Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker
Einde inhoudsopgave
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/1.1.2:1.1.2 Het gebruiksbegrip van art. 6:181
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/1.1.2
1.1.2 Het gebruiksbegrip van art. 6:181
Documentgegevens:
mr. A. Kolder, datum 16-03-2018
- Datum
16-03-2018
- Auteur
mr. A. Kolder
- JCDI
JCDI:ADS297949:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hiervan wordt ook bij de in dit hoofdstuk nog komende voorbeelden betreffende de carnavalsvereniging uitgegaan. Zie nader over het bedrijfsbegrip van art. 6:181hoofdstuk 6.
Parl. gesch. Boek 6, p. 747.
Over deze laatste situaties handelde HR 1 april 2011, NJ 2011/405, m.nt. Tjong Tjin Tai (Paard Loretta), waarin inmiddels is uitgemaakt dat het tegen betaling beleren van het paard van een ander als ‘gebruik’ ex art. 6:181 kwalificeert. Zie nader over het gebruiksbegrip van art. 6:181 hoofdstuk 7.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Stel dat de carnavalsvereniging geacht wordt ‘bedrijfsmatig’ te kunnen handelen in de zin van art. 6:181.1 Nadat de voorzitter het paard in de loods heeft gestald, komt een van de andere leden aanlopen om een baal hooi voor het paard op de grond te leggen. Bij het naderen van het paard trapt dit dier plotseling naar achteren en raakt het carnavalslid op de knie, met blijvend letsel tot gevolg. Een vraag die rijst, is of het paard ten tijde van deze schadeveroorzaking door de carnavalsvereniging werd ‘gebruikt’ in de zin van art. 6:181. Deze term lijkt een handelen met de zaak of het dier te veronderstellen: in geval van het loutere bewaren/stallen van een dier is daarvan geen sprake. Zo is in de parlementaire geschiedenis van art. 6:181 ook wel aangegeven dat het bewaren alsook het vervoeren van een zaak of dier voor een ander, in beginsel geen ‘gebruik’ als bedoeld in deze bepaling oplevert.2 Wat zodoende te denken van het paard dat tijdens het vervoer door de voorzitter van de carnavalsvereniging uit de veewagen weet te ontsnappen, de snelweg oprent en een ernstig verkeersongeluk veroorzaakt? Kwalificeert de vereniging gedurende het vervoer van het paard dan niet als ‘gebruiker’ daarvan in de zin van art. 6:181? Het antwoord op de hier opgeworpen vragen is van brede(re) betekenis, namelijk ook van belang voor diverse andere deelnemers aan het maatschappelijke verkeer die ‘bedrijfsmatig’ andermans zaken of dieren bewaren of vervoeren. Denk aan de stalhouder, de manege, het dierenasiel, een kinderboerderij en aan (overige) opslag- en transportbedrijven. Toch lopen de meningen over de positie van de bewaarder en vervoerder in relatie tot art. 6:181 uiteen. Ook in andere veelvoorkomende gevallen is het niet duidelijk of een zaak of dier al dan niet wordt ‘gebruikt’ als bedoeld in art. 6:181. Onder meer kunnen genoemd worden de dierenarts die een dier van een ander behandelt, de garagehouder die een testrit maakt met een ter reparatie aangeboden auto, de beheerder van een appartementencomplex en tot voor kort ook de manege die het paard van een ander ‘beleert’.3