Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II
Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/21:21 Maatstaf ‘bedoeling om te benadelen’
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/21
21 Maatstaf ‘bedoeling om te benadelen’
Documentgegevens:
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS503966:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het criterium ‘bedoeling om te benadelen’ is de klassieke maatstaf aan de hand waarvan een beroep op misbruik van bevoegdheid moet worden beoordeeld. Door de jaren heen is echter het besef gegroeid dat een bedoeling om te benadelen een voldoende, maar geen noodzakelijke eis voor misbruik van bevoegdheid is.1 Er is ook in de literatuur terecht gewezen op het feit dat een zekere ‘bedoeling’ om te benadelen altijd in juridische procedures zit ingebakken. Het is eenvoudiger om uit afwezigheid van belang de bedoeling om te benadelen af te leiden dan omgekeerd.2
De subjectieve bedoeling kan alleen maar worden afgeleid uit de handelingen van de betrokkene en uit de feitelijke omstandigheden. Op deze manier verschuift het toetsingskader voor misbruik van bevoegdheid van de subjectieve intentie van de dader naar de objectief waarneembare handelingen. Levert het de dader geen voordeel op, maar betekent de bevoegdheidsuitoefening wél (groot) nadeel voor de ander, dan is sprake van ongeoorloofde bevoegdheidsuitoefening op basis van misbruik. Het lijkt dan ook verstandig om de benadelingsbedoeling te reserveren voor de zeer ernstige gevallen van volstrekt duidelijk misbruik en voor alle overige gevallen de andere criteria te gebruiken.