Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/76
76 Litispendentie
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS506450:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Voetnoten
Voetnoten
C. McLachlan, Lis Pendens in International Litigation (Pocketbooks of the Hague Academy of International Law), Leiden: Martinus Nijhoff Publishers 2009, p. 36.
Onder meer HvJEG 27 juni 1991, zaak C-351/89, Jur. 1991, p. I-03317, NJ 1993/527 m.nt. JCS (Overseas Union), r.o. 16; HvJEG 8 december 1987, zaak 144/86, Jur. 1987, p. 4861, NJ 1989/420 m.nt. JCS (Gubisch), r.o. 8. Zie uitgebreider over het begrip ‘onverenigbare beslissingen’ H.6.
HvJEG 27 juni 1991, zaak C351/89, Jur. 1991, p. I-03317, NJ 1993/527 m.nt. JCS (Overseas Union, r.o. 13-18.
Litispendentie wil zeggen de situatie dat in twee (of meer) landen tegelijkertijd procedures aanhangig zijn i) tussen dezelfde procespartijen, en die ii) over hetzelfde onderwerp gaan en op dezelfde oorzaak berusten. Er is sprake van een lis pendens, een rechtsgeschil, dat reeds aanhangig is elders.1 Art. 29 lid 1 EEX-Vo II verplicht de laatst aangezochte rechter de zaak aan te houden totdat de bevoegdheid van de eerst aangezochte rechter vaststaat. Art. 30 EEX-Vo II ziet op connexe – samenhangende – vorderingen en geeft de laatst aangezochte rechter de discretionaire bevoegdheid om zijn uitspraak aan te houden (art. 30 lid 1 EEX-Vo II) en eventueel de zaak op verzoek van een der partijen naar de eerst aangezochte rechter te verwijzen (art. 30 lid 2 EEX-Vo II). Het doel van beide bepalingen is door het HvJ als volgt omschreven: de artt. 29-30 EEX-Vo II strekken ertoe om in het belang van een goede rechtsbedeling in de Unie, parallelle procedures voor de gerechten van de verschillende lidstaten en met elkaar strijdige beslissingen, die daarvan het gevolg kunnen zijn, te voorkomen. De bepalingen willen van meet af aan zoveel mogelijk uitsluiten dat een situatie ontstaat als bedoeld in art. 45 lid 1 sub c EEX-Vo II, namelijk dat een beslissing niet wordt erkend wegens onverenigbaarheid met een beslissing die in de aangezochte staat tussen dezelfde partijen is gewezen.2 In het arrest Overseas Union heeft het HvJ aangegeven dat dit doel ook geldt indien partijen niet in een lidstaat hun woonplaats hebben.3 De rechter dient art. 29 EEX-Vo II toe te passen ongeacht of de bevoegdheid van de rechter is gebaseerd op de EEX-Vo II of via art. 6 EEX-Vo II gebaseerd op het commune internationale bevoegdheidsrecht. Art. 29 en 30 EEX-Vo II zijn geen rechtsmachtscheppende bepalingen. Ze geven slechts de handelwijze aan van de laatst aangezochte rechter. Deze dient de zaak aan te houden, in het geval van art. 29 EEX-Vo II, of deze kan de zaak aanhouden en vervolgens verwijzen in het geval van art. 30 EEX-Vo II.