Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/3.3.3.0
3.3.3.0 Inleiding
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661410:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Communicatierichtlijnen voor Belastingdienstteksten 2014.
Communicatierichtlijnen voor Belastingdienstteksten 2014.
Communicatierichtlijnen voor Belastingdienstteksten 2014.
Vgl. Belastingdienst Beleidsplan Communicatie 2011-2015, par. 4: ‘Bij al deze activiteiten is er een nauwe samenwerking tussen de onderdelen van de communicatiefunctie, de materiedeskundigen en het domein dienstverlening.’ Zie ook Belastingdienst, Schrijfwijze woorden en begrippen (laatstelijk geraadpleegd 21 april 2020), waarin ‘inhoudelijke specialisten en tekstredacteuren’ worden genoemd; Klaassen 2004, p. 120-123 over voorlichting bij de elektronische aangifte en de samenwerking tussen voorlichtingsafdelingen en beleidsafdelingen, voorlichtingskundigen en materiedeskundigen.
Zie Klaassen 2004, p. 123 die in het kader van een casestudy naar voorlichting bij de elektronische aangifte beschrijft dat na eerdere stappen ‘Beleidsmedewerkers werden ingeschakeld voor een “fiscale check”. Dat wil zeggen dat zij controleerden of de voorlichting inhoudelijk en fiscaaljuridisch juist was.’ In Belastingdienst, Schrijfwijze woorden en begrippen (laatstelijk geraadpleegd 21 april 2020) valt te lezen: ‘Met grote regelmaat ontstaat er discussie over de formulering van tekstonderdelen en termen die geregeld voorkomen in brieven en andere teksten. Over een flink aantal daarvan hebben we inmiddels afspraken gemaakt. Meestal zijn die afspraken het resultaat van een goed gesprek tussen inhoudelijke specialisten en tekstredacteuren. Als die er niet uitkomen, neemt het huisstijlteam een beslissing, zonodig in overleg met het Ministerie. De afspraken over het gebruik van termen vind je in deze Huisstijlwijzer.’ Zie ook Belastingdienst, Corporate verhaal Belastingdienst 2018, p. 2: ‘We zijn van oudsher een juridisch georiënteerde organisatie, vooral bezig met aangiften en het goed toepassen van de wet. Onze eerste vraag is nog vaak: klopt het? En dan pas: snapt iemand dit nog?’
Van alle eisen die de Belastingdienst stelt aan zijn communicatie met burgers, lijkt begrijpelijkheid prioriteit te hebben, zo illustreert het overkoepelende motto: ‘duidelijke taal is normaal’.1 Begrijpelijkheid en toegankelijkheid van informatie komt dan ook terug in vrijwel elk aspect van het communicatiebeleid. Begrijpelijkheid is volgens de Belastingdienst niet los te zien van de ‘ontvanger’ van de informatie (de burger). Dat volgt ook uit het eerstgenoemde uitgangspunt bij de Communicatierichtlijnen voor Belastingdienstteksten is dat in communicatie ‘proces en logica van de lezer’ als vertrekpunt wordt genomen.2
Teksten van de Belastingdienst (dus ook voorlichtende teksten) dienen juridisch juist én begrijpelijk te zijn, zo schrijven de Communicatierichtlijnen voor:
‘[Z]org voor een goede balans tussen juridische juistheid en begrijpelijkheid
We willen teksten die fiscaal juist zijn én in duidelijke taal geformuleerd. Het één hoeft niet ten koste te gaan van het ander.’3
Voor het evenwicht tussen juridische juistheid en begrijpelijkheid betrekt de Belastingdienst bij teksten zowel (fiscaal) inhoudelijk deskundigen als tekstredacteuren.4 Het is mij niet bekend wie – in geval van discussie over de balans tussen beide eisen in concrete gevallen – daarbij het ‘laatste woord’ heeft. Vermoedelijk zullen bij geschreven teksten (zoals toelichtingen) inhoudelijk deskundigen ter controle een ‘fiscale check’ doen, zo volgt althans uit een eerdere case study.5