Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/17.4.5
17.4.5 De beheeropdracht
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS372160:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 17.4.3.
Pitlo Goederenrecht, nr. 120. Snijders en Rank-Berenschot, nr. 200.
Anders Geerts, Rechtspersonen, aant. 10.2 bij art. 2:356 BW, die stelt dat sprake is van een overeenkomst van opdracht tussen de beheerder en de oorspronkelijke aandeelhouder. Mijns inziens is dat niet het geval, omdat dit niet te rijmen is met het feit dat het beheer in de eerste plaats gericht is op het belang van de vennootschap en de daaraan verbonden onderneming en de rechtsverhouding tussen de beheerder en de oorspronkelijke aandeelhouder te veel afwijkt (van de wezenlijke aspecten) van de wettelijke regeling van de overeenkomst van opdracht.
Vgl. art. 7:408 BW.
Zie par. 17.2.4 en 17.6.3.1. Vgl. art. 6:217 BW en art. 7:401 BW.
Vgl. enerzijds art. 7:403 BW en anderzijds art. 2:357 lid 5 BW.
Zie ook par. 17.6.3.5.
Vgl. enerzijds art. 7:402 BW en anderzijds HR 11 juli 2014, NJ 2014/389 m.nt. Van Schilfgaarde, JOR 2014/263 m.nt. Josephus Jitta bij JOR 2014/264 (Novero-II).
Zie par. 17.3.2.
Eikelboom 2011A. Instemmend Josephus Jitta 2016, par. 4.
Anders Josephus Jitta 2016 die uitgaat van een schending van een verkeersnorm.
Zie Hof Amsterdam (OK) 23 juni 1994, NJ 1995, 456 m.nt. Maeijer (ITP) en 14 november 2006, JOR 2007/10 m.nt. Josephus Jitta (TCA). Een andere reden om zo’n overeenkomst te sluiten, kan zijn het creëren van duidelijkheid omtrent de rechten en verplichtingen over en weer.
Zie bijvoorbeeld art. 3:207 lid 1 BW, art. 3:210 lid 1 en 3 BW, art. 3:212 lid 2 BW en art. 3:216 BW.
De beheeropdracht van de beheerder heeft in beginsel geen goederenrechtelijk karakter,1 maar een verbintenisrechtelijk en/of rechtspersoonrechtelijk karakter. De beheeropdracht kan wel deels een goederenrechtelijk karakter krijgen als een recht van vruchtgebruik achterblijft bij de getroffen aandeelhouder. Hierna wordt die mogelijkheid buiten beschouwing gelaten tenzij uitdrukkelijk het tegendeel blijkt.
Bij overdracht ten titel van beheer buiten het enquêterecht wordt de beheeropdracht aangemerkt als een overeenkomst van opdracht.2 Deze kwalificatie is echter niet mogelijk bij overdracht ten titel van beheer in het kader van het enquêterecht. De opdrachtgever kan namelijk niet aangewezen worden.3
De ondernemingskamer komt nog het meest in de buurt van de opdrachtgever. De tijdelijk beheerder wordt namelijk door de ondernemingskamer aangesteld en zij kan de opdracht beëindigen.4 De ondernemingskamer formuleert ook de beheeropdracht5 en kan vergen dat de tijdelijke beheerder verslag uitbrengt.6 De oorspronkelijke aandeelhouder en vennootschap hebben deze rechten niet.7
Het aannemen van een overeenkomst van opdracht tussen de beheerder en de ondernemingskamer lijkt mij niet juist, omdat de ondernemingskamer met rechtspreken is belast en niet met (het delegeren van) het beheer van aandelen. De ondernemingskamer kan ook geen instructies geven aan de tijdelijke beheerders.8 Het beheer geschiedt voorts niet in het belang van de ondernemingskamer.9
De beheeropdracht van de beheerder is mijns inziens een rechtsfiguur sui generis.10 Handelt de beheerder in strijd met de beheeropdracht, dan handelt hij in strijd met een wettelijke plicht.11 Indien dat de beheerder is toe te rekenen en sprake is van schade, dan is de beheerder voor die schade aansprakelijk op grond van onrechtmatige daad (dit wordt uitgewerkt in par. 17.8.2). De beheerder kan echter na het treffen van de (onmiddellijke) voorziening wel een beheer overeenkomst sluiten met (bijvoorbeeld) de oorspronkelijke aandeelhouder, mits de ondernemingskamer daarmee instemt.12
Indien een recht van vruchtgebruik achterblijft bij de getroffen aandeelhouder, kunnen bij het treffen van de desbetreffende (onmiddellijke) voorziening regels worden gesteld met betrekking tot de verhouding tussen de vruchtgebruiker en tijdelijke beheerder.13