Zekerheid voor de vastgoedfinancier
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor de vastgoedfinancier (R&P nr. VG9) 2019/8.6.1:8.6.1 Verhuurbevoegdheid
Zekerheid voor de vastgoedfinancier (R&P nr. VG9) 2019/8.6.1
8.6.1 Verhuurbevoegdheid
Documentgegevens:
S.J.L.M. van Bergen, datum 13-11-2018
- Datum
13-11-2018
- Auteur
S.J.L.M. van Bergen
- JCDI
JCDI:ADS625450:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Asser/Van Mierlo 3-VI 2016, nr. 386, Visser 2013a, p. 385, Barkey Wolf 2009, p. 123, Loesberg & Van Ingen 2010, Struycken & Wijnstekers 2016, p. 41, Gerver 1994a, p. 78.
Vgl. ook Rb. Amsterdam 8 oktober 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BK1877 over de verhuur van een hotel door de beherend hypotheekhouder (r.o. 2.9). Over de vraag of met dat doel een (particuliere) hypotheekgever uit zijn woning gezet mag worden, zie Loesberg & Van Ingen 2010.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Om leegstand tegen te gaan heeft een Engelse hypotheekhouder een wettelijke bevoegdheid om na inbezitneming het vastgoed te verhuren. De huurovereenkomsten die hij in dat verband sluit, worden geacht driepartijenovereenkomsten te zijn, waarbij zowel de hypotheekhouder, de huurder als de hypotheekgever partij zijn. Op die manier is de hypotheekgever ook gebonden aan de huurovereenkomsten die de hypotheekhouder aangaat. Wanneer later het bezit van de hypotheekhouder zou eindigen, zijn hierdoor de rechten van de huurder tegenover de hypotheekgever gewaarborgd.
In de Nederlandse literatuur wordt verhuur van vastgoed vrij standaard als voorbeeld van een beheershandeling ex art. 3:267 BW genoemd.1 Het lijdt daarom geen twijfel dat een Nederlandse hypotheekhouder als beheerder van het vastgoed tot verhuur mag overgaan.2 Op dit punt wijkt de positie van de Nederlandse hypotheekhouder niet af van die van de Engelse. Wanneer verhypothekeerd vastgoed leeg staat, kan het via inbeheerneming weer verhuurd worden.
Onduidelijk is evenwel in welke hoedanigheid de hypotheekhouder de betreffende huurovereenkomsten aangaat. Daarmee hangt samen de vraag in hoeverre een hypotheekgever aan die huurovereenkomsten gebonden is bij het eindigen van beheer en wie recht heeft op de huurpenningen.