Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/7.3.8.3.2
7.3.8.3.2 Kwantumkortingen
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258634:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Commentaar 8 van de Expertgroep Douane (afdeling douanewaarde) betreffende de behandeling van kortingen overeenkomstig artikel 70 DWU en artikel 130 UDWU, punten 7 en 8.
Advisory Opinion 15.1. Treatment of quantity discounts. (Adopted, 12th Session, 10 October 1986, 33.590).
Zie respectievelijk onderdelen 6.4.2 en 6.4.3. In de oude versie van Commentaar 8 van het Comité Douane (afdeling douanewaarde) stond opgenomen dat indien op het moment van invoer van de goederen nog niet vaststaat of aan de voorwaarden is voldaan waaronder de kwantumkorting wordt toegekend, de douanewaardebepalingen niet voorzien in de aanvaarding van de betaalde of te betalen prijs in dergelijke gevallen. Onder de nieuwe versie van Commentaar 8 staat opgenomen dat thans wel is voorzien in een douanewaardebepaling om deze type kortingen in aanmerking te nemen. Niet wordt verwezen op welk bepaling wordt gedoeld, maar dit lijkt artikel 73 DWU (‘forfaitaire waarde vaststelling’) te kunnen zijn die een ruimer toepassingsbereik voorstaat dan onder zijn equivalent onder het CDW, zie nader onderdeel 6.4.3.1.
Kwantumkortingen kunnen net als gewone prijskortingen in aanmerking worden genomen, mits aan de voorwaarden zoals genoemd in onderdeel 7.3.8.2 is voldaan. De korting wordt evenredig verdeeld over de totale partij aan door de koper afgenomen producten. Indien een deel van de afgenomen partij is bedoeld voor invoer in het douanegebied van de Europese Unie en een deel wordt verscheept naar een derde land, zal de kwantumkorting naar evenredigheid over het totaal moeten worden verdeeld.1
Een kwantumkorting kan al vaststaan op het moment van invoer. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn indien de hoeveelheid aangeschafte producten de drempel overschrijdt waarboven een korting wordt gegund aan de koper. In een dergelijk geval kan de korting bij invoer gelijk in aanmerking worden genomen. Het kan echter ook voorkomen dat weliswaar de voorwaarden waaronder een kwantumkorting wordt toegekend vaststaan, maar de werkelijk betaalde of te betalen prijs nog niet vast staat, omdat nog niet bekend is of aan de voorwaarden wordt voldaan. Hierbij kan gedacht worden aan de toepassing van een cumulatief progressief kortingssysteem waarbij de hoeveelheid aangeschafte goederen gekoppeld is aan het kortingspercentage. Een voorbeeld in dit kader is het geval waarbij sprake is van twee verkopen die plaatsvinden in een periode die is vastgesteld in de voorwaarden waaronder de kwantumkorting wordt toegekend. De eerste verkoop vertegenwoordigt 100 goederen en is daarmee goed voor een kortingspercentage van 3%. De tweede verkoop vertegenwoordigd 50 goederen waarop een kortingspercentage van 5% van toepassing is, omdat bij de tweede verkoop ook de hoeveelheid goederen wordt meegerekend die tijdens de eerste verkoop is afgenomen. Bij de invoer van de 50 goederen mag een kortingspercentage van 5% in aanmerking worden genomen. De 2% korting op de eerste verkoop kan bij deze invoer niet in aanmerking worden genomen.2 Eventueel kan de 2% korting wel met terugwerkende kracht in aanmerking worden genomen ten aanzien van de invoer die verband houdt met de eerste verkoop. Dit zou kunnen als voorzien is in een herzieningsclause en er passende voorzieningen zijn getroffen, omdat de douanewaarde op het moment van invoer niet (definitief) kan worden vastgesteld. Naar mijn mening kan dan worden gekozen om de brutoprijs in aanmerking te nemen voor de vaststelling van de douanewaarde en nadien om een wijziging van de invoeraangifte op grond van artikel 173, lid 3, DWU te verzoeken of, indien de prijsaanpassing leidt tot een gedeeltelijke teruggaaf van betaalde invoerrechten, een verzoek om teruggaaf of kwijtschelding ex artikelen 116 jo 117 DWU. Ook kan gebruik worden gemaakt van een vereenvoudigde aangifte in de zin van artikel 166 DWU of de vereenvoudiging zoals bedoeld in artikel 73 DWU.3 In dat laatste geval zou een herzieningsclausule in mijn optiek niet nodig zijn, maar moet worden aangetoond dat op het moment van invoer de werkelijk betaalde of te betalen prijs niet meetbaar is.