Aanvullen van subjectieve rechten
Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/16.5:16.5 Einde status als nevenrecht
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/16.5
16.5 Einde status als nevenrecht
Documentgegevens:
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS300476:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld Snijders & Rank-Berenschot 2017, para. 48. Biemans 2011, p. 366 lost dit op door het rentebeding als nevenrecht aan te merken; dat lijkt me om de redenen genoemd in randnummer 738 onjuist. Ook onjuist lijkt me de opmerking in Asser/Sieburgh 2017, para. 257 dat een recht op rente als zelfstandig toekomstig goed kan worden overgedragen; het is niet het recht op rente dat wordt overgedragen, maar de toekomstige rentevordering.
Zie in dezelfde zin voor reeds verkregen aanspraken onder een kredietverzekering Rongen 2012, p. 1316.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
750. Zoals ik hierboven heb uiteengezet, wordt de kwalificatie als nevenrecht gebruikt om enkele rechtsgevolgen aan een recht te verbinden, zonder dat er specifieke vereisten bestaan om een recht als nevenrecht aan te merken. In plaats daarvan wordt aangesloten bij het vereiste voor afhankelijke rechten. Daarnaast worden andere rechten die onderdeel uitmaken van een vordering of samenhangen met de positie van rechthebbende van een vordering, wel als nevenrecht aangemerkt. De kwalificatie als nevenrecht zegt daardoor niet zo veel. Zou een recht ophouden als nevenrecht gekwalificeerd te worden, dan hoeft dat op zichzelf dan ook geen gevolgen te hebben. De gevolgen zijn namelijk verbonden aan de andere status van het recht die ervoor zorgt dat het met de vordering samenhangt.
751. Het op deze manier bekijken van nevenrechten voorkomt ook de worsteling die in de literatuur wel bestaat bij het bespreken van – bijvoorbeeld – vrijgevallen rentetermijnen. Deze worden vanwege de tekst van art. 6:142 BW aangemerkt als nevenrechten, maar dan wel ‘zelfstandige’ nevenrechten.1 De toegevoegde waarde daarvan ontgaat mij. Ik zou zeggen dat deze rentevorderingen géén nevenrechten zijn, of ze nu al zijn ontstaan of niet (zie randnummer 737). Zou men deze rechten wel als nevenrechten willen aanmerken – waar ik dus geen voorstander van ben – dan lijkt me dat ze deze status verliezen op het moment dat ze zelfstandig worden.2