Het besluit van de rechtspersoon
Einde inhoudsopgave
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/VIII.4.3:VIII.4.3 Aanvullende voorwaarden
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/VIII.4.3
VIII.4.3 Aanvullende voorwaarden
Documentgegevens:
mr. K.A.M. van Vught, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. K.A.M. van Vught
- JCDI
JCDI:ADS178840:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Of voor doorwerking vereist is dat de rechtspersoon partij is bij de aandeelhoudersovereenkomst, laat ik graag in het midden. Het gaat erom dat de aandeelhoudersovereenkomst doorwerkt.
Vgl. Assink/Slagter 2013 (Deel 1), § 17.5, p. 315.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Enkele aanvullende voorwaarden van ondergeschikt belang laten zich stellen aan de hand van het Nederlandse besluitenrecht (art. 2:14 en 2:15 BW). In de eerste plaats verdient nadruk dat een arbitrageclausule met betrekking tot besluiten in een aandeelhoudersovereenkomst slechts mogelijk is, indien deze overeenkomst doorwerkt in de rechtspersoon en van kracht is ten aanzien van alle aandeelhouders.1 Anders is de erga omnes-werking van een arbitraal vonnis niet te rechtvaardigen.
In de tweede plaats moet overeenkomstig art. 2:15 lid 4 BW een individuele bestuurder de mogelijkheid hebben een arbitrage over een besluit aanhangig te maken, in welk geval het scheidsgerecht een vertegenwoordiger van de rechtspersoon aanwijst. Ook moet een arbitragebeding omwille van de rechtszekerheid regelen wanneer de bevoegdheid om vernietiging van een besluit te vorderen, vervalt (art. 2:15 lid 5 BW). Hetzelfde geldt voor de mogelijkheid tot bekrachtiging respectievelijk bevestiging van een gebrekkig besluit (art. 2:14 lid 2 resp. 2:15 lid 6 BW). Overigens hoeft het arbitragebeding mijns inziens niet overeen te komen met de wettelijke regeling. Zo kunnen partijen ervoor kiezen om de vernietigingsbevoegdheid niet in tijd te beperken.2 Het gaat erom dat het arbitragebeding iets regelt.
In de derde plaats rijst de vraag of partijen in het arbitragebeding kunnen regelen op welke gronden het scheidsgerecht een besluit nietig kan achten of kan vernietigen. Met andere woorden: kunnen partijen afwijken van de wettelijke nietigheids- en vernietigingsgronden? Naar mijn mening kan dit niet aan de orde zijn, nu de regeling van art. 2:14 en 2:15 BW een openbaar belang toekomt.3 Een arbitragebeding dat onwettige of onbillijke besluiten feitelijk immuun maakt, is nietig.