Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/7.7.0
7.7.0 Introductie
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS399135:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Met dit besluit zijn de volgende besluiten ingetrokken: besluit van 4 mei 1994, nr. DGO 9404107, besluit van 18 september 1997, nr. DGO 97-00417 en besluit van 1 december 2000, nr. CPP2000/2666M.
Besluit van de staatssecretaris van Financiën van 18 december 2004, nr. CPP2004/2730M, blz. 3.
Besluit van de staatssecretaris van Financiën van 11 december 2009, nr. CPP2009/529M, Staatscourant van 21 december 2009, nr. 19749. Het besluit richt zich op samenwerkingsverbanden die vergelijkbaar zijn met lichamen in de zin van artikel 2 lid 1 onderdeel b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, met uitzondering van de rechtsvormen die vergelijkbaar zijn met de stichting, het fonds voor gemene rekening, de trust en overige doelvermogens. De kwalificatie van buitenlandse rechtsvormen die overeenkomen met verenigingen, die op onderlinge grondslag als verzekeraar of kredietinstelling optreden, met cooperaties, met verenigingen op cooperatieve grondslag of met onderlinge waarborgmaatschappijen, valt ook buiten het toetsingskader van het classificatiebesluit.
Vgl: Graaf, A.C.G.A.C. de, P. Kavelaars en A.J.A. Stevens (2008), supra noot 28, blz. 144-145.
Tot 18 december 2004 vond de kwalificatie van buitenlandse rechtsvormen plaats aan de hand van het toetsingskader van het SNC-besluit van 18 september 1997, BNB 1998/15. In dit besluit speelde het al dan niet bezitten van rechtspersoonlijkheid en het uitdelingsbesluit een belangrijke rol. Met de komst van het besluit van de staatssecretaris van Financiën van 18 december 2004, nr. CPP2004/2730M1 werd duidelijk dat het uitdelingsbesluit geen voldoende onderscheidend criterium was gebleken tussen transparante en niet-transparante lichamen.2 Ook aan de rechtspersoonlijkheid van een samenwerkingsverband kwam in het nieuwe besluit in wezen geen zelfstandige betekenis meer toe. De criteria van de rechtspersoonlijkheid en het uitdelingsbesluit maakten plaats voor een toetsing van het buitenlandse samenwerkingsverband aan vier criteria: (1) of het samenwerkingsverband eigendom kan hebben, (2) hoe de aansprakelijkheid van de participanten geregeld is, (3) of het samenwerkingsverband een in aandelen verdeeld kapitaal heeft en (4) of de participaties vrij overdraagbaar zijn. Deze criteria zijn met enkele aanpassingen opgenomen in het besluit van 11 december 2009, nr. CPP2009/529M (`classificatiebesluit') dat het besluit van 18 december 2004 inmiddels heeft vervangen.3 De vier criteria komen in sterke mate overeen met de onderliggende uitgangspunten die de wetgever heeft gehanteerd bij het vaststellen van de belastingplicht van Nederlandse vennootschappen en hun participanten.4 Aan de buitenlandse CV-achtigen wordt als speciale entiteit aandacht besteed. Ik licht eerst het toetsingskader toe door de vier criteria met bijbehorende vragen te bespreken. Daarna komt de methode voor de classificatie aan bod en pas ik deze toe op de OVBA.