Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/10.3.3
10.3.3 Ratio
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS401806:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Dötsch/Patt/Pung/Möhlenbrock, Umwandlungssteuerrecht7, Einf. UmwwStG, Rz. 81.
I. Berger, Zakendoen in Duitsland, V.10.3.
De tegenhanger van Entstrickung is Verstrickung. Dit betekent dat bij het ontstaan van de Duitse belastingplicht als beginwaarde de waarde wordt gehanteerd die in het buitenland als overdrachtswaarde geldt, met als bovengrens de waarde in het economische verkeer.
24 februari 1994, BT-Drucksache 12/6884, blz. 14.
Montag in Tipke/Lang, Steuerrecht Tipke/Lang22, Steuerrecht, §14, Rz. 44. Rödder in Rödder/ Herlinghaus/Van Lishaut, UmwStG, 2. Aufl. Einführung, Rz. 1-4.
10 februari 1994, BR-Drucks. 132/94, blz. 34. “Dadurch werden betriebswirtschaftlich erwünschte und handelsrechtlich zukünftig mögliche Umstrukturieringen der Wirtschaft nicht durch steuerliche Folgen behindert, die ohne die besondere Regelung des Umwandlungssteuerrechts eintreten würden.”
Als hoofdregel geldt in het UmwStG bij fusie en splitsing dat er afgerekend moet worden over de fiscale meerwaarden van hetgeen is overgedragen. Deze fiscale afrekening kan worden uitgesteld door toepassing van een fusie, of splitsingsfaciliteit. Möhlenbrock geeft aan dat het UmwStG de uitzonderingen op fiscale eindafrekening (Entstrickungsbesteuerung) regelt.1 Onder Entstrickung wordt verstaan elke transactie waardoor het Duitse recht op belastingheffing vervalt of wordt beperkt.2 Dit heeft tot gevolg dat onmiddellijke realisatie van stille reserves ontstaat.3
Er is weinig discussie over de achtergrond (ratio) van de fusie- en splitsingsfaciliteiten. De bewoordingen in de Preambule van de Fusierichtlijn (zie hoofdstuk 10.1.1) geven mijns inziens de kern goed weer. In Duitsland bestaat er nationaal ook weinig discussie over de ratio van de fusie- en splitsingsfaciliteiten. Het voornaamste doel van het UmwG en UmwStG is het vereenvoudigen van herstructureringen en het wegnemen van fiscale hindernissen. De gedachte is dat het economisch wenselijk is dat civielrechtelijk mogelijke reorganisaties niet door fiscale gevolgen worden gehinderd.4
In Duitsland geldt als hoofdregel het Individualprinzip, inhoudende dat fiscale meerwaarden bij de overgang van vermogen op een ander belastingsubject fiscaal worden belast. Rödder en Montag geven aan dat reorganisaties in principe niet zozeer plaatsvinden om winst te maken, maar meer om het concern in staat te stellen in de toekomst meer winst te laten halen. Op grond van dit zogenoemde Markteinkommensprinzip en Übermaâverbot wordt het gerechtvaardigd geacht om het Individualprinzip bij reorganisaties te doorbreken (als later heffing verzekerd is).5
De ratio van het UmwG en UmwStG werd in 1995, bij de grondige hervorming nog eens aangehaald. Het doel van de invoering van het UmwG was om de huidige regeling uit de verschillende wetten bij elkaar te zetten en samen te vatten. Bovendien zouden nieuwe reorganisatiemogelijkheden het makkelijker voor ondernemingen moeten maken juridische structuren aan te passen aan veranderende bedrijfsomstandigheden. Het was volgens de wetgever noodzakelijk om bij de introductie van een UmwG ook de fiscale regelingen te hervormen, omdat het belastingrecht aanknoopt bij het civiele recht. Daardoor worden bedrijfseconomisch gewenste en civielrechtelijk mogelijke reorganisaties niet door fiscale gevolgen gehinderd, die zonder de bijzondere regels van het UmwStG van toepassing zouden zijn.6