Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/4.6.3.1
4.6.3.1 Levering (gedeelte) vastgoed als belastingplichtige
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291435:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 6 mei 1992, zaak C-20/91, BNB 1992/377, m.nt. Finkensieper, r.o. 17 (De Jong).
HvJ EG 4 oktober 1995, zaak C-291/92, BNB 1996/62; m.nt. Van Hilten, r.o. 16-18 (Armbrecht).
In gelijke zin: de beslissing van Hof Leeuwarden 24 april 1992, nr. 1153/90, r.o. 5.1 die door de Hoge Raad in stand is gelaten (HR 20 oktober 1993, nr. 28 980, BNB 1994/94).
M. van der Wulp, ‘De onttrekking van grond aan het privévermogen’, BtwBrief 2015/69, p. 4.
M. van der Wulp, ‘De onttrekking van grond aan het privévermogen’, BtwBrief 2015/69, p. 5.
HvJ EG 4 oktober 1995, zaak C-291/92, BNB 1996/62; m.nt. Van Hilten, r.o. 21 (Armbrecht).
HvJ EU 9 juli 2015, zaak C-331/14, V-N 2015/34.22, r.o. 21 en 22 (Kezić).
M. van der Wulp, ‘De onttrekking van grond aan het privévermogen’, BtwBrief 2015/69, p. 4.
M. van der Wulp, ‘De onttrekking van grond aan het privévermogen’, BtwBrief 2015/69, p. 6. Zie bijv.: Rb Den Haag 10 januari 2020, nr. SGR 19/3280, NTFR 2020/1267, met commentaar Soltysik waarin geoordeeld is dat de levering van een onbebouwd (bouw)terrein als belastingplichtige plaatsvond, omdat de levering weliswaar plaatsvond na de beëindiging van de verhuur van (een deel van) dit terrein aan een derde, maar voortvloeide uit de koopovereenkomst die was gesloten toen de leverancier voor de verhuur van dit terrein nog belastingplichtig was.
M. van der Wulp, ‘De onttrekking van grond aan het privévermogen’, BtwBrief 2015/69, p. 6.
HvJ EG 29 april 2004, zaak C-77/01, BNB 2004/285, m.nt. Van Hilten, r.o. 66 (EDM).
HvJ EG 29 oktober 2009, zaak C-174/08, V-N 2009/56.14 (NCC Construction Danmark). Uit dit arrest blijkt overigens dat de verlengstukgedachte niet, zoals Van Kesteren in punt 11 van zijn noot bij HR 29 november 2013, nr. 12/01082, BNB 2014/87 stelt, alleen van toepassing is op diensten.
Reeds uit het De Jong-arrest is op te maken dat grond die tot het privévermogen van een belastingplichtige natuurlijk persoon behoort niet als belastingplichtige geleverd kan worden, ook niet indien op deze grond een woning is gebouwd die wel tot het ondernemingsvermogen behoort.1 In het Armbrecht-arrest heeft het Hof van Justitie expliciet bevestigd dat (een gedeelte van) vastgoed dat tot het privévermogen van een natuurlijk persoon behoort niet als belastingplichtige wordt geleverd.2 Hieruit is af te leiden dat de levering van (een gedeelte van) vastgoed slechts in de hoedanigheid van belastingplichtige plaatsvindt indien het (gedeelte van het) vastgoed tot het zakelijke vermogen van een belastingplichtige behoort.3
Dat bij de aanschaf van vastgoed is gehandeld in de hoedanigheid van (niet-)belastingplichtige (de ‘aanschafhoedanigheid’4) volstaat niet om aan te nemen dat ook bij de levering in die hoedanigheid is gehandeld (de ‘leveringshoedanigheid’5). In het Armbrecht-arrest wijst het Hof van Justitie er nadrukkelijk op dat voor een leveringshoedanigheid als particulier is vereist dat de belastingplichtige ‘gedurende de gehele periode waarin hij eigenaar van het betrokken goed is, blijk moet geven van zijn wil om het (gedeelte van het) goed in zijn privévermogen te houden’.6 In het Kezić-arrest heeft het Hof van Justitie dit herhaald en geoordeeld dat grond die bij aanschaf tot het privévermogen van een belastingplichtige natuurlijk persoon is bestemd uitsluitend wordt geleverd als particulier indien de levering van de grond plaatsvindt in het kader van het beheer van zijn privévermogen en niet in het kader van zijn economische activiteit.7 Uit deze arresten is af te leiden dat voor de vraag in welke hoedanigheid vastgoed wordt geleverd beslissend is in welke hoedanigheid het vastgoed is gehouden (de ‘houdershoedanigheid’8) direct voorafgaand aan de levering.9 Dat is ook logisch, aangezien in de periode tussen de aanschaf en de levering de hoedanigheid waarin het vastgoed wordt gehouden kan veranderen.10
Wordt de levering van vastgoed verricht in het kader van een activiteit die op zichzelf genomen geen economische activiteit is, maar wel het rechtstreekse, duurzame en noodzakelijke verlengstuk is van een economische activiteit, dan brengt het ‘meetrekken’ van die activiteit in de belastingplicht (zie paragraaf 3.5) met zich dat bij de levering van het vastgoed als belastingplichtige wordt gehandeld.11 Een voorbeeld hiervan is de levering van voor eigen rekening gebouwd vastgoed door een bouwbedrijf wanneer de verkoop dit vastgoed het rechtstreekse, noodzakelijke en duurzame verlengstuk vormt van de bouwwerkzaamheden.12