Einde inhoudsopgave
Overeenkomst tot arbitrage (BPP nr. 13) 2011/10.2.2.7
10.2.2.7 Aanbevolen formulering
Mr. G.J. Meijer, datum 20-07-2011
- Datum
20-07-2011
- Auteur
Mr. G.J. Meijer
- JCDI
JCDI:ADS502246:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
NOLEN, blz. 25; zie ook de IBA Guidelines for Drafting International Arbitration Clauses 2010, Guideline 3 (zie www.ibanet.org) alsmede G.B. BORN, International Arbitration and Forum Selection Agreements, blz. 39-42.
SNIJDERS, preadvies, no. 2.19; vgl. ook CRAIG, PARK & PAULSSON, blz. 110.
Zie daaromtrent in algemene zin B. VAN DER BEND, M. LEUTEN & M. YNZONIDES (red.), A Guide to the NAI Arbitration Rules, Austin-Boston-Chicago-New York-The Netherlands 2009, blz. 37-43; taalkundig bezien, is de interpunctie in de aanbevolen clausule van het Nederlands Arbitrage Instituut strikt genomen niet juist (zie daartoe J.H. VAN HEZEWIJK, Schietende panda's bij het NAI, TvA 2010, blz. 122-123).
Zie daartoe ook CRAIG, PARK & PAULSSON, 6.02.
NOLEN, blz. 26 suggereert al (dit gelet op de hoofdtekst en de daaropvolgende noot 2) dat het arbitraal beding betreffende geschillen 'ontstaande uit of betrekking hebbende op die overeenkomst' zich niet alleen uitstrekt tot geschillen uit die overeenkomst en daarop betrekking hebbende geschillen (als bijvoorbeeld geschillen omtrent onverschuldigde betaling), doch ook tot geschillen uit of met betrekking tot nadere overeenkomsten die van die overeenkomst het gevolg mochten zijn.
Wil men onzekerheden over het toepassingsbereik uitsluiten, dan zal men kunnen bepalen dat het arbitraal beding niet alleen ziet op geschillen uit de overeenkomst waarin het is opgenomen, doch op alle geschillen ontstaan uit of betrekking hebbende op de overeenkomst en nadere overeenkomsten die daarvan het gevolg mochten zijn.1 Met de eerstgenoemde uitbreiding ("betrekking hebbende op") bestrijkt het arbitraal beding in elk geval ook buitencontractuele geschillen (bijvoorbeeld die uit onrechtmatige daad of onverschuldigde betaling) (zie wel ook 10.2.2.210.2.2.5 inzake de gevolgen van het onderscheid tussen de genoemde formuleringen). Met de laatstgenoemde uitbreiding ("nadere overeenkomsten") bestrijkt het arbitraal beding in elk geval ook overeenkomsten naast de overeenkomst waarin het beding is opgenomen (bijvoorbeeld een vaststellingsovereenkomst).2
De aanbevolen tekst voor een arbitraal beding van het Nederlands Arbitrage Instituut luidt als volgt: "Alle geschillen, welke mochten ontstaan naar aanleiding van de onderhavige overeenkomst dan wel van nadere overeenkomsten, die daarvan het gevolg mochten zijn, zullen worden beslecht overeenkomstig het Arbitrage Reglement van het Nederlands Arbitrage Instituut.3
De modelclausule van het International Court of Arbitration van de International Chamber of Commerce luidt: "All disputes arising out of or in connection with the present contract shall be fmally settled under the Rules of Arbitration of the International Chamber of Commerce by one or more arbitrators appointed in accordance with the said Rules."4
Het valt op dat het model van het Nederlands Arbitrage Instituut niet alleen alle geschillen bestrijkt naar aanleiding van de overeenkomst waarin het arbitraal beding is opgenomen, doch ook alle geschillen naar aanleiding van nadere overeenkomsten, welke daarvan het gevolg mochten zijn. Het model van de International Chamber of Commerce daarentegen bestrijkt wel, evenals het model van het Nederlands Arbitrage Instituut, alle geschillen "arising out of" dan wel "in connection with" de overeenkomst waarin het arbitraal beding is opgenomen, doch bestrijkt daarentegen niet geschillen ontstaan uit of met betrekking tot nadere overeenkomsten. Als men de twee modelclausules naast elkaar legt, dan kan men eventueel a contrario redeneren dat de clausule van de International Chamber of Commerce wel geschillen met betrekking tot de overeenkomst waarin het arbitraal beding is opgenomen bestrijkt (dus ook geschillen die niet uit de overeenkomst zelf voortvloeien, doch daarop betrekking hebben, als bijvoorbeeld geschillen betreffende een onrechtmatig daad of onverschuldigde betaling die met de overeenkomst verband houdt), doch niet geschillen ontstaan uit of met betrekking tot overeenkomsten die het gevolg mochten zijn van de overeenkomst waarin het arbitraal beding is opgenomen (als bijvoorbeeld een vaststellingsovereenkomst). Mijns inziens zal laatstgenoemde a contrario redenering niet bij voorbaat mogen worden gevolgd en zal niet op voorhand mogen worden aangenomen dat het de bedoeling is geweest de reikwijdte van het beding van de International Chamber of Commerce aldus te beperken (zie ook 10.2.2.3).5
Men kan voorts expliciet bepalen dat het arbitraal beding betrekking heeft op geschillen betreffende rechtsbetrekkingen die met de overeenkomst samenhangen, al ziet men dit in de praktijk minder frequent (zie 10.2.2.3). Voorts kunnen partijen overeenkomen dat de overeenkomst tot arbitrage zich uitstrekt tot geschillen betreffende de precontractuele fase (zie 10.2.2.5).