Einde inhoudsopgave
RvdW 2011/634
Art. 81 RO. Faillissementsrecht. Ontvankelijkheid van en bevoegdheid verzoek tot intrekking van voorlopige surseance onder gelijktijdige faillietverklaring (art. 242 lid 1 Fw)?
HR 13-05-2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ1128 (Agrenco/Credit Suisse c.s.,Agrenco Netherlands/Credit Suisse Brazil)
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
13 mei 2011
- Magistraten
Mrs. A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven, W.A.M. van Schendel
- Zaaknummer
10/05600
- Conclusie
A-G Timmerman
- LJN
BQ1128
- Roepnaam
Agrenco/Credit Suisse c.s.
Agrenco Netherlands/Credit Suisse Brazil
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2011:BQ1128, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 13‑05‑2011
ECLI:NL:PHR:2011:BQ1128, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 11‑03‑2011
Essentie
Art. 81 RO. Faillissementsrecht. Ontvankelijkheid van en bevoegdheid verzoek tot intrekking van voorlopige surseance onder gelijktijdige faillietverklaring (art. 242 lid 1 Fw)?
Partij(en)
Agrenco Netherlands N.V., gevestigd te Amsterdam, verzoekster tot cassatie, adv.: mr. P.J.L.J. Duijsens,
tegen
- 1.
de rechtspersoon naar het recht van de Bahamas Credit Suisse Brazil (Bahamas) Limited,
- 2.
de rechtspersoon naar Zwitsers recht Credit Suisse Cayman Branch,
- 3.
de rechtspersoon naar Frans recht Natixis S.A., gevestigd te Parijs, Frankrijk,
- 4.
de rechtspersoon naar Duits recht HSH Nordbank A.G., New York Branch, gevestigd te New York, Verenigde Staten van Amerika,
- 5.
de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.