Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/20.4.4:20.4.4 Wijze en hoogte van afsluiting
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/20.4.4
20.4.4 Wijze en hoogte van afsluiting
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS486049:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie recentelijk over deze problematiek: Vzr. Rb. Utrecht 16 mei 2002, KG 2002,172.
Parl. Gesch. Boek 5, p. 201.
Vgl. art. 690 BW (oud); Opzoomer 1876, p. 361.
Parl. Gesch. Boek 5, p. 201.
Parl. Gesch. Boek 5, p. 201.
Parl. Gesch. Boek 5, p. 202.
Parl. Gesch. Boek 5, p. 202.
Parl. Gesch. Boek 5, p. 201.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het geval dat medewerking van de nabuur tot afsluiting gevorderd kan worden (art. 5:49),1 worden de wijze en de hoogte van die afsluiting nader omschreven. Hoofdregel is dat een verordening of de plaatselijke gewoonte bepaalt op welke wijze en tot welke hoogte de afsluiting dient te worden gemaakt.2
De aard van de afsluiting werd onder het regime van het oude Burgerlijk Wetboek bepaald door bijzondere verordeningen en plaatselijke gebruiken, aldus art. 690 lid 2 BW (oud).3
Voor wat betreft de wijze van afsluiting kan worden gedacht aan een heg.4 Bij het ontbreken van een verordening of plaatselijke gewoonte bepaalt de wet dat de vordering kan strekken tot het plaatsen van een scheidsmuur van twee meter hoogte.5 Volgens de wetgever betreft het hier een richtlijn. De rechter zal in het concrete geval moeten bepalen op welke wijze en tot welke hoogte de afsluiting dient te worden aangebracht.6 Bij het kiezen van een oplossing kan de rechter rekening houden met de financiële draagkracht van de eigenaren.7
Met betrekking tot de afsluiting als omschreven in art. 5:48 wordt opgemerkt dat ook hier bij verordening regels kunnen worden gesteld ten aanzien van de wijze van afsluiting en de hoogte daarvan.8 Bij het ontbreken van regels zullen de eigenaren tezamen in onderling overleg de aard van de afsluiting moeten bepalen. Het lijkt mij niet twijfelachtig dat zij de plaatselijke gewoonte daarbij in acht moeten nemen.