Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/18.4.1
18.4.1 Een uitkering bestaat uit drie rechtshandelingen
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS405784:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Hoff meent kennelijk anders dat “het nemen van een dividendbesluit en het in aansluiting daarop uitbetalen van het dividend aangemerkt dient te worden als een (samengestelde) meerzijdige rechtshandeling […].” (Hoff 2009, p. 23). Deze benadering verdient mijns inziens niet de voorkeur, nu zij aanleiding geeft tot lastige vragen over onder meer het (peil)moment waarop de wetenschap van betrokkenen bepalend is en de kwalificatie van de uitkering als verplichte of onverplichte rechtshandeling en als om niet of als om baat.
De pauliana moet worden ingeroepen tegen een door de schuldenaar verrichte rechtshandeling. Sinds de herziening van het BV-recht in 2012 bestaat een dividenduitkering uit (ten minste) een drietal rechtshandelingen: het uitkeringsbesluit van de AV, het goedkeuringsbesluit van het bestuur en de daadwerkelijke uitkering (die doorgaans de vorm zal hebben van betaalbaarstelling van het dividend, maar ook kan bestaan uit een beroep op verrekening door de vennootschap of de aandeelhouder).1 De vraag tegen welke rechtshandelingen de pauliana kan worden gericht is van belang, nu het mogelijk is dat op het moment van het AV-besluit nog geen wetenschap van benadeling bestaat, terwijl deze wetenschap – vanwege gewijzigde omstandigheden – wel aanwezig is tijdens het goedkeuringsbesluit en/of de daadwerkelijke uitkering.