Einde inhoudsopgave
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/11.3.3
11.3.3 Specifiek genietingstijdstip in geval van ontbinding vennootschap
E.J.W. Heithuis, datum 01-12-1999
- Datum
01-12-1999
- Auteur
E.J.W. Heithuis
- JCDI
JCDI:ADS454150:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Voetnoten
Voetnoten
Memorie van toelichting Tweede Kamer, Kamerstuknr. 24 761, nr. 3, blz. 73.
Nota naar aanleiding van het verslag Tweede Kamer, Kamerstuknr. 24 761, nr. 7, blz. 66. Mijns inziens kan hierbij worden aangesloten bij de voor de toepassing van de vergelijkbare regeling in de deelnemingsvrijstelling (art. 13d, achtste lid. Wet Vpb.) op grond van de hardheidsclausule van art. 63 AWR uitgevaardigde Resolutie van 1 juli 1971. BNB 1971/168 en de Mededeling van 31 juli 1992, nr. DB92/3729, V-N 1992, blz. 2660.
Art. 20h, zesde lid, Wet IB bevat een tweetal noodzakelijke bepalingen in geval van ontbinding van de vennootschap. Alsdan kan de aanmerkelijkbelanghouder ingevolge art. 20c, vijftiende en zestiende lid, Wet IB het restant van zijn verkrijgingsprijs als negatief vervreemdingsvoordeel in aanmerking nemen. Zoals in hoofdstuk 8, onderdeel 8.4.2.2 en 8.4.2.3 is uiteengezet, doet dit zich voor in geval van tekortschietende liquidatie-uitkeringen en/of schuldaflossingen. Art. 20h, zesde lid, Wet IB geeft hierbij het benodigde vervreemdingstijdstip, t.w. het tijdstip waarop de vereffening is voltooid. Eerst op dat moment bestaat immers voldoende duidelijkheid over de omvang van het negatieve vervreemdingsvoordeel.1 Hoewel blijkens art. 20h, zesde lid, Wet IB het negatieve vervreemdingsvoordeel eerst kan worden genomen op het tijdstip waarop de vereffening is voltooid, is de staatssecretaris van Financiën bereid om in extreme situaties het liquidatieverlies op een eerder tijdstip dan bij de formele vereffening in aanmerking te nemen. Hierbij gaat het dan om gevallen waarin de vereffening door buiten de macht van de aanmerkelijkbelanghouder gelegen omstandigheden erg lang duurt, terwijl min of meer vaststaat dat geen liquidatie-uitkeringen meer zullen volgen.2