Einde inhoudsopgave
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/6.2.3.5
6.2.3.5 Vennootschapsbelastingplichtige aandeelhouder
Dr. J.L. van de Streek, datum 01-09-2008
- Datum
01-09-2008
- Auteur
Dr. J.L. van de Streek
- JCDI
JCDI:ADS500124:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vennootschapsbelasting / Fiscale eenheid
Vennootschapsbelasting (V)
Vennootschapsbelasting / Omzettingsregeling
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie Pj. Wattel, ‘Liquidatieverliezen op deelnemingen’, WFR 1983, 273.
Zie Kamerstukken II 1987/88, 19 968, nr. 7, p. 39, hetgeen overigens afwijkt van de eerdere opmerkingen in Kamerstukken II 1968/69, 6000, nr. 22, p. 29, rechter kolom. Volgens de wetgever valt het niet in aanmerking nemen van een hoger opgeofferd bedrag niet te rechtvaardigen vanwege de overeenkomst met de situatie waarin dividend wordt uitgekeerd en vervolgens wordt aangewend om op de aandelen te storten.
Tenzij de winstbonus wordt uitgekeerd ten laste van reeds bij de verwerving van de deelneming aanwezige reserves. Zie D. Juch en W.C.M. Martens, De deelnemingsvrijstelling in de Wet op de vennootschapsbelasting (FED Fiscale Brochure), Deventer: Kluwer 2002, p. 130-131en J.A.G. van der Geld, ‘De deelnemingsvrijstelling’, TFO 2003/1, p. 1-38.
Voor het vennootschapsbelastingplichtige lichaam dat de aandelen in de in een NV om te zetten BV en omgekeerd rekent tot het ondernemingsvermogen, geldt hetzelfde als hetgeen ik heb opgemerkt in paragraaf 6.2.3.2 hiervóór met betrekking tot een ondernemer natuurlijk persoon. Voor het vennootschapsbelastingplichtige lichaam geldt immers op grond van art. 8 lid 1 Wet VPB 1969 het winstregime van de inkomstenbelasting.
De eventuele omzetting van winstreserves in aandelenkapitaal met het oog op het voldoen aan het minimumkapitaalvereiste van € 45 000 vraagt nog bijzondere aandacht in de situatie waarin de aandelen in de in een NV om te zetten BV een (vrijgestelde) deelneming vormen ex art. 13 Wet VPB 1969. Het is namelijk onduidelijk of het opgeofferde bedrag voor de aandelen in de in een NV omgezette BV ex art. 13d Wet VPB 1969 met de (nominale) waarde van winstbonus mag worden verhoogd.1 De wetgever heeft in dit verband opgemerkt dat het niet is uitgesloten dat een winstbonus het opgeofferde bedrag verhoogt indien en voor zover de aandeelhouder een (al dan niet op grond van de deelnemingsvrijstelling vrijgesteld) voordeel tot uitdrukking brengt.2 In paragraaf 6.2.3.2 hiervóór heb ik geconstateerd dat goed koopmansgebruik ex art. 3.25 Wet IB 2001 zich niet tegen het in aanmerking nemen van een voordeel verzet. Bovendien wordt wel verdedigd dat het, mede in verband met de invloed van de gevoerde dividendpolitiek op het liquidatieverlies, alleszins redelijk is dat de winstbonus het opgeofferde bedrag met haar nominale waarde verhoogt.3 Wat daarvan ook zij, de Staatssecretaris van Financiën staat geen verhoging toe van het opgeofferde bedrag ex art. 13d Wet VPB 1969 bij de uitreiking van bonusaandelen. In het Besluit van 26 februari 2008, nr. CPP2008/257M, V-N 2008/13.9, onderdeel 5.2.1 geeft hij daarvoor als reden dat – ondanks de verschuiving van winstreserves naar kapitaal/agio – niet kan worden gezegd dat de moedermaatschappij ter gelegenheid van de uitgifte van de winstbonusaandelen iets opoffert.