Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/6.4.2
6.4.2 Toekenning van rechtspersoonlijkheid
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS384619:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
Weliswaar leidt ontbinding van de rechtspersoon als de vennoten het aandeel van de uittreder niet willen overnemen tot discontinuïteit van de VOF, maar vennoten moeten niet gedwongen worden om de vennootschap voort te zetten in een samenstelling die zij niet wenselijk achten (namelijk zonder de opzegger), terwijl een vennoot die niet langer de wil heeft om samen te werken de mogelijkheid moet hebben om de samenwerking in elk geval zijnerzijds te beëindigen. De vennoten moeten echter wel de mogelijkheid hebben om te voorzien in een regeling die de opzegbaarheid van de vennootschap (voor een bepaalde periode) uitsluit of beperkt.
Van de hiervoor genoemde opties, is toekenning van rechtspersoonlijkheid aan een VOF mijns inziens de beste. Vermogensrechtelijk gezien levert dit voordelen op in het bijzonder wanneer vennoten toe- en uittreden, omdat 1) slechts een aandeel in de rechtspersoon in plaats van in elk goed afzonderlijk geleverd hoeft te worden en 2) duidelijk is dat de rechtspersoon partij is en blijft bij overeenkomsten. Wanneer een vennoot failliet gaat, heeft zijn curator goederenrechtelijk gezien nog slechts een rol bij de overdracht van zijn aandeel in de rechtspersoon. Verdeling en levering van vennootschappelijke goederen is immers niet aan de orde. Bepaald dient te worden dat een aandeel in de rechtspersoon, behoudens toestemming van de overige vennoten, onoverdraagbaar en niet voor overgang vatbaar is. Zo kunnen willekeurige derden geen vennoot worden en kunnen privécrediteuren eventuele wisselingen in het vennotenbestand niet verhinderen door beslag te leggen op een aandeel. Van bevoor- of benadeling van privé- en zaakscrediteuren hoeft met de toekenning van rechtspersoonlijkheid geen sprake te zijn, omdat zaakscrediteuren nog steeds exclusief verhaal kunnen nemen op het vermogen van de VOF en daarnaast ook de vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn. De VOF krijgt wel een grote mate van zelfstandigheid ten opzichte van zowel derden als de vennoten. De overblijvende vennoten kunnen mijns inziens niet gedwongen worden om het aandeel over te nemen van een vennoot die wil uittreden, tenzij zij anders zijn overeengekomen. In het geval dat men niet bereid is een aandeel over te nemen en een van de vennoten wil uittreden, zal de opzegging van deze vennoot tot ontbinding van de vennootschap leiden. Dit geldt tenzij de vennoot die wil uittreden de vennootschap opzegt in de periode waarin opzegging is uitgesloten. Uittreding is dan niet mogelijk.1
Toekenning van rechtspersoonlijkheid kan tot de volgende vragen en problemen aanleiding geven: wat is de status van de rechtspersoon als de overeenkomst nietig is en hoe moet rechtspersoonlijkheid worden verkregen. Een goede, werkbare oplossing van deze problemen is mijns inziens een voorwaarde voor het goed kunnen functioneren van deze rechtsfiguur. De problemen kunnen goed worden opgelost, en wel als volgt. Voor een werkbare regeling voor het geval de vennootschapsovereenkomst nietig of vernietigbaar is, kan worden aangesloten bij de Belgische en de Duitse regelingen. Een nietigheids- of vernietigingsgrond kan niet leiden tot nietigheid ex tunc, maar ontbindt de VOF zodra deze wordt ingeroepen. De VOF wordt geacht rechtsgeldig te zijn geweest tot aan het moment van inroeping, zodat verrichte handelingen een geldige basis hebben. Vanaf het moment van inroeping moet de VOF vereffend worden, waarbij de regels uit de overeenkomst en de wet worden toegepast. Op deze wijzen worden rechten van derden gerespecteerd.
Het moment van verkrijging van rechtspersoonlijkheid moet duidelijk en ondubbelzinnig zijn; er is dus een objectief bepaalbaar moment nodig. Gekozen kan ten eerste worden voor verplichte notariële tussenkomst, waarbij de rechtspersoon ontstaat door het verlijden van de notariële akte. Dit brengt echter kosten met zich, die een belangrijke reden zijn geweest voor het intrekken van het Wetsvoorstel personenvennootschappen. Een tweede mogelijkheid is dat de rechtspersoon tot stand komt door inschrijving in het handelsregister. Dit werd als lastig gezien, vanwege de tijd die kan zitten tussen opgave en inschrijving. Ik meen echter dat in het huidige digitale tijdperk deze vrees niet meer zo relevant is. Mocht een goed aan de rechtspersoon zijn geleverd voor hij is ontstaan, dan kan de rechtspersoon na oprichting de rechtshandeling bekrachtigen. Bovendien vormt het vennootschappelijk vermogen tot aan de verkrijging van rechtspersoonlijkheid een afgescheiden en doelgebonden vermogen, zodat het maar de vraag is voor wie de tijd tussen opgave en inschrijving onduidelijkheid schept. Ook in België wordt rechtspersoonlijkheid verkregen op het moment waarop de VOF is ingeschreven. Daar ziet men echter wel dat de populariteit van de VOF drastisch is afgenomen sinds voor de totstandkoming ervan een formeel vereiste wordt gesteld.