Einde inhoudsopgave
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/14.10.2
14.10.2 De dag van storting
mr. P.H.N. Quist, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. P.H.N. Quist
- JCDI
JCDI:ADS367011:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Kamerstukken II 1981/82, 16551, 6, p. 13.
Dat zag ik eerder anders. Zie Quist 2009, p. 423-426.
Tot invoering van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht artikel 2:180 lid 2 sub b BW.
Overigens zijn er meer gevolgen verbonden aan het niet volstorten van aandelen. Zo blijft de voormalig aandeelhouder ook na overdracht hoofdelijk jegens de vennootschap aansprakelijk voor nog niet gedane storting (2:199 BW) en kunnen deze niet worden ingekocht (2:207 BW). Bij de berekening van het bedrag dat op ieder aandeel zal worden uitgekeerd komt, tenzij de statuten anders bepalen, slechts het bedrag van de verplichte stortingen op het nominale bedrag in aanmerking (2:216 lid 6 BW).
De vraag is of het begrip ‘de dag van storting’ een beperking impliceert. Voor de beantwoording van die vraag is nodig om het begrip storting te bepalen. Wat is storting en, in het verlengde daarvan, wanneer kan storting plaatsvinden? De stortingsplicht ontstaat pas bij het nemen van het aandeel. Zou ‘storten’ worden gezien als voldoen aan de stortingsplicht, dan zou storting voor oprichting niet mogelijk zijn. De wet lijkt dat standpunt niet in te nemen nu daarin ook storting voor oprichting wordt erkend.1 Ik meen dan ook dat onder ‘storting’ niet dient te worden gelezen ‘voldoening aan de stortingsplicht’, maar ‘betaling ter storting’.2 Zou een jaar voor oprichting van de BV worden gestort in een andere valuta dan die van de aandelen, dan is de wisselkoers van de dag van betaling bepalend. Zou de wisselkoers op het moment van oprichting dramatisch zijn gedaald, dan heeft dat in beginsel geen gevolgen voor de storting. Bepalend blijft de wisselkoers op de dag van storting/betaling. Overigens lijkt het mij niet ondenkbaar dat in het geval dat er een aanzienlijk kapitaal bij oprichting wordt geplaatst en storting in een andere valuta dan die waarin de aandelen zijn uitgedrukt lang voor de oprichting is geschied waarna de koers zeer aanzienlijk is gedaald, de vraag moet worden gesteld of de koers op de dag van storting in redelijkheid nog wel kan worden aangehouden. Zeker in de gevallen dat het destijds betaalde bedrag niet werkelijk ten dienste van de vennootschap heeft gestaan omdat hiermee geen rechtshandelingen namens de BV i.o. zijn verricht, kan men zich afvragen of het redelijk is dat ook in dat geval de wisselkoers van de dag van storting wordt aangehouden.
Overigens is de vraag of en in welke mate er op aandelen bij oprichting is gestort voor de BV inmiddels veel minder relevant dan voorheen. Anders dan voor de invoering van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht bevat de wet nu niet langer de sanctie van bestuurdersaansprakelijkheid voor verrichte rechtshandelingen in het tijdvak voordat het gestorte deel van het kapitaal ten minste het bij de oprichting voorgeschreven minimumkapitaal bedraagt.3 Dat is ook begrijpelijk nu de wet voor de BV geen wettelijk minimumkapitaal meer voorschrijft. Het directe gevolg van het niet voldoen aan de stortingsplicht bij oprichting van een BV voor de aandeelhouder is dat de aandeelhouder daar alsnog aan moet voldoen.4 Voor de NV kent de wet de regeling zoals deze voorheen ook voor de BV gold nog wel: de bestuurders zijn naast de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk voor elke tijdens hun bestuur verrichte rechtshandeling waardoor de vennootschap wordt verbonden in het tijdvak voordat het deel van het gestorte kapitaal ten minste het bij de oprichting voorgeschreven minimumkapitaal bedraagt (2:69 lid 2 sub b BW). Dit betreft een dubbele eis: niet alleen dient er ten minste € 45.000 te zijn gestort, tevens dient ten minste een vierde van het geplaatste aandelenkapitaal te zijn gestort.