Niet-betaling in de btw
Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/2.4.7:2.4.7 Tussenconclusie rechtskarakter
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/2.4.7
2.4.7 Tussenconclusie rechtskarakter
Documentgegevens:
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS497821:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Onder de term rechtskarakter moeten de oorspronkelijke doelstellingen van de (Unie)wetgever worden verstaan. Het is een ideaalbeeld dat aan een bepaalde belastingwet ten grondslag ligt en tot kwaliteitsnorm kan worden verheven om bestaande wetgeving aan te toetsen. Het rechtskarakter van de btw beschrijft wie, wat en op welke wijze de btw beoogt te belasten. Ik kom tot de conclusie dat de btw zowel op Unierechtelijk als op nationaalrechtelijk niveau het doel heeft om consumptie van de consument op een neutrale manier te heffen. Het rechtskarakter is daarmee breder dan het verbruiksbeginsel, dat beschrijft wie en wat belast zou moeten worden. Het heeft ook betrekking op het neutraliteitsbeginsel, dat betrekking heeft op de vraag op welke wijze btw zou moeten worden geheven en de btw onderscheidt van andere omzetbelastingsoorten. Dat in werkelijkheid bestedingen en ondernemers in de heffing worden betrokken hoeft dit doel niet in de weg te staan: de systematiek van de btw zorgt er immers veelal voor dat de btw door ondernemers op de consument wordt afgewenteld. Als het vigerende recht (in het bijzonder de Btw-richtlijn en/of de Wet OB 1968) desondanks niet beantwoordt aan bedoelde doelstelling, dan ontbreekt het de wetgeving aan kwaliteit. Dit is bijvoorbeeld bij vrijstellingen het geval. Van kwalitatief goede (Unie)wetgeving is sprake als het verkregen beeld van het geldende recht overeenstemt met het vooraf gecreëerde ideaal. Voor dit onderzoek is met name van belang na te gaan hoe de Btw-richtlijn en de Wet OB 1968 op het gebied van niet-betaling zich verhouden tot het rechtskarakter van de btw. Het verbruiks- en neutraliteitsbeginsel hebben hierbij niet de hoedanigheid van een rechtsbeginsel van het Unierecht (als uitleggingsbeginsel), maar vormen in wezen de invulling van het rechtskarakter (als ideaalbeeld). In dit onderzoek zal een belangrijke rol zijn weggelegd voor het neutraliteitsbeginsel, in het bijzonder het verbod op cumulatie en het uitgangspunt dat de ondernemer, als onbezoldigd rijkskassier, moet worden bevrijd van de uiteindelijke btw-last.