Einde inhoudsopgave
Impassezaken en verantwoordelijkheden binnen het enquêterecht (IVOR nr. 69) 2010/4.4.2.1
4.4.2.1 Onmiddellijke voorzieningen
mr. F. Veenstra, datum 28-10-2010
- Datum
28-10-2010
- Auteur
mr. F. Veenstra
- JCDI
JCDI:ADS464364:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vergelijk paragraaf 3.3.4.1.
OK 27 december 2006,ARO 2007, 4 (Woudwood).
OK 11 maart 2005,ARO 2005, 37, r.o. 3.8 (Samlerhuset Group).
OK 5 augustus 2005,ARO 2005, 159, r.o. 3.2 (Samlerhuset Group). Zie voor andere uitspraken waarin de OK inzicht geeft in haar beweegredenen aangaande de te treffen onmiddellijke voorzieningen: OK 28 juni 2002,ARO 2002, 91, r.o. 3.9 en 3.10 (Blokland Techniek); OK 6 juni 2003,ARO 2003, 98, r.o. 3.8 en 3.9 (MC Veldt Beheer); OK 24 maart 2004, ARO 2004, 41, r.o. 3.3-3.5 (De ZorgZaak Holding); OK 25 maart 2005,ARO 2005, 62, r.o. 3.2-3.6 (Karst Beheer); OK 21 juni 2005,ARO 2005, 98, r.o. 3.2-3.5 (Knapen Trailers International); OK 30 mei 2006,ARO 2006, 105, r.o. 3.9 en 3.10 (BWI Beheer); OK 5 augustus 2008,ARO 2008, 134, r.o. 3.12-3.16 (Sijthoff Planetarium en Haags Ruimtetheater).
OK 17 september 1998,JOR 1999, 26 (MH Nederland).
OK 2 maart 2001, rekestnr. 83/2001 OK (PCC Pharmaceutical Communications Company).
OK 29 juli 2005,ARO 2005, 146, r.o. 3.2 (Maroeska Metz).
OK 3 mei 2006,ARO 2006, 97, r.o. 3.21 (Bonne Route Holding).
Zie voor andere beschikkingen die geen of een zeer summiere toelichting bevatten omtrent de te treffen onmiddellijke voorzieningen: OK 22 maart 2001,JOR 2001, 130 (Duo Staal); OK 29 maart 2001, rekestnr. 306/2001 OK (Incore Automatisering Holding); OK 4 november 2002,ARO 2002, 175 (Scheepswerf Groot); OK 27 november 2003,ARO 2004, 1, r.o. 3.8 (Riant Holding); OK 16 april 2004,ARO 2004, 57, r.o. 3.8 (Uit Agenda Nederland); OK 28 april 2004,ARO 2004, 64, r.o. 3.10 en 3.11 (SCUA Holding); OK 17 maart 2005,ARO 2005, 39, r.o. 3.2 (Masa Transportation); OK 20 juli 2005,ARO 2005, 119, r.o. 3.4 (BKV Beheer); OK 18 augustus 2005,ARO 2005, 161, r.o. 3.10 (Dubbelhuis); OK 12 juli 2006,ARO 2006, 131, 3.13 (Becq & Millan Europe); OK 26 juli 2006,ARO 2006, 142, r.o. 3.2 (K&H Holding); OK 17 maart 2008,ARO 2008, 78, r.o. 3.7 (VHR Projekten 20); OK 19 november 2008,ARO 2008, 185 (Mens & Werk Beheer).
106. De Ondernemingskamer levert blijkens de impassebeschikkingen maatwerk, zowel wat betreft de (combinaties van) onmiddellijke voorzieningen als de regeling van de gevolgen ervan. Zij dient, zo volgt uit art. 30 Rv, haar beschikking te motiveren. In hoofdstuk 3 is bovendien ter sprake gekomen dat de Hoge Raad deze plicht in de beschikkingen inzake Skygate Holding en Versatel heeft aangescherpt voor de gevallen waarin door de te treffen onmiddellijke voorzieningen inbreuk wordt gemaakt op de geldende rechtsverhoudingen binnen de vennootschap, de voorzieningen kunnen leiden tot onomkeerbare gevolgen, daarmee wordt afgeweken van bepalingen van dwingend recht of andere onmiddellijke voorzieningen worden getroffen dan waarom is verzocht. Alsdan dient de Ondernemingskamer de belangen van de betrokken partijen op een billijke wijze tegen elkaar af te wegen en moet – met name ook indien zij van oordeel is dat een minder ingrijpende maatregel niet effectief is – van de noodzaak van de te treffen voorziening(en) voldoende zijn gebleken.1 Uit het overzicht van beschikkingen blijkt dat deze verzwaarde motiveringsplicht in veel gevallen geldt. Ik wijs op de procedures waarin de Ondernemingskamer het bestuur tijdelijk vervangt en/of ingrijpt in de bevoegdheden van aandeelhouders, bijvoorbeeld door hen het stemrecht te ontnemen. In dergelijke gevallen wordt niet alleen tijdelijk inbreuk gemaakt op de geldende rechtsverhoudingen binnen de vennootschap, de uitoefening van bevoegdheden door anderen dan de betrokken bestuurders en aandeelhouders kan eveneens leiden tot onomkeerbare gevolgen. Bovendien wijkt, zo kwam ter sprake in paragraaf 4.4.1.2, de Ondernemingskamer met het treffen van onmiddellijke voorzieningen met enige regelmaat af van bepalingen van dwingend recht en heeft zij in een relatief groot aantal beschikkingen andere onmiddellijke voorzieningen getroffen dan waarom is verzocht.
107. De analyse van de impassebeschikkingen levert een geschakeerd beeld van de mate waarin de Ondernemingskamer de door haar getroffen onmiddellijke voorzieningen motiveert. Voorbeelden van beschikkingen die mijns inziens voldoen aan de door de Hoge Raad gestelde eisen, zijn die inzake Woudwood2respectievelijk Samlerhuset Group . In de eerstgenoemde beschikking wordt niet alleen helder uiteengezet waarom het de AVA van Woudwood Holland wordt verboden Woudwood Management te ontslaan of te schorsen als bestuurder (rechtsoverweging 3.9 en 3.10), de Ondernemingskamer licht bovendien toe waarom deze voorziening kan worden aangemerkt als proportioneel en de belangen van Woudwood Holland niet (onredelijk) schadend (rechtsoverweging 3.11). Ook op de benoeming van een (zesde) commissaris bij Samlerhuset Group wordt een heldere toelichting gegeven: omdat, kort gezegd, de besluitvorming binnen de vennootschap ten gevolge van de verschillen van inzicht in de verschillende organen tot stilstand is gekomen en de vennootschap hierdoor schade lijdt, dient een zodanige voorziening te worden getroffen dat althans ten minste wordt voorkomen dat aan de – belangen van de – vennootschap (verdere) schade wordt toegebracht.3 De beschikking van de Ondernemingskamer van 5 augustus 2005, waarin zij met inachtneming van het voorgaande aan de RvC de bevoegdheid verleent tot benoeming van bestuurders van Samlerhuset Group , zulks met terzijdestelling van hetgeen in de statuten op dit punt is bepaald, bevat zelfs een uitgebreide motivering. Deze onmiddellijke voorziening is, samengevat, ingegeven door het feit dat de AVA er niet in is geslaagd een of meer nieuwe statutair bestuurders te benoemen, terwijl de Ondernemingskamer het vanuit het oogpunt van corporate governance ongewenst acht dat de bestuurstaak nog langer wordt uitgevoerd door drie leden van het managementteam. De Ondernemingskamer overweegt nog dat deze voorziening geen onevenredig nadeel toebrengt aan de belangen en rechten van de verzoekende aandeelhouder, mede in aanmerking genomen de voorziening die zij bij haar beschikking van 11 maart 2005 heeft getroffen met betrekking tot de samenstelling van de RvC.4
Er zijn echter eveneens beschikkingen gewezen die zeer summier of niet zijn gemotiveerd. Deze beschikkingen stammen zowel uit de periode van vóór Skygate Holding (oktober 2001) als uit de periode van ná Skygate Holding en ná Versatel (september 2007). Ik geef ook hiervan enkele voorbeelden. De Ondernemingskamer acht het in de beschikking inzake MH Nederland5in verband met de toe-stand van de vennootschap vereist het verzoek tot schorsing van [PHW] als bestuurder toe te wijzen. Bovendien veroordeelt zij beide 50%-aandeelhouders ieder één aandeel ten titel van beheer over te dragen aan een buitenstaander en kent zij deze een doorslaggevende stem toe in de AVA in geval de stemmen hierin staken, hoewel slechts is verzocht om [PHW] te veroordelen één aandeel ten titel van beheer over te dragen. Deze keuze wordt niet toegelicht, terwijl evenmin blijkt dat de Ondernemingskamer de belangen van de betrokken partijen tegen elkaar heeft afgewogen. Een motivering ontbreekt eveneens geheel in de beschikking inzake PCC Pharmaceutical Communications Company: de Ondernemingskamer oordeelt slechts dat [B] wordt geschorst als bestuurder van de vennootschap, ‘zodat [P] volledig bevoegde bestuurder is’.6Voorbeelden van meer recente datum waarin een motivering geheel ontbreekt, vormen de beschikkingen inzake Maroeska Metz (de Ondernemingskamer overweegt enkel dat zij het gelet op de toestand van de vennootschap ‘aangewezen [acht] de in het dictum geformuleerde onmiddellijke voorzieningen te treffen’7) respectievelijk Bonne Route Holding8, waarin, hoewel is verzocht in te grijpen in de samenstelling van de RvC, het de Ondernemingskamer ‘vooralsnog voldoende voorkomt’ dat wordt voorzien in een ‘onafhankelijk’ bestuur.9