Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid voor ongeschikte medische hulpzaken (R&P nr. CA19) 2018/7.4.2
7.4.2 Contractuele aansprakelijkheid van de hulpverlener voor medische hulpzaken
mr. J.T. Hiemstra, datum 01-07-2018
- Datum
01-07-2018
- Auteur
mr. J.T. Hiemstra
- JCDI
JCDI:ADS368751:1
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Goldberg 2017, p. 959.
Zie par. 4.1; Bolam v. Friern HMC [1957] 1 W.L.R. 582.
Vgl. Jackson 2016, p. 120; Goldberg 2017, p. 956.
Teff 2010, p. 973. Dit geldt bovendien voor een NHS-ziekenhuis. Zo bepaalt artikel 2(7) CRA dat business tevens de activiteiten van ‘any government department or local or public authority’ omvat. Daarnaast handelt de individuele arts in het kader van een profession. Zoals echter in de vorige paragraaf naar voren kwam, zal er zelden een contractuele relatie worden aangenomen in een NHS gefinancierde setting. Vgl. Goldberg 2017, p. 955 & 957.
Twigg-Flesner, Canavan & MacQueen 2016, p. 500-501.
Bell 1984, p. 176. Waar het echter enkel om bijvoorbeeld het aanbrengen van een zalf of het schoonmaken van een wond gaat, is het volgens de auteur te geforceerd om van levering te spreken (Bell 1984, p. 177). Teff lijkt dit in twijfel te trekken (Teff 2010, p. 974).
Mulheron 2017, 111. Mits de medicijnen door de hulpverlener aan de patiënt worden verstrekt. Indien de medicijnen door een apotheek worden verstrekt, dan is de overeenkomst die strekt tot levering gesloten met de apotheek.
Teff 2010, p. 974. Zie ook Teff 2010, p. 971 en Goldberg 2017, p. 959 & 960.
Bell 1984, p. 177-178; Teff 2010, p. 974; Goldberg 2017, p. 960.
Vgl. Wood v TUI Travel Plc (t/a First Choice) [2017] EWCA Civ 11. Van een contract of sale zal niet snel sprake zijn omdat de professionele rol van de hulpverlener ten aanzien van de diagnose, het advies en de behandeling van de patiënt doorgaans niet in overeenstemming wordt geacht met een koopovereenkomst (zie anders t.a.v. de levering van een kunstgebit: Lee v Griffin [1861] 30 LJ QB 252). Aan een contract for the transfer of goods staat dit behandelingselement zoals gezegd niet in de weg. Goldberg 2017, p. 959. Interessant in dit kader is ook de uitspraak in Customs and Excise Commissioners V Wellington Private Hospital Ltd and others [1997] S.T.C. 445 (CA) t.a.v. het onderscheid tussen de levering van medische zaken en de behandeling van patiënten in het kader van een belastingrechtelijk vraagstuk.
Samuels v Davis [1943] K.B. 526.
Vgl. Brazier & Cave 2007, p. 246; Jackson 2016, p. 567; Goldberg 2017, p. 956. Zie voor de remedies van de consument bij een schending van deze bepaling artikel 19 CRA (naast de remedies die dit artikel opsomt, bestaat er op grond van lid 11 een recht op schadevergoeding).
Smart 2013, p. 126.
Bell 1984, p. 178-179.
Teff 2010, p. 972; Jackson 2016, p. 567; Goldberg 2017, p. 56.
Bell 1984, p. 179.
Fitness for purpose is (evenals satisfactory quality) een gevestigd beginsel in het Engelse contractenrecht; zo kwam het meer dan een eeuw voor de introductie van de CRA 2015 al aan de orde in Preist v Last [1903] 2 KB 148 (CA), waarin de geschiktheid van een verkochte heet-water kruik om als zodanig te worden gebruikt centraal stond.
Volgens artikel 9(3) CRA dient bij de vraag of iets van satisfactory quality is immers onder meer acht geslagen te worden op de geschiktheid van de zaak voor het doel waarvoor deze doorgaans wordt verstrekt, hetgeen tot overlap kan leiden. Vgl. Ervine 2004, 698.
Zie ook Ervine 2004, 690-691.
Bell 1984, p. 180-181.
Bell 1984, p. 182.
Unwalla v Spire Healthcare [2014] EWHC 4257 (QB).
En de Sale of Goods Act 1979 (zie Twigg-Flesner, Canavan & MacQueen 2016, p. 497).
Daar voor de introductie van de CRA in 2015 de Supply of Goods and Services Act 1983 (tevens) van toepassing was op overeenkomsten met consumenten, is een deel van de hiervoor aangehaalde literatuur en jurisprudentie in het kader van (m.n. artikel 4 van) de oude act geschreven en gewezen. Zoals gezegd, hebben de hiervoor besproken regels van de CRA echter inhoudelijk dezelfde strekking als de regels uit de Supply of Goods and Services Act. Vgl. Twigg-Flesner, Canavan & MacQueen 2016, p. 502 t.a.v. de Sale of Goods Act.
XYZ v Various Companies (Pip Breast Implant Litigation) [2013] EWHC 3643 (QB).
XYZ v Travelers Insurance Company Ltd. [2017] EWHC 287 (QB). Ten aanzien van een deel van de gelaedeerden in de collectieve actie bestond onduidelijkheid over de verzekeringsdekking en in 2017 is de verzekeraar van de laedens veroordeeld tot het uitkeren van schadevergoeding aan deze gelaedeerden (XYZ v Travelers Insurance Company Ltd. [2017] EWHC 287 (QB). Zie ook: XYZ v Various [2015] EWHC 1151 (QB)). Daarnaast heeft een aantal van de gelaedeerden geschikt op grond van de Consumer Credit Act 1974.
Bell 1984, p. 183.
Jackson 2016, p. 567.
‘If the debtor under a debtor-creditor-supplier agreement falling within section 12(b) or (c) has, in relation to a transaction financed by the agreement, any claim against the supplier in respect of a misrepresentation or breach of contract, he shall have a like claim against the creditor, who, with the supplier, shall accordingly be jointly and severally liable to the debtor’, aldus artikel 75 CCA. Dit geldt eveneens als de zaak afkomstig is van een buitenlandse supplier, zoals bijvoorbeeld het geval is bij de implantaten van de Franse fabrikant PIP (XYZ v Travelers Insurance Company Ltd. [2017] EWHC 287 (QB)). Zie: Office of Fair Trading v. Lloyds TSB Bank plc and others [2007] UKHL 48. Zie Twigg-Flesner, Canavan & MacQueen 2016, p. 528-530 voor een uitgebreide behandeling van deze mogelijkheid.
Indien de relatie tussen de hulpverlener en de patiënt gekwalificeerd kan worden als een overeenkomst en de hulpverlener de op hem rustende verbintenis heeft geschonden, dan kan de patiënt zijn vordering jegens de hulpverlener gronden op breach of contract. Doorgaans vloeit er voor de hulpverlener enkel een verbintenis tot het in acht nemen van een duty of care uit de overeenkomst voort. In een dergelijk geval zal de hulpverlener slechts aansprakelijk zijn indien hij niet aan de op hem rustende duty of care heeft voldaan.1 Zoals reeds in de vorige paragraaf is vastgesteld, is deze contractuele duty of care gelijk aan de buitencontractuele duty of care die getoetst wordt in het kader van de (tort of) negligence. Derhalve geldt ook bij een contractuele aansprakelijkheid als uitgangspunt dat de hulpverlener slechts aansprakelijk is voor het gebruik van een ongeschikte hulpzaak indien hij anders had kunnen en moeten handelen dan de maatman.2
De aansprakelijkheid van de hulpverlener wordt echter strikter indien uit de overeenkomst tussen hem en de patiënt (impliciete) garanties voortvloeien. Van een impliciete garantie is sprake indien de wijze waarop een hulpzaak is ingezet, aangemerkt wordt als de levering van de zaak van de hulpverlener aan de patiënt.3 Op grond van (deel 1 van) de Consumer Rights Act 2015 (hierna: CRA) geldt er in een dergelijk geval een impliciete garantie ten aanzien van de kwaliteit van de zaak.
Deel 1 van de CRA ziet krachtens artikel 1(1) CRA op overeenkomsten tussen een trader en een consument waarbij de trader zich ertoe verbindt to supply goods, digital content or services. Een trader is een persoon die handelt met het oog op zijn ‘trade, business, craft or profession, whether acting personally or through another person acting in the trader’s name or on the trader’s behalf’, aldus artikel 2(2) CRA. In een privé-ziekenhuis worden handelingen verricht in het kader van een business.4
Een contract to supply goods kan volgens artikel 3(2) CRA een sales contract, een contract for the hire of goods, een hire-purchase agreement of een contract for transfer of goods zijn. Deze laatste figuur zorgt ervoor dat overeenkomsten die zien op de levering van een zaak niet buiten het toepassingsbereik van de CRA vallen en artikel 8(b) CRA definieert deze figuur dan ook als: ‘A contract to supply goods is a contract for transfer of goods if under it the trader transfers or agrees to transfer ownership of the goods to the consumer and (…) (b) the contract is, for any other reason, not a sales contract or a hire-purchase agreement’.5
Van de supply of goods, oftewel levering, kan volgens Bell sprake zijn indien de hulpverlener een injectie, medicijn, bloedproduct of prothese verstrekt.6 Ook Mulheron noemt als voorbeelden het verstrekken van een prothese, een vaccinatie of medicijnen.7 Teff spreekt in zijn algemeenheid van het verstrekken van een ‘medical device’.8 Dit leidt doorgaans tot een transfer want de patiënt wordt eigenaar van deze zaken.9 Dat de overeenkomst tussen de hulpverlener en de patiënt doorgaans voor het overige deel een overeenkomst tot het verlenen van een service is, laat onverlet dat er tevens een verbintenis tot de supply of goods kan bestaan.10
In artikel 9(1) CRA is bepaald dat iedere overeenkomst die ertoe strekt to supply goods een (impliciete) bepaling bevat dat de kwaliteit van de zaken satisfactory, oftewel toereikend, is. Krachtens artikel 9(2) CRA houdt dit in dat de zaak over de kwaliteit moet beschikken die een redelijk persoon als toereikend zou beschouwen, waarbij acht dient te worden geslagen op de omschrijving van de zaak, de prijs (‘or other consideration for the goods’) en overige relevante omstandigheden. Volgens artikel 9(3) CRA dient onder meer acht geslagen te worden op de geschiktheid van de zaak voor het doel waarvoor deze doorgaans wordt verstrekt. Zo bevat de overeenkomst die een tandarts ertoe verplicht een kunstgebit te leveren een impliciete garantie dat het in de mond van de patiënt past en geschikt is voor reguliere doeleinden zoals eten en praten.11 Relevant is bovendien dat de patiënt mocht vertrouwen op de deskundigheid en het oordeel van de hulpverlener ten aanzien van de keuze voor deze zaak.
Op grond van deze bepaling staat de hulpverlener in voor de kwaliteit van de zaken die hij levert aan de patiënt.12 Dat hij aan zijn zorgvuldigheidsplicht heeft voldaan, bevrijdt hem niet van aansprakelijkheid.13 Met betrekking tot medische zaken, merkt Bell op dat de term ‘satisfactory quality’ niet impliceert dat de zaken effectief dienen te zijn, echter eerder dat ze geen schade toebrengen aan de patiënt.14 Het feit dat medische zaken schade toebrengen aan de patiënt, zal echter ook niet per definitie het oordeel rechtvaardigen dat ze hierdoor niet van ‘satisfactory quality’ zijn. Zo zal het bijvoorbeeld afhangen van de omstandigheden van het geval of ten gevolge van bijwerkingen een medicijn niet van toereikende kwaliteit is.15 Hierbij zal onder meer acht geslagen dienen te worden op de mededelingen die de hulpverlener hieromtrent heeft gedaan.16 Zo bepaalt artikel 4(a) CRA dat een eigenschap die specifiek onder de aandacht van de verkrijger is gebracht, de zaak niet van ontoereikende kwaliteit kan maken.
In het verlengde hiervan is van belang of de zaak is geleverd met het oog op een specifiek doel dat de consument (expliciet of impliciet) kenbaar heeft gemaakt aan de leverancier. In dat geval bevat de overeenkomst op grond van artikel 10 CRA een (impliciete) bepaling dat de zaken geschikt zijn voor dit doel (fitness for a particular purpose).17 De impliciete voorwaarden van satisfactory quality en fitness for a particular purpose zijn twee afzonderlijke begrippen en mogelijk is dat beide voorwaarden aanwezig en in een bepaald geval geschonden zijn,18 maar dit is niet noodzakelijkerwijs in alle situaties het geval.19
Fitness for a particual purpose in de medische context werpt de vraag op voor welk doel een medische zaak wordt geleverd. Met uitzondering van de gevallen die betrekking hebben op cosmetische ingrepen, zal de patiënt de zaak verkrijgen om een genezingsdoel te bereiken. In een dergelijk geval zou de impliciete garantie dat de zaken geschikt zijn voor dat doel betekenen dat de hulpverlener instaat voor de genezing van de patiënt, hetgeen strijdig is met het uitgangspunt van het (Engelse) medische aansprakelijkheidsrecht.20 Bell stelt dat het dan ook meer voor de hand ligt om deze garantie in het kader van de medische behandeling zo uit te leggen dat de zaken redelijkerwijs geschikt zijn voor het doel van genezing van de gediagnostiseerde aandoening.21
Volgens een uitspraak van de Queens Bench uit 2014 is in dit kader de CE-markering relevant.22 In deze zaak ging het om een heupprothese die volgens de patiënt niet over de satisfactory quality beschikte en evenmin fit for its purpose was. De Queens Bench oordeelde dat de notified body op geen moment heeft geoordeeld dat dit type prothese niet voldeed aan de conformiteitsbeoordeling en/of aan andere vereisten neergelegd in de Richtlijn Medische Hulpmiddelen; de markering is dan ook nooit ingetrokken. De gedaagde is evenmin op enig moment ingelicht over het bestaan van twijfels hieromtrent. Volgens de Queens Bench zijn dit relevante (doch geen beslissende) feiten voor de beoordeling van de vraag of een zaak ‘generally of satisfactory quality and/or reasonably fit for purpose’ was. Gekeken dient te worden naar (en daartoe dient bewijs aangedragen te worden) of de individuele prothese die bij de patiënt geïmplanteerd was over voldoende kwaliteit beschikte en geschikt was voor het doel waarvoor het geleverd was. In deze zaak werd aangenomen dat dit het geval was.
De CRA vervangt ten aanzien van overeenkomsten met consumenten grotendeels de Supply of Goods and Services Act 1983.23 Deze act bevat bepalingen met dezelfde strekking als de hiervoor beschreven artikelen van de CRA, maar is sinds de introductie van de CRA enkel nog van toepassing op overeenkomsten waarbij geen consument betrokken is (B2B verhoudingen).24 Op contracten gesloten voor 1 oktober 2015 is de Supply of Goods and Services Act nog van toepassing en in een collectieve actie van gelaedeerden van de PIP-implantaten werd hier een beroep op gedaan.25 Met een deel van de gelaedeerden is een schikking bereikt ‘in the light of expert evidence received in April 2014 which was overwhelmingly likely to lead to a finding that the implants were not of satisfactory quality’.26
Anders dan Bell in 1984 voorspelde, lijkt deze impliciete garantie tot op heden nog geen ‘considerable impact’ te hebben gehad op het medische aansprakelijkheidsrecht.27 Wellicht heeft dit te maken met de al even aangestipte moeilijkheden die gepaard kunnen gaan met de vraag wanneer een medische zaak niet over de satisfactory quality beschikt. In dit verband is een citaat van Jackson over een impliciete garantie ten aanzien van de kwaliteit van medicijnen relevant:28
‘It would be relatively straightforward to establish liability for what are known as manufacturing defects, such as the contamination of a particular batch of medicines. But since almost all drugs cause side effects, it will be difficult to establish that an adverse reaction to a medicine breaches the implied condition of satisfactory quality’.
Indien, zoals gezegd, de patiënt is ingelicht over een mogelijk effect van een medicijn of medische zaak, dan kan er ten aanzien van de verwezenlijking van dat effect geen sprake zijn van schending van een impliciete garantie. Dat het vereiste van fitness for purpose eveneens problematisch kan zijn bij medische zaken kwam reeds naar voren. Dat in de PIP-zaak wel sprake was van het ontbreken satisfactory quality hangt naar alle waarschijnlijkheid in belangrijke mate samen met de specifieke omstandigheden in deze zaak, namelijk dat de implantaten op frauduleuze wijze met industriële siliconen waren gevuld.
In deze paragraaf verdient tot slot opmerking dat de aanwezigheid van een overeenkomst tussen de patiënt en de hulpverlener tot gevolg heeft dat, als de medische zaak is aangeschaft met gebruik van een creditcard, de patiënt eenzelfde claim heeft op de creditor – doorgaans de bank – op grond van artikel 75 lid 1 van de Consumer Credit Act 1974.29 Op grond hiervan heeft een aantal vrouwen met succes de kosten van de PIP-implantaten vergoed gekregen.30