Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid: wenselijk?
Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/1.2:1.2 Opbouw
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/1.2
1.2 Opbouw
Documentgegevens:
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS394320:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit proefschrift is onderverdeeld in acht hoofdstukken. In hoofdstuk 2 staat de jurisdictionele competitie centraal. Ik bespreek de economische theorie die aan dit proces ten grondslag ligt. Ik zet uiteen hoe de jurisdictionele competitie zich in de Verenigde Staten heeft ontwikkeld op het gebied van het vennootschapsrecht en welke factoren daarbij een rol hebben gespeeld. Vervolgens besteed ik aandacht aan de jurisdictionele competitie in de Europese Unie. Daarbij zijn twee leren van belang: de incorporatieleer en de reële zetelleer. Ik bespreek een aantal belangrijke uitspraken van het Europese Hof van Justitie en de gevolgen daarvan op de ontwikkeling van het nationale vennootschapsrecht van de EUlidstaten. Hoofdstuk 3 staat in het teken van factoren die van belang zijn bij de keuze van een rechtsvorm. Hierbij wordt voornamelijk aandacht besteed aan de keuze van het midden- en klein bedrijf en de beoefenaren van het vrije beroep.
De aansprakelijkheid van deelnemers in een vennootschap, en de beperking daarvan, staan centraal. Ik belicht vanuit diverse invalshoeken de gevolgen van de beperking van de aansprakelijkheid. Daarbij spits ik mij toe op de verschuiving van ondernemingsrisico 's en de visies op de rol en de functie die het vennootschapsrecht daarbij heeft vanuit verschillende moraaltheorieën. Daarbij leg ik een link met aansprakelijkheidsregimes en de mogelijke methoden om (ongewenste) risicoverschuivingen te ondervangen. Ik bespreek zowel de aansprakelijkheid van aandeelhouders en bestuurders in publieke kapitaalvennootschappen, als die van de deelnemers en bestuurders in kleine besloten vennootschappen. In het kader van de beschermingsmechanismen komen de situaties in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Nederland aan bod. Naast de bespreking van de Amerikaanse en Britse situatie in hoofdstuk 3, zijn hoofdstuk 4 en 5 volledig gewijd aan de inrichting van het vennootschapsrecht in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk.
In de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zijn Limited Liability Partnerships (`LLP's') ontstaan als resultante van de jurisdictionele competitie. Het zijn vennootschappen die bestaan uit een combinatie van inrichtingsvrijheid voor de vennootschapstructuur, beperkte aansprakelijkheid en een fiscaal transparante classificatie. Inmiddels zijn recentelijk ook in Japan, India en Maleisië LLP's geïntroduceerd. Deze bespreek ik niet. Hoofdstuk 4 staat in het teken van vennootschapsrecht van de Verenigde Staten en hoofdstuk 5 in dat van het Verenigd Koninkrijk. In hoofdstuk 4 kijk ik naar het vennootschapsrecht dat door de meeste staten wordt ondersteund en de invulling die de uniforme wetgeving daaraan heeft gegeven. Globale verschillen komen naar voren, maar ik heb de regelingen die in de meeste staten worden ondersteund als voornaamste uitgangspunt gekozen. De redenen die ten grondslag liggen aan de introductie van nieuwe vennootschapsvormen passeren in beide hoofdstukken de revue en ik bespreek punten die van belang kunnen zijn bij een eventuele nieuwe Nederlandse personenvennootschapsvorm. De LLP's zijn in de Verenigde Staten ingebed in het personenvennootschap, terwijl de LLP in het Verenigd Koninkrijk meer als losstaande rechtsvorm is gecreëerd. Deze verschillen in invulling van LLP-wetgeving laten zien op welke wijzen de LLP kan worden vormgegeven en een plek kan krijgen binnen de vennootschappelijke ordening. Daarnaast bieden de LLP-regelingen op detailniveau inzicht in de uitwerking van de rechtsvorm en zijn zo behulpzaam geweest voor mijn voorstellen voor een mogelijke inrichting van een nieuwe rechtsvorm in het Nederlandse vennootschapsrecht. In hoofdstuk 6 neem ik het Nederlandse vennootschapsrecht en de ontwikkelingen op dat gebied onder de loep. Hierbij besteed ik in het bijzonder aandacht aan de flexibilisering van het BV-recht en de aanpassing van de wetgeving aan, en de invoering van, titel 7.13 (vennootschap) van het Burgerlijk Wetboek. Ik onderzoek of ten behoeve van het midden- en klein bedrijf en in het bijzonder de vrije beroepsbeoefenaren en zakelijke dienstverleners het wenselijk is een nieuwe personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid te introduceren en welke vorm een mogelijke nieuwe rechtsvorm zou moeten aannemen. Dit zal plaatsvinden tegen de achtergrond van de huidige en (toekomstig) voorgestelde vennootschapsstructuren, aansprakelijkheidsaspecten en de fiscaliteit van de diverse Nederlandse vennootschapsvormen. In hoofdstuk 7 bekijk ik of een nieuwe rechtsvorm waarin beperkte aansprakelijkheid wordt gecombineerd met een vennootschap-structuur van een personenvennootschap, binnen het huidige fiscale stelsel fiscaal transparant geclassificeerd zou kunnen worden. Het achtste en laatste hoofdstuk, bevat de samenvattende conclusie.
Het onderzoek is afgesloten op 1 juni 2010.