Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II
Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/46:46 Goede werking van de interne markt
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/46
46 Goede werking van de interne markt
Documentgegevens:
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS506444:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJEG 10 februari 1994, zaak C-398/92, Jur. 1994, p. 00467, NJ 1994/385 m.nt. JCS (Mund/Hatrex), r.o. 11.
HvJEG 10 februari 1994, zaak C-398/92, Jur. 1994, p. 00467, NJ 1994/385 m.nt. JCS, (Mund/Hatrex), r.o. 12.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De goede werking van de interne markt is het alomvattende hogere doel waartoe de Verordening – en eerder het Verdrag – in het leven is geroepen. Obstakels in het grensoverschrijdende civiele rechtsverkeer dienen zoveel mogelijk te worden weggenomen daar deze de communautaire handelsrelaties in de interne markt negatief beïnvloeden. Ondanks dat het EEX-Verdrag strikt genomen een multilateraal volkenrechtelijk verdrag was, waren het toch deze communautaire beginselen die aan het verdrag ten grondslag lagen. Het EEX-Verdrag had immers een communautaire achtergrond: art. 220 EEG-Verdrag (oud) legde het kader vast voor de onderhandelingen tussen de lidstaten.1 Het HvJ heeft in zijn rechtspraak over het EEX-Verdrag ook de communautaire achtergrond van het Verdrag benadrukt:
‘Op de grondslag van deze bepaling (art. 220 EEG-Verdrag (oud), JV) en binnen het daarin omlijnde kader hebben de Lid-Staten het Executieverdrag gesloten. De bepalingen van dit verdrag inzake de rechterlijke bevoegdheid en de vereenvoudiging van de formaliteiten voor de erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen, alsmede de nationale bepalingen waarnaar het verdrag verwijst, staan derhalve in verband met het EEG-Verdrag.’2