Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/5.2.6.1
5.2.6.1 Ontsnappingsclausule
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
COM(2012) 342 final, p. 3 en 4 (Gemeenschappelijke beginselen).
Nederland is naast Cyprus de enige verdragsluitende lidstaat die geen ontsnappingsclausule heeft opgenomen in het correctiemechanisme. Zie Burret & Schnellenbach, p. 10.
In enkele verdragsluitende landen is wel een rol weggelegd voor de regering of het parlement. Zo treedt de ontsnappingsclausule in Italië en Spanje pas in werking als het parlement hiermee heeft ingestemd. Zie Burret & Schnellenbach, p. 14-18 (tabel 4).
Artikel 126 lid 2 onder a VWEU en uitgewerkt in artikel 2 lid 1 gewijzigde Verordening (EG) 1467/97 en artikel 3 lid 1 sub c Fiscal Compact. Dit doet overigens niet af aan het feit dat ook deze internationale en Europese regelgeving deel uitmaken van de nationale rechtsorde.
COM(2012) 342 final, p. 4 (Gemeenschappelijke beginselen).
De gemeenschappelijke beginselen van de Commissie laten het aan de lidstaten over of zij in het correctiemechanisme ook iets opnemen over (het toepassen van) de ontsnappingsclausule, en dus over de vraag wanneer het correctiemechanisme wordt opgeschort.1 Volgens de gemeenschappelijke beginselen dient de lidstaat daarbij aan te sluiten bij het begrip ‘uitzonderlijke omstandigheden’ zoals neergelegd in het Fiscal Compact en het Stabiliteits- en Groeipact, maar het staat de lidstaat vrij om dit zelf te definiëren.2
In de Wet HOF wordt echter niets bepaald over een ontsnappingsclausule.3 Dit betekent dat de Wet HOF het uiteindelijk aan de Raad, op aanbeveling van de Commissie, overlaat om te bepalen of het correctiemechanisme in werking treedt. De wetgever ziet hier geen rol weggelegd voor de regering of het parlement.4
Doordat de regering ervoor heeft gekozen om geen (verwijzing naar de) ontsnappingsclausule op te nemen in de Wet HOF wordt de regel van begrotingsevenwicht en specifiek het correctiemechanisme niet geheel overgenomen in de Wet HOF. Toepassing van het correctiemechanisme is immers afhankelijk van de vraag of er sprake is van ‘uitzonderlijke omstandigheden’. Volgens de regering is het opnemen van een ontsnappingsclausule echter overbodig: in de Wet HOF wordt immers volledig aangesloten bij de Europese definities en vaststellingen.5 Dit komt niet ten goede aan de zichtbaarheid en transparantie van de toepassing van de regel, een doel dat niet alleen ten grondslag ligt aan het Fiscal Compact, maar ook aan de Wet HOF.6 De (toepassing van de) regel van begrotingsevenwicht is nu deels in nationale wetgeving neergelegd en deels in internationale en Europese regelgeving: het correctiemechanisme heeft een basis in de nationale wetgeving, omdat de Wet HOF immers eist dat er een herstelplan wordt ingediend. De ontsnappingsclausule op basis waarvan kan worden besloten om het correctiemechanisme tijdelijk op te schorten is daarentegen in internationale en Europese regelgeving neergelegd.7
Volgens de gemeenschappelijke beginselen van de Commissie dient de ontsnappingsclausule in hoge mate overeen te komen met de principes over de toepassing van de ontsnappingsclausules waarover op EU-niveau overeenstemming is bereikt.8 Gelet hierop, en gelet op de formulering van artikel 2 Wet HOF, had de regering er bijvoorbeeld voor kunnen kiezen om een bepaling op te nemen in de Wet HOF waarin verwezen wordt naar de ontsnappingsclausule. Er zou dan kunnen worden verwezen naar de definities inzake ‘uitzonderlijke omstandigheden’ zoals neergelegd in het Fiscal Compact en het Stabiliteits- en Groeipact. Dit had de transparantie en de zichtbaarheid van de toepassing van het correctiemechanisme kunnen vergroten. Bovendien zou het opnemen van een ontsnappingsclausule in de Wet HOF ook houvast kunnen bieden aan de Raad van State bij de beoordeling of deze clausule van toepassing is (zie hierover paragraaf 5.3). Volgens het Fiscal Compact is het immers een taak van de nationale onafhankelijke begrotingstoezichthouder om een oordeel te geven over het bestaan van uitzonderlijke omstandigheden en het al dan niet toepassen van de ontspanningsclausule.