Hoofdelijke aansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Hoofdelijke aansprakelijkheid (O&R nr. 144) 2024/1.2:1.2 Onderzoeksvragen
Hoofdelijke aansprakelijkheid (O&R nr. 144) 2024/1.2
1.2 Onderzoeksvragen
Documentgegevens:
mr. drs. D.F.H. Stein, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. drs. D.F.H. Stein
- JCDI
JCDI:ADS931192:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
7. Onderzoeksvragen. Uit het voorgaande blijkt dat dit onderzoek enerzijds gaat over de systematiek van het materiële recht inzake hoofdelijke aansprakelijkheid, zowel wat betreft het Unierecht als het Nederlandse recht, en anderzijds over de verhouding van het materiële recht tot het burgerlijk procesrecht en het insolventierecht. Dit brengt mee dat in dit onderzoek twee onderzoeksvragen centraal staan:
Hoe zijn de materieelrechtelijke regels inzake hoofdelijke aansprakelijkheid vormgegeven in het Unierecht en het Nederlandse recht, en welke invloed oefent het Unierecht daarbij uit op het nationale vermogensrecht?
Op welke wijze faciliteren het Nederlandse burgerlijk procesrecht en insolventierecht de uitoefening van de aan het materiële recht ontleende rechten van de (mogelijk) bij hoofdelijke aansprakelijkheid betrokken partijen?
Beide vragen richten zich op de eenheid en effectiviteit van het vermogensrecht (in brede zin).
De eerste vraag heeft betrekking op het Unierecht en het Nederlandse recht en de verhouding daartussen. De beantwoording van deze vraag vereist in de eerste plaats een antwoord op de (deel)vraag wat de rechtsgevolgen zijn van hoofdelijke aansprakelijkheid van Unierechtelijke origine (zie daarvoor Hoofdstuk 3). Wat houdt Unierechtelijke ‘hoofdelijke aansprakelijkheid’ precies in? Wanneer doet zich hoofdelijke aansprakelijkheid in het Unierecht voor? En wat zijn de eigenschappen van hoofdelijke aansprakelijkheid uit hoofde van Unierecht? Het antwoord op de eerste hoofdvraag vereist daarnaast een analyse van de relevante nationaalrechtelijke regels (zie daarvoor Hoofdstuk 4). Wat houdt hoofdelijke verbondenheid naar Nederlands recht eigenlijk precies in? Past het Unierecht daarin en, zo ja, op welke wijze?
De tweede hoofdvraag heeft betrekking op de verhouding van het materiële recht tot het burgerlijk proces- en insolventierecht (zie Hoofdstuk 5 en 6). Gaan het procesrecht en het insolventierecht uit van dezelfde uitgangspunten als het materiële recht inzake hoofdelijke aansprakelijkheid?
Een nadere toelichting op de opbouw van het onderzoek en de verschillende delen is te vinden in par. 1.6.
Ter beantwoording van bovenstaande vragen zal ik voor het Unierecht, het Nederlandse materiële burgerlijk recht, het Nederlandse burgerlijk procesrecht en het Nederlandse insolventierecht de volgende deelvragen beantwoorden:
Wat zijn de belangrijkste rechtsgevolgen van hoofdelijke aansprakelijkheid in de verhouding tussen de schuldeiser enerzijds en de hoofdelijk schuldenaren anderzijds?
Wat zijn de belangrijkste rechtsgevolgen van hoofdelijke aansprakelijkheid in de verhoudingen tussen de hoofdelijk schuldenaren onderling?
Welke ruimte is er voor partijen om zelf invloed uit te oefenen op deze rechtsgevolgen (partijautonomie), in het bijzonder door middel van het treffen van schikkingen?
Liggen aan het geldende recht beginselen ten grondslag die de regels inzake hoofdelijke aansprakelijkheid kunnen verklaren?