Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/4.7.5
4.7.5 Zaaksvorming (art. 5:16 BW) als wettelijke grondslag?
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS645025:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Wichers (2002), p. 320; Spath, AA 2004/02; Schuijling (2016), p. 110-111; Spath, VrA (2011), p. 12.
Dat sprake moet zijn van vormende arbeid onder het BW zie: HR 24 maart 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1680, m. nt. W.M. Kleijn (Crediteurenbelangen Hollander’s/Rabo Domburg, Hollander’s Kuikenbroederij). Voor de ontwikkeling van embryo’s tot kuikens oordeelde de HR: “(…) dat voor het kunstmatig uitbroeden van eieren gedurende een periode van omstreeks drie weken een reeks van handelingen is vereist, te weten — onder meer — door de eieren in een of meer broedinstallaties te plaatsen, en daarin het natuurlijke broedproces na te bootsen door de eieren regelmatig van positie te veranderen en voorts door zorgvuldig de juiste temperatuur en vochtigheidsgraad in de broedinstallatie te bewaren.”
Zie over “nieuwe zaken” bij zaaksvorming: HR 6 januari 1961, ECLI:NL:HR:1961:36, m. nt. L. E. H. Rutten (Seneca-Forum); HR 5 december 1986, ECLI:NL:PHR:1986:AB9250, m. nt. W.M. Kleijn (Gescheurde orchideeën): “(…) nu dit scheuren een onomkeerbare bewerking is waardoor telkens uit de oude plant twee nieuwe planten worden gevormd die elk een eigen leven gaan leiden, twee zaken ontstaan die naar verkeersopvattingen elk een eigen, van die van de oorspronkelijke zaak te onderscheiden identiteit hebben.” Zie ook Wichers (2002), p. 209-210, die stelt dat afscheiding geen wijze van zaaksvorming is.
HR 5 december 1986, ECLI:NL:PHR:1986:AB9250, m. nt.W.M. Kleijn (Gescheurde orchideeën).
Zie over de rechtsverhoudingen in zo’n geval: Lokin, AA 2008/03, p. 195.
Zie hierover ook Spath, AA 2004/02, p. 97 e.v.
In de literatuur wordt de wettelijke grondslag van de eigendomsverkrijging na afscheiding vaak gevonden in de artikelen over natrekking, vermenging en zaaksvorming.1 Deze bepalingen gaan immers over het spiegelbeeld van afscheiding. Het artikel over zaaksvorming is van toepassing als sprake is van een nieuwe zaak door vormende arbeid. Van vormende arbeid is bij afscheiding echter geen sprake.2 Evenmin zal een afgescheiden zaak een andere identiteit hebben verkregen dan ze had toen ze nog een bestanddeel was.3 Een motor die is verwijderd uit een boot, blijft een motor. Alleen is deze motor door de verwijdering een zelfstandige zaak geworden. Zaaksvorming heeft geen spiegelbeeld. Als een onderdeel van een zaak wordt afgescheiden, dan is er geen sprake van “zaaksontvorming” of iets dergelijks. Wel kan van zaaksvorming sprake zijn tijdens of ná het afscheiden, maar in zo’n geval zijn de “normale” regels van zaaksvorming van toepassing en geen indirecte of uit deze regels afgeleide bepalingen.4 Het gevolg van zaaksvorming is dat alle bestaande rechten van vóór de vorming komen te vervallen. Van continuïteit van zakelijke rechten is geen sprake. In een uitzonderlijk geval kan mede-eigendom ontstaan.5 Het artikel over zaaksvorming is wat betreft afscheiding slechts van belang om het wettelijke systeem in kaart te brengen, aangezien het artikel, evenals 5:15 BW, betrekking heeft op een “nieuwe zaak”.6