De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV
Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/10.5.3.3.4:10.5.3.3.4 Strafbare gedragingen
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/10.5.3.3.4
10.5.3.3.4 Strafbare gedragingen
Documentgegevens:
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS379459:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
OK 17 maart 1983, NJ 1984/462 (Handelsvereeniging), sub 3, onder verwijzing naar HR 14 april 1944, NJ 1944/370.
OK 17 maart 1983, NJ 1984/462 (Handelsvereeniging), sub 5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Redenen van openbaar belang kunnen aanwezig zijn wanneer er strafbare gedragingen worden verricht door (het bestuur van) de vennootschap. In de Handelsvereeniging-beschikking stelt de A-G dat de enig bestuurder en tevens 50%-aandeelhouder de continuïteit van de vennootschap in gevaar brengt door jarenlang privé-uitgaven als zakelijke kosten ten laste van de vennootschap te boeken. De A-G verzoekt de OK op grond van art. 2:355 lid 1 BW onder meer dat zij de bestuurder ontslaat nadat uit het verslag van wanbeleid is gebleken. Volgens de A-G is het begrip openbaar belang in art. 2:355 BW ontleend aan art. 1 Fw waardoor het in dezelfde zin mag worden uitgelegd als in de jurisprudentie over art. 1 Fw. De A-G stelt derhalve dat hij (het OM) bevoegd is in zijn verzoek tot het treffen van voorzieningen net ‘zoals het OM bevoegd is een faillietverklaring te vorderen in een geval waarin een schuldenaar doende is zijn goederen te verduisteren’.1
De beslissing van de OK in deze zaak voegt helaas niet veel toe aan de betekenis van het begrip openbaar belang. De OK wijst het verzoek van de A-G weliswaar toe en zij ontslaat de bestuurder, maar besteedt geen enkel woord aan de stellingen van de A-G en dus ook niet aan het begrip ‘openbaar belang’.2 Wel maakt deze uitspraak samen met de Van der Klis-beschikking (waarin sprake is van oplichting) duidelijk dat gedragingen die binnen het bereik van het strafbare komen, een openbaar belang kunnen opleveren. Deze uitspraken sluiten aan bij het uitgangspunt dat de bemoeienis van de overheid met rechtspersonen zijn grondslag vindt in de bestrijding van het misbruik van deze rechtspersonen. Het doel van de A-G in deze procedures is om het misbruik dat wordt gemaakt van de onderhavige rechtspersonen tegen te gaan. Het enquêterecht vormt op deze wijze een waardevolle ondersteuning van de instrumenten van het OM en draagt zo bij aan de strafrechtelijke kerntaak van het OM.