Einde inhoudsopgave
Overeenkomst tot arbitrage (BPP nr. 13) 2011/10.2.2.3
10.2.2.3 Beperking tot bepaalde overeenkomst
Mr. G.J. Meijer, datum 20-07-2011
- Datum
20-07-2011
- Auteur
Mr. G.J. Meijer
- JCDI
JCDI:ADS502220:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
SANDERS (diss.), blz. 68-70 en NOLEN, blz. 25.
Zie Rb. Zwolle 18 oktober 1995, TvA 1996, blz. 109, m.nt. P. SANDERS (overigens kende de rechtbank ook gewicht toe aan het feit dat bij de licentieovereenkomsten deels andere partijen waren betrokken).
Vgl. in deze zin ook High Court of Justice (Queen' s Bench Division; Commercial Court) 12 January 2009 (Emmott/Wilson), [2009] EWHC 1 met referte aan de toepassing van de zogenaamde 'presumption in favour of one-stop arbitration' in House of Lords 17 oktober 2007 (Fiona Trust/Privalov), Yearb. Comm. Arb. 2007, blz. 654-682 (zie 10.2.2.1); vgl. ook BORN, International Commercial Arbitration, blz. 1116-1117.
SNIJDERS, preadvies, no. 2.19; vgl. ook Hof Amsterdam 22 oktober 1926, NJ 1927, blz. 1358 en Hof Amsterdam 26 maart 1936, NJ 1937, 124.
Zie D. JOSEPH, Jurisdiction and Arbitration Agreements and their Enforcement, Londen 2010, 4.59 in fine.
Veelal komen partijen overeen dat geschillen die uit een bepaalde overeenkomst zullen voortvloeien aan arbitrage moeten worden onderworpen. In de praktijk bestaat tussen partijen veelal een groter aantal overeenkomsten met betrekking tot één transactie en/of komen vervolgovereenkomsten tot stand. Voorts hebben partijen de overeenkomst tot arbitrage veelal niet eens bewust beperkt tot één overeenkomst. Nochtans is het niet denkbeeldig dat — als op een gegeven moment geschillen ontstaan — het scheidsgerecht niet bevoegd is tot kennisneming van alle geschillen omdat, mede gelet op het recht op toegang tot bij de wet ingestelde gerechten, in beginsel moet worden aangenomen dat de arbitrageovereenkomst zich niet uitstrekt tot geschillen die niet uit de genoemde overeenkomst voortvloeien.1
Hoe beperkingen in dit opzicht soms kunnen worden uitgelegd blijkt uit de beslissing van Rechtbank Zwolle in de zaak Beeres Beheer/Beeres Distilleerderij c.s. Het arbitraal beding in een notariële akte ziet volgens de rechtbank niet op geschillen uit licentieovereenkomsten (waarin geen arbitraal beding voorkomt) die drie maanden later aan de notariële akte worden gehecht, dit (mede) op de grond dat de notariële akte slechts gewag maakt van alle geschillen "waartoe de onderhavige overeenkomst aanleiding geeft" en de bepaling in de akte dat "afzonderlijke licentieovereenkomsten zijn gesloten die aan deze akte zijn vastgehecht".2 [cursief toegevoegd]
In het algemeen wordt daarom afgeraden dat partijen de overeenkomst tot arbitrage tot geschillen uit één bepaalde overeenkomst beperken. Zo kan het juist wenselijk zijn dat ook geschillen uit met de overeenkomst samenhangende overeenkomsten of geschillen uit vervolgovereenkomsten aan arbitrage worden onderworpen.
Overigens is het op grond van uitleg van de overeenkomst geenszins uitgesloten dat wordt aangenomen dat een arbitraal beding, ofschoon dit letterlijk slechts op één bepaalde overeenkomst ziet, zich ook uitstrekt tot samenhangende overeenkomsten of vervolgovereenkomsten.3 Zo is wel aangenomen dat het arbitraal beding dat is opgenomen in een obligatoire overeenkomst ook van toepassing is op geschillen met betrekking tot de daarop volgende zakelijke overeenkomst waarin geen arbitraal beding is opgenomen.4 Zulks kan ook worden aangenomen voor acties betreffende de vaststellingsovereenkomst:
’Maar ik wil zo ver gaan dat ook indien de tekst van het arbitraal beding slechts zou zien op geschillen 'naar aanleiding van de overeenkomst' een geschil over een dading [vaststellingsovereenkomst] ter voorkoming of beëindiging van een geschil over de hoofdovereenkomst daaronder zou kunnen vallen. Partijen die dergelijke dadingen werkelijk hadden willen uitsluiten van behandeling door arbiters zouden dit of iets soortgelijks toch met zoveel woorden hebben laten weten, bij voorbeeld door geschillen over nadere overeenkomsten dan de hoofdovereenkomst uitdrukkelijk buiten de actieradius van het arbitraal beding te plaatsen."5 [tekst toegevoegd]
Uiteraard vormt dit slechts een gezichtspunt bij de uitleg van de overeenkomst tot arbitrage en zullen daarbij alle omstandigheden van het geval moeten worden betrokken. Indien bijvoorbeeld partijen al vaker een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten en daarin voor een van de hoofdovereenkomst afwijkende methode van geschilbeslechting hebben gekozen, zal de conclusie anders luiden. Zo is het mogelijk dat partijen slechts met het oog op de expertise voor de hoofdovereenkomst voor arbitrage hebben gekozen.
Ofschoon bij een verlengde of inhoudelijk (niet fundamenteel) gewijzigde hoofdovereenkomst in het algemeen spoedig zal mogen worden aangenomen dat de overeenkomst tot arbitrage met betrekking tot de originele hoofdovereenkomst zich ook uitstrekt tot de verlengde of gewijzigde hoofdovereenkomst, zal ook dit op grond van uitleg van de overeenkomst tot arbitrage moeten worden bepaald.6