De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/6.3.3:6.3.3 Gaat het om de gezamenlijke overwegende zeggenschap als doel?
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/6.3.3
6.3.3 Gaat het om de gezamenlijke overwegende zeggenschap als doel?
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS367578:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Enigszins anders nog Beckers 2009-1, p. 30. Voortschrijdend inzicht bracht mij tot het thans ingenomen standpunt.
Zie § 5.5.2.2 (Frankrijk) en § 5.7.2.2 (België). Uit het IBt-arrest van het Brusselse Hof van Beroep uit 2010 wordt afgeleid dat voor handelen in onderling overleg niet nodig is dat de gezamenlijke controle wordt nagestreefd, zie nader Gollier 2010, p. 1014 e.v.
In Nederland speelt dit concept bijvoorbeeld bij de evenredige consolidatie van joint ventures (art. 2:409 BW).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Evenmin is vereist dat partijen gezamenlijke overwegende zeggenschap beogen.1 Met name in de lidstaten die bij de bieddrempel in het kader van het verplicht bod hebben verwezen naar de jaarrekeningrechtelijke consolidatiecriteria, waarin de notie van de gezamenlijke controle (joint control of shared control) voorkomt, is hierover discussie geweest (Frankrijk en België2).
Naar mijn mening zou de beperking tot joint control in de eerste plaats op gespannen voet staan met de tekst van de acting in concert-definitie; het woord “gezamenlijke” zou dan – zonder grondslag – moeten worden ingelezen. Bovendien zou een dergelijke interpretatie van de definitie niet passen bij de strekking van de biedplicht; vanuit het perspectief van minderheidsaandeelhouders maakt het niet uit wie wat beoogt, zolang er maar samenwerking is waaruit op grond van objectieve maatstaven de intentie kan worden afgeleid de zeggenschap te verwerven (zie hiervoor). Een andere aanwijzing in die richting is dat moeilijk voorstelbaar is hoe dit bij defensief acting in concert, samenwerking met het oog op het dwarsbomen van een aangekondigd openbaar bod (hoofdstuk 8), toegepast zou moeten worden. Waar gezamenlijke overwegende zeggenschap een erkend fenomeen is, onder meer in de jaarrekeningrechtelijke consolidatiecriteria (joint control)3, is onduidelijk wat men zich zou moeten voorstellen bij het streven naar het gezamenlijk dwarsbomen van een bod.
Deze discussie is tot op zekere hoogte theoretisch; in de praktijk zal vrijwel steeds kunnen worden gezegd dat partijen die gezamenlijk de zeggenschap beogen, tevens gezamenlijke zeggenschap beogen.