent vervult. Zo kan hij zelfstandig polissen ondertekenen. Hij is ook bevoegd tot het ontvangen en verrekenen van – alsmede het kwijting geven voor – premies. Daarnaast is hij bevoegd tot het van of namens verzekerden in ontvangst nemen van mededelingen. Verder heeft hij ook een belangrijke rol bij het meewerken tot vaststelling van schaden en de omvang daarvan, alsmede het regelen, erkennen en betalen van schaden. De samenwerkingsovereenkomst bevat daarom ook richtlijnen en instructies voor acceptatie en voor schadebehandeling.
De door een verzekeraar aan een gevolmachtigd agent verleende volmacht is civielrechtelijk een volmacht als bedoeld in art. 3:60 lid 1 BW7 en dus een volmacht die ook beheerst wordt door het bepaalde in Titel 3 van Boek 3 BW.8 Civielrechtelijk wordt de verhouding tussen de verzekeraar en de gevolmachtigd agent dus beheerst door deze titel van het BW en de samenwerkingsovereenkomst die zij hebben gesloten.9 Deze samenwerkingsovereenkomst kan als overeenkomst van opdracht worden gekwalificeerd.10
Een “gewone” portefeuilleoverdracht: bij de separate contractsoverneming van de samenwerkingsovereenkomst gaat de volmacht ‘vanzelf’ mee
In het geval van een overdracht van een verzekeringsportefeuille van de ene verzekeraar aan een andere verzekeraar gaan de samenwerkingsovereenkomsten met gevolmachtigd agenten waarin de volmachten aan die gevolmachtigd agenten zijn opgenomen, niet door de toepassing van de Wft-regeling mee over naar de verkrijgende verzekeraar. Ook dit vloeit voort uit het feit dat de portefeuilleoverdracht zoals geregeld in de Wft uitsluitend betrekking heeft op de verzekeringsovereenkomsten. Indien het bij een “gewone” portefeuilleoverdracht de bedoeling is dat de samenwerkingsovereenkomsten met gevolmachtigd agenten ook overgaan naar de verkrijgende verzekeraar, dan zal er wat deze samenwerkingsovereenkomsten betreft dus een separate contractsoverneming in de zin van art. 6:159 BW moeten plaatsvinden. De volmacht aan de gevolmachtigd agent, die onderdeel is van de samenwerkingsovereenkomst met de gevolmachtigd agent, gaat dan ‘vanzelf’ mee.
Een juridische fusie of juridische splitsing van de verzekeraar: einde van de volmacht
Eigenlijk is interessanter wat er gebeurt met de door de verdwijnende verzekeraar verleende volmacht in het geval van een juridische fusie of juridische splitsing. De modelvolmacht opgenomen in Bijlage A van de Uitvoeringsregeling Wft regelt hierover zelf niets. Bij een juridische fusie gaat het vermogen onder algemene titel over naar de verkrijgende rechtspersoon.11 Bij een juridische splitsing gaat het vermogen voor het geheel of een deel onder algemene titel over.12 De juridische vraag is dus in feite of we ervan uit mogen gaan dat de volmacht die voorafgaand aan de juridische fusie of juridische splitsing door de verdwijnende verzekeraar aan de gevolmachtigd agent is verleend daarna een volmacht is geworden die door de verkrijgende verzekeraar is verleend aan deze gevolmachtigd agent. Het antwoord daarop is nee. De volmacht verleend aan een gevolmachtigd agent eindigt door de juridische fusie en de juridische splitsing van de verzekeraar.13
Ten eerste ligt dit besloten in art. 3:72 BW. Als gezegd is Titel 3 van Boek 3 BW op de aan een gevolmachtigd agent verleende volmacht van toepassing. In art. 3:72 BW is bepaald dat de “dood” van de volmachtgever een volmacht doet eindigen. Men kan betogen dat het ophouden te bestaan van een verzekeraar door juridische fusie of juridische splitsing daarmee gelijk te stellen is.14
Ten tweede kan men stellen dat dit ook volgt uit Kamerstukken behorend bij de juridische splitsing.15 De toenmalige Minister van Justitie merkt daar op dat een doorlopende volmacht die niet verbonden is aan enig bestanddeel eindigt. Roelofs16 noemt als voorbeelden van doorlopende volmachten die verbonden zijn aan enig goed de volmacht om rechtshandelingen te verrichten met betrekking tot een bepaald registergoed of een bepaalde bankrekening, terwijl dat ene registergoed of die ene bankrekening inbegrepen is in de overgang naar de verkrijgende rechtspersoon. De gevolmachtigd agent heeft op grond van de volmacht verzekeringsovereenkomsten gesloten ten name van de verzekeraar die ophoudt te bestaan. De rechten en verplichtingen uit deze verzekeringsovereenkomsten behoren tot het vermogen van de verzekeraar. De volmacht houdt echter ook in dat hij nieuwe verzekeringsovereenkomsten kan sluiten. Ik redeneer zo dat het hebben van de bevoegdheid om nieuwe verzekeringsovereenkomsten te sluiten impliceert dat niet gezegd kan worden dat de volmacht is verbonden aan vermogensbestanddelen van de verzekeraar. Om die reden beschouw ik de door een verzekeraar aan een gevolmachtigd agent verstrekte volmacht als niet verbonden aan enig vermogensbestanddeel, zoals bedoeld in deze Kamerstukken.17
De Jong wijst erop dat het privaatrechtelijke einde van een aan een gevolmachtigd agent verleende volmacht niet samenvalt met het publiekrechtelijke einde van de volmacht. Hij wijst op het bepaalde in art. 4:80 lid 1 Wft op grond waarvan de beëindiging van een volmacht van een gevolmachtigd agent pas tegen derden werkt nadat daarvan door de verzekeraar of de gevolmachtigd agent mededeling is gedaan aan de AFM en deze het door haar op grond van art. 1:107 Wft gehouden register heeft bijgewerkt. Totdat het register is bijgewerkt, is de verzekeraar die de volmacht heeft beëindigd naar de mening van De Jong nog gebonden aan de in de betreffende periode gesloten verzekeringsovereenkomsten.18 Bij een juridische fusie,19 en een zuivere splitsing zoals bedoeld in art. 2:334a lid 2 BW, is deze echter opgehouden te bestaan. Naar mijn mening zou dit dan strikt genomen toch betekenen dat er geen verzekeraar is gebonden: een rechtspersoon die niet meer bestaat kan niet gebonden zijn en de verkrijgende verzekeraar staat niet in het register als volmachtgever van deze gevolmachtigd agent.20 Dit maakt in ieder geval duidelijk dat zorgvuldige communicatie naar de gevolmachtigd agenten over het moment van totstandkoming van de juridische fusie of de juridische splitsing en het einde van de volmacht van het grootste belang is.
Maar hoe gaat het in geval van een juridische fusie dan verder met de samenwerkingsovereenkomst tussen de verzekeraar en de gevolmachtigd agent?
Door de juridische fusie tussen de verzekeraar en een andere verzekeraar is de door de verdwijnende verzekeraar aan de gevolmachtigd agent verleende volmacht dus per het moment van het van kracht worden van de juridische fusie ten einde gekomen.21 De samenwerkingsovereenkomst die oorspronkelijk tussen de verdwijnende verzekeraar en de gevolmachtigd agent is gesloten, is echter blijven bestaan. Dit impliceert dat de overige rechten en verplichtingen uit hoofde van de samenwerkingsovereenkomst door de juridische fusie zijn overgegaan op de verkrijgende verzekeraar.
Het is daarom wenselijk dat de samenwerkingsovereenkomst voor deze situatie in een regeling voorziet. De hiervoor al genoemde Voorbeeld Samenwerkingsovereenkomst Volmacht 2023 van het Verbond van Verzekeraars en de Nederlandse Vereniging van Gevolmachtigde Assurantiebedrijven geeft in deze situatie aan de gevolmachtigd agent het recht de samenwerkingsovereenkomst met onmiddellijke ingang, zonder rechterlijke tussenkomst en zonder dat een beëindigingsvergoeding verschuldigd is, wegens “een dringende reden” te beëindigen, indien de gevolmachtigd agent zulke gegronde bezwaren heeft tegen de verkrijgende verzekeraar dat van hem in redelijkheid niet kan worden gevraagd dat hij de samenwerkingsovereenkomst in stand laat.22 De gevolmachtigd agent mag volgens de VSV 2023 de verzekeringen die tot de door hem gevormde portefeuille behoren vanaf de beëindigingsdatum of de eerstvolgende premievervaldag met instemming van de verzekeringnemer oversluiten naar een andere volmachtgever.23 De verkrijgende verzekeraar24 zal zich waarschijnlijk inspannen om de gevolmachtigd agent te bewegen om de samenwerkingsovereenkomst niet naar aanleiding van de juridische fusie te beëindigen. Als de verkrijgende verzekeraar de samenwerkingsovereenkomst opzegt (en dat zal waarschijnlijk op grond van art. 14.1 VSV 2023 per 1 januari zijn van het volgende kalenderjaar), dan mag de gevolmachtigd agent op grond van art. 14.5 VSV 2023 de verzekeringen die tot de door hem gevormde portefeuille behoren vanaf de datum waarop de samenwerkingsovereenkomst is beëindigd of de eerstvolgende premievervaldag met instemming van de verzekeringnemer oversluiten naar een opvolgende volmachtgever (dus: een andere verzekeraar dan de verzekeraar naar wie bij de juridische fusie de portefeuille is overgegaan). Partijen maken dergelijke contractuele afspraken, omdat de verzekeraar strikt genomen na het einde van de volmacht anders het recht heeft de door de gevolmachtigd agent in zijn naam en voor zijn rekening gesloten verzekeringen in eigen beheer te nemen of aan een andere gevolmachtigd agent in beheer te geven.25
Indien de verzekeraar die de portefeuille met verzekeringsovereenkomsten bij de juridische fusie heeft verkregen en de gevolmachtigd agent de samenwerkingsovereenkomst willen voortzetten, zal de verkrijgende verzekeraar dus – in verband met het einde van de “oude” volmacht per het moment van het van kracht worden van de juridische fusie – zelf een “nieuwe” volmacht aan de gevolmachtigd agent moeten verlenen, op basis van de modelvolmacht. De VSV 2023 neemt dat daarom ook als uitgangspunt:
“1.9. Eindigt de volmacht omdat gevolmachtigde of verzekeraar de verdwijnende partij is bij een juridische fusie? En wordt er geen gebruik gemaakt van het recht uit artikel 14.2 sub e om de volmacht26 te beëindigen? Dan wordt aan of door de verkrijgende rechtspersoon op de datum van de juridische fusie een volmacht verleend. De nieuwe volmacht wordt opgemaakt volgens de Modelvolmacht. Deze samenwerkingsovereenkomst inclusief de bijbehorende instructie(s) en bijlagen is onlosmakelijk en ongewijzigd met de nieuwe volmacht verbonden.”
Naar mijn mening zou dit onder deze specifieke omstandigheden van een juridische fusie eventueel ook kunnen gaan om een volmacht die voor bepaalde tijd wordt verstrekt, namelijk tot het moment waartegen de verkrijgende verzekeraar de samenwerkingsovereenkomst met de gevolmachtigd agent op grond van de voorwaarden daarvan kan opzeggen.
Conclusie
1. Indien het bij een “gewone” portefeuilleoverdracht de bedoeling is dat de samenwerkingsovereenkomsten met gevolmachtigd agenten ook overgaan naar de verzekeraar die de verzekeringsportefeuille verkrijgt, dan zal er wat deze samenwerkingsovereenkomsten betreft een separate contractsoverneming in de zin van art. 6:159 BW moeten plaatsvinden.27 Dit betreft een contractsoverneming tussen de oude en de nieuwe verzekeraar. Met betrekking tot de volmacht die onderdeel uitmaakt van de samenwerkingsovereenkomst met een gevolmachtigd agent is geen specifieke actie nodig. Die volmacht gaat bij de contractsoverneming ‘vanzelf’ mee naar de verkrijgende verzekeraar. Na de contractsoverneming heeft de gevolmachtigd agent dus een volmacht van de nieuwe verzekeraar. Indien die verzekeraar of de gevolmachtigd agent de samenwerkingsovereenkomst vervolgens wil beëindigen, dan moeten de toepasselijke contractuele voorwaarden (inclusief opzegtermijnen) in acht worden genomen.28
2 Bij een juridische fusie is dat anders. Het belangrijkste kenmerk van een juridische fusie is dat het vermogen onder algemene titel overgaat. De samenwerkingsovereenkomsten met gevolmachtigd agenten gaan dus onder algemene titel over van de verdwijnende verzekeraar naar de verkrijgende verzekeraar. De volmachten die onderdeel uitmaken van de samenwerkingsovereenkomsten behoeven daarbij juist wél aandacht. In het geval van een juridische fusie eindigt namelijk de door de verdwijnende verzekeraar aan een gevolmachtigd agent verleende volmacht per het moment van het van kracht worden van de juridische fusie. De samenwerkingsovereenkomst die door de verdwijnende verzekeraar is gesloten met een gevolmachtigd agent loopt per het moment van het kracht worden van de juridische fusie, zonder de volmacht, wel door. De verkrijgende verzekeraar zal daarom, al dan niet voor een nader te bepalen korte duur, een “nieuwe” volmacht verlenen aan de gevolmachtigd agent. Indien een partij de samenwerkingsovereenkomst wil beëindigen, moet hij de toepasselijke contractuele voorwaarden (inclusief opzegtermijnen) in acht nemen.29 Als de gevolmachtigd agent de samenwerkingsovereenkomst in verband met de juridische fusie van de volmachtgever/verzekeraar beëindigt, zal hij er mogelijk toe overgaan de verzekeringen per prolongatiedatum over te sluiten naar een opvolgende volmachtgever.30 Oversluiten van een verzekering naar een andere verzekeraar kan alleen met instemming van de verzekeringnemer. De ontwikkelingen in de samenwerking tussen de verzekeraar en de gevolmachtigd agent naar aanleiding van de juridische fusie kunnen derhalve ook betekenis hebben voor de verzekeringnemer. Hetzelfde geldt in beginsel bij een juridische splitsing.