Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden
Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/IV.3.4.2:IV.3.4.2 De aannames achter het bange bestuurders-argument
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/IV.3.4.2
IV.3.4.2 De aannames achter het bange bestuurders-argument
Documentgegevens:
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460303:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wie goed kijkt naar het bange bestuurders-argument, ziet dat aan de conclusie die strekt tot het toepassen van een afwijkend, restrictief aansprakelijkheidsregime een aantal redeneerstappen voorafgaat:
Normale aansprakelijkheidsregels zijn te streng voor bestuurders;
..waardoor bestuurders bang worden voor aansprakelijkheid;
..door deze angst handelen bestuurders defensiever;
..dit defensieve gedrag is onwenselijk;
..de angst en het onwenselijk defensieve handelen wordt voorkomen door een hogere aansprakelijkheidsdrempel;
..deze drempel moet de vorm aannemen van de ernstig verwijt-maatstaf.
Er is sprake van een ketenargumentatie: de juistheid van een aanname is afhankelijk van de juistheid van de aannames die eraan voorafgaan. Ga maar na: als de aansprakelijkheidsnormen niet te streng zijn, is er voor bonafide bestuurders ook geen reden voor angst; als bestuurders niet bang zijn voor aansprakelijkheid, zal dit ook geen invloed uitoefenen op hun gedrag; als hun gedrag niet wordt beïnvloed door angst, dan heeft het aansprakelijkheidsregime ook niet de gevreesde negatieve gevolgen; enzovoorts. De aannames leunen dus op elkaar, met als gevolg dat indien reeds één van de aannames onjuist is, het bange bestuurders-argument niet langer een steekhoudende rechtvaardigingsgrond is voor de ‘ernstig verwijt’-doctrine. Hierna neem ik iedere aanname onder de loep.