Einde inhoudsopgave
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/9.5
9.5 Debat en vervolg
mr. drs. J. Westerweel , datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
mr. drs. J. Westerweel
- JCDI
JCDI:ADS248474:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Bestuursvoorstel 45105 van de gemeente Breda van 26 juli 2016, raadscommissie Bestuur.
Brief van 24 juli 2017 van Wethouder Van Lunteren aan de gemeenteraad van Breda.
Brief van 24 juli 2017 van Wethouder Van Lunteren aan de gemeenteraad van Breda.
Motie 22 (Inspiratie zoeken voor begrotingen op wijkniveau) Trots/O.P.A., SP, D66 en Elbertse/Groeneweg, ingediend tijdens de raadsvergadering van de gemeente Breda van 9 november 2017.
Notulen raadsvergadering gemeente Breda 9 november 2017, p. 188.
Coalitieakkoord VVD, D66 en PvdA 2018-2022, p. 34.
Jaarstukken gemeente Breda 2017, p. 269.
Voorjaarsnota gemeente Breda 2019, p. 16.
Zoals gezegd waren de pilots in Prinsenbeek en Princenhage bedoeld als leerproces en het feit dat er niet echt was begroot in de zin dat er met middelen tussen posten geschoven werd, stond dan ook aan een voortzetting van Breda Begroot niet in de weg. Op 26 juli 2016 diende het college daartoe een voorstel met een stappenplan in bij de raadscommissie Bestuur. Dit stappenplan ging vooral in op het grootste probleem uit de pilotfase, namelijk de onduidelijkheid over de financiële kaders. Bij stap één moest de raad volgens het collegevoorstel voortaan in de begroting de financiële kaders vaststellen die duidelijk maakten welke ruimte de deelnemers van Breda Begroot hadden om met middelen te schuiven. Wanneer deelnemers vervolgens (bij stap vier) het begrotingsspel zouden spelen, konden zij de middelen daadwerkelijk herverdelen. De uitkomst daarvan zou (bij stap vijf) tegelijkertijd met de voorjaarsnota in een notitie worden aangeboden aan de raad ter vaststelling. Naast dit stappenplan vroeg het college in het voorstel of de raad kon instemmen met een vervolg van Breda Begroot op stedelijke schaal en, zo ja, hoe dat er dan uit zou moeten zien. Het college schetste daarvoor twee opties, namelijk behandeling van wijk- en dorpsthema’s in alle gebieden van de gemeente afzonderlijk of behandeling van stedelijke thema’s in de gemeente als geheel. Aan de raad werd verder nog gevraagd welke rol hij voor zichzelf zag weggelegd, welke financiële kaders hij mee wilde geven en wanneer hij de uitkomst van het begrotingsproces legitiem achtte.1
De raadscommissie Bestuur vergaderde uiteindelijk op 6 oktober 2016 over het collegevoorstel van 26 juli en over het vervolg van Breda Begroot. Duidelijk was dat een grote meerderheid van de raadsleden de burgerbegroting door wilde ontwikkelen. Sommige fracties vroegen zich wel af of de pilots al waren afgerond, aangezien de voorstellen die eruit naar voren waren gekomen nog niet waren uitgevoerd, maar dit werd niet als een groot probleem ervaren. Voorstanders van een voortzetting van Breda Begroot discussieerden vooral over de manier waarop het project moest worden voortgezet. Sommige fracties wilden het uitbreiden over de gehele gemeente, andere waren wat terughoudender en wilden eerst verder experimenteren in andere wijken van de stad. Deze fracties voerden daarvoor onder andere als argument aan dat de gemeente niet over voldoende ambtelijke capaciteit beschikte om het project gelijk op stedelijke schaal voort te zetten. Daarnaast was er wat discussie over de legitimiteit van de voorstellen die uit de pilots waren voortgekomen. De fracties die kritisch tegenover het project stonden, wezen er vooral op dat een opkomst van 10% van de inwoners wat magertjes was om besluiten voor iedereen te nemen. Andere fracties vonden juist dat aan legitimiteit geen percentage moest worden gekoppeld en kwamen met verschillende alternatieven om te beoordelen of een voorstel legitiem was. Uiteindelijk was een meerderheid van de raadscommissie van mening dat het project nog niet op stedelijk niveau moest worden uitgevoerd maar dat moest worden vastgehouden aan de werkwijze die al in de pilots was beproefd.
Het duurde tot juli 2017 voordat het college de raad middels een brief weer informeerde over de voortgang van Breda Begroot.2 Daarin stond dat wijken zich gedurende de zomermaanden door middel van een verzoek van individuele wijkbewoners of groepen wijkbewoners konden opgeven om deel te nemen aan de burgerbegroting. In de brief werd ook aangegeven dat inwoners van de wijken zouden kunnen stemmen over de voorstellen die uit het begrotingsspel naar voren kwamen, zowel offline als online. Na de stemming zou er dan nog een financiële intake door de gemeente volgen, maar uit de brief blijkt niet wat hieronder begrepen moest worden. Eventuele begrotingswijzigingen zouden daarna worden doorgevoerd en de gekozen voorstellen moesten in 2018 worden uitgevoerd. Volgens het college was deze aanpak in overeenstemming met het budgetrecht van de raad: ‘[d]oordat de keuzes van wijken/dorpen een budgettair neutraal karakter hebben kan de formele besluitvorming plaatsvinden door het vaststellen van een begrotingswijziging door de gemeenteraad. Hiermee wordt recht gedaan aan het wettelijk budgetrecht van de gemeenteraad. Ondanks de besluitvormende rol van de gemeenteraad vraagt Breda Begroot om ‘loslaten’ waardoor wijken/dorpen de ruimte krijgen om hun eigen keuzes te maken binnen de beïnvloedbare thema's en taken.’3 Hoewel er dus benadrukt werd dat de voorstellen budgetneutraal zouden zijn, bleef onduidelijk hoe dan het grootste struikelblok om daadwerkelijk te kunnen begroten, namelijk het gebrek aan inzicht in de financiële situatie in de wijken, zou worden weggenomen. Dit moet de raad ook hebben gezien, want het punt kwam tijdens de raadsvergadering van 9 november 2017 over de begroting voor 2018 naar voren. In die begroting werden door het college geen extra middelen uitgetrokken om de begroting te flexibiliseren. Bij motie voeren de fracties van Trots/O.P.A., SP, D66 en Elbertse/Groeneweg aan dat een flexibele begroting van belang was voor een succesvolle voortgang van Breda Begroot. Deze partijen verzochten het college daarom te onderzoeken hoe andere gemeenten met begrotingen op wijkniveau hun begroting hadden geflexibiliseerd en te bezien welke elementen bij Breda Begroot konden worden betrokken.4 Deze motie wordt door het college overgenomen maar zou uiteindelijk niet voor het einde van de raadsperiode 2014-2018 worden uitgevoerd terwijl de raad daar wel om had verzocht.5
De gemeenteraadsverkiezingen die vervolgens in maart 2018 gehouden werden, hadden geen consequenties van betekenis voor Breda Begroot. In het coalitieakkoord tussen VVD, D66 en PvdA gaven de partijen aan dat zij het belangrijk vonden om aan initiatieven uit de wijken ruimte te blijven bieden. Projecten als Breda Begroot werden daarom voortgezet.6 In de jaarstukken over 2017 werd als aanvullende motivering voor de voortzetting van Breda Begroot aangevoerd dat het bijdroeg aan transparantie van de gemeentefinanciën, tot wederzijds begrip leidde tussen het gemeentebestuur en ingezetenen over gemaakte keuzes en een gevoel van eigenaarschap creëerde doordat burgers zelf hun ideeën mochten uitvoeren.7 Er wordt daarom op dit moment nog steeds werk gemaakt van burgerbegrotingen in de wijken van Breda.8