Einde inhoudsopgave
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/2.1
2.1 Inleiding
mr. G. Pesselse, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. G. Pesselse
- JCDI
JCDI:ADS609506:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Shapiro 2011, p. 13-18; Margolis & Laurence 2011, par. 5; Schauer 2015, p. 35-37; hierover tevens Visser 2001, p. 36-41, met verdere verwijzingen naar Nederlandstalige bronnen.
Methodologische opmerking: de Nederlandse literatuur en parlementaire stukken zijn hiertoe doorgenomen op (varianten van) het woord ‘verlofstelsel’ en woorden van gelijke strekking zoals ‘selectiestelsel’ en vertalingen als ‘certiorari’, ‘leave to appeal’ en ‘permission to appeal’. Zie over deze termen en vertalingen nader paragraaf 2.5e.
Vgl. Schauer 2015, p. 37-41.
Methodologische opmerking: omdat de rechtsvergelijking in dit hoofdstuk enkel dient ter illustratie, zijn niet de meest recente of primaire bronnen aangeboord, maar is vooral gebruik gemaakt van reeds beschikbaar materiaal, namelijk Groenhuijsen & De Hullu 2002, Stamhuis 2002 en 2004 en van Köhne 2000.
Ondanks het wijdverbreide gebruik ervan, is de betekenis van het begrip verlofstelsel verre van duidelijk. In de literatuur zijn diverse tegenstrijdige omschrijvingen te vinden. Het doel van dit hoofdstuk is de verwarring omtrent het begrip verlofstelsel te illustreren én op te helderen. Pas als begripsbepaling heeft plaatsgevonden, kan de toelaatbaarheid van verlofstelsels (in het Nederlandse strafrecht) onder verdragsrecht behoorlijk worden onderzocht. In dit hoofdstuk staat daarom de vraag centraal wat de betekenis is van het begrip verlofstelsel.
In plaats van de betekenis van dit begrip te bepalen op grond van wetgeving of jurisprudentie, wordt hieronder gepoogd de conceptuele vraag in een meer algemene zin te beantwoorden. Daarbij wordt een werkwijze gebruikt die is afgekeken van de onder filosofen beoefende conceptuele analyse. Conceptuele analyse is zeer kort gezegd een zoektocht naar de noodzakelijke en voldoende voorwaarden voor toepassing van een bepaald concept op basis van intuïties of truisms (gemeenplaatsen) daarover.1 Analoog daaraan worden in dit hoofdstuk de onder Nederlandstalige juristen levende intuïties over het begrip verlofstelsels verzameld en vergeleken. Concreet wordt daartoe bezien welke definities in literatuur en parlementaire stukken van het begrip verlofstelsel worden gebruikt.2 Deze definities worden kritisch geanalyseerd teneinde de onderliggende intuïties van auteurs te schikken, te schiften en te vangen in deels nieuwe begrippen. Hoewel conceptuele analyse onder filosofen niet onbetwist is,3 lijkt mij gebruikmaking daarvan voor verheldering van het begrip verlofstelsel bijzonder nuttig.
Voordat de vraag naar de betekenis van het begrip verlofstelsel wordt beantwoord, is het nodig in paragraaf 2 eerst een korte schets te geven van de gewone rechtsmiddelen hoger beroep en cassatie. Tegen die achtergrond worden vervolgens in paragraaf 3 verschillende definities van de term verlofstelsel besproken. In de derde paragraaf zal blijken dat geen consensus bestaat over wat een verlofstelsel precies is. In paragraaf 4 worden enkele onbruikbare oplossingen voor dit conceptuele probleem besproken, waarna ik in paragraaf 5 uiteindelijk een eigen definitie van het begrip verlofstelsel uiteenzet. In paragraaf 6 wordt deze definitie kort toegepast op het Nederlandse strafprocesrecht, worden aldus drie verlofstelsels geïdentificeerd en wordt vooruitgeblikt op de navolgende hoofdstukken. Illustratie van de uiteenzettingen in dit hoofdstuk vindt plaats met behulp van rechtsvergelijkende voorbeelden uit zowel binnen- als buitenland.4