Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/7.3.9.0:Inleiding
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/7.3.9.0
Inleiding
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS607818:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Deelnemingsvrijstelling
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2001/02, 27 896, nr. 3, p. 9.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op grond van art. 10c Wet VPB 1969 behoort het resultaat behaald op aandelen die zijn ingekocht ter tijdelijke belegging, niet tot de winst. Art. 10c lid 1 Wet VPB 1969 bevat een generieke regeling voor ter tijdelijke belegging ingekochte aandelen in het algemeen, dat wil zeggen, ongeacht het oogmerk van de inkoop.1 In dit kader is een afzonderlijk begrip ‘verbonden vennootschap’ omschreven. Naar mijn mening kan aan dit begrip eveneens een vereenzelvigingsfunctie worden toegekend, en met name een operationaliseringsfunctie. De bepaling waarin het begrip een rol speelt is immers niet gericht op het tegengaan van oneigenlijk gebruik. Met de bepaling wordt beoogd het resultaat op de ingekochte aandelen buiten de winstsfeer te houden, ongeacht of dit resultaat positief of negatief is.
In art. 10c lid 2 Wet VPB 1969 is bovendien een specifieke regeling getroffen voor de inkoop van aandelen ter afdekking van verplichtingen uit hoofde van werknemersopties. De specifieke regeling geldt voor aandelen in de belastingplichtige zelf, maar ook voor ingekochte aandelen in een ‘verbonden vennootschap’ als bedoeld in art. 10a lid 7 Wet LB 1964. Dit begrip, dat in hoofdstuk 9 aan een nadere analyse wordt onderworpen, heeft voor de loonbelasting een antiontgaansfunctie. In art. 10c lid 2 Wet VPB 1969 vervult het naar mijn mening echter een operationaliseringsfunctie.