De beursvennootschap, corporate governance en strategie
Einde inhoudsopgave
De beursvennootschap, corporate governance en strategie (IVOR nr. 120) 2020/8.7:8.7 Toekomstperspectieven voor de beursvennootschap (hoofdstuk 7)
De beursvennootschap, corporate governance en strategie (IVOR nr. 120) 2020/8.7
8.7 Toekomstperspectieven voor de beursvennootschap (hoofdstuk 7)
Documentgegevens:
mr. S.B. Garcia Nelen, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. S.B. Garcia Nelen
- JCDI
JCDI:ADS232671:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Nederlandse vennootschapsmodel van 1929 is ontworpen met de gedachte dat de AV de belangrijkste machtspositie heeft. Het vennootschapsmodel is sindsdien in de kern niet gewijzigd, ondanks dat het Nederlandse governancemodel de AV niet langer ziet als de hoogste macht. Het huidige Nederlandse stakeholdermodel gaat uit van een systeem waarin het bestuur zich richt naar het bevorderen van het bestendige succes van de onderneming en langetermijnwaardecreatie, rekening houdend met de belangen van de relevante stakeholders. Aandeelhouders zijn niet bij voorbaat de belangrijkste stakeholders. Naarmate het stakeholdermodel wordt verstevigd, groeit de discrepantie met het wettelijke vennootschapsmodel. Thans wordt de discrepantie overbrugd door gebruikmaking van open normen, en dat zou ook in de toekomst kunnen gebeuren. Dat pakt mijns inziens echter niet het onderliggende probleem aan, en het zorgt voor onzekerheid in de uitleg van wettelijke bepalingen, met name waar het gaat om onderwerpen die raken aan de strategie.
Een debat over een herijking van wettelijke bevoegdheden is in de huidige tijd mijns inziens noodzakelijk. In Nederland is er sinds de tweede helft van de vorige eeuw een vrij constante overtuiging dat aandeelhoudersbelangen niet leidend dienen te zijn bij de besluitvorming van het bestuur. Omdat de AV veelal zeggenschap heeft over belangrijke strategische besluiten, heeft het bestuur in de praktijk echter noodzakelijkerwijs onevenredig veel aandacht voor het aandeelhoudersbelang. De aandeelhouder had oorspronkelijk een belangrijke rol, omdat hij werd gezien als kapitaalverschaffer. Die traditionele rol van de aandeelhouder gaat in algemene zin niet langer op voor de beursvennootschap. De beursgang biedt veelal slechts een exit aan bestaande aandeelhouders zonder dat kapitaal wordt ingebracht in de NV. Op de lange termijn verschaffen blijvende en nieuwe aandeelhouders geen kapitaal, maar verkrijgen zij kapitaal van de beursvennootschap, onder andere door dividenden en aandeleninkopen. Ook de rechtseconomische argumenten voor aandeelhoudersrechten, namelijk dat deze zorgen voor disciplinering van het bestuur en daarmee tot een groei van de totale welvaart, worden steeds minder breed gedragen. Steeds meer economen, juristen, bestuurders en aandeelhouders zijn ervan overtuigd dat die oude opvattingen hebben geleid tot een toenemende ongelijke verdeling van de welvaart en economische ongelijkheid. Deze constateringen maken het de moeite waard, en zelfs noodzakelijk, om een grondige herziening van ons huidige ondernemingsrecht te overwegen.
Bij een herziening van het ondernemingsrecht zou overwogen moeten worden of aan aandeelhouders niet (slechts) negatieve controle kan worden toegekend in de vorm van goedkeuringsrechten, in plaats van positieve controle in de vorm van besluitvormingsbevoegdheden. Een dergelijke wijziging zou de juridische positie van eigenvermogenverschaffers meer in lijn brengen met de (contractuele) positie van vreemdvermogenverschaffers. Dit heeft tot gevolg dat de rol van de AV verschuift van initiërend naar controlerend orgaan, welke rol in de praktijk ook beter bij de AV past. Daarnaast dient mijns inziens ook het huidige systeem van verantwoording door bestuurders te worden heroverwogen. Het is vreemd dat, terwijl bestuurders zich dienen te richten naar het belang van de vennootschap en haar onderneming, zij enkel verantwoording afleggen aan aandeelhouders. Dit systeem lijkt nog gebaseerd te zijn op de AV als hoogste macht en aandeelhouders als de belangrijkste stakeholders.
Een geheel andere oplossingsmogelijkheid zou zijn om een nieuwe rechtsvorm te creëren: de participatievennootschap. Deze rechtsvorm is in mijn visie gebaseerd op de kapitaalvennootschap, maar de AV wordt hierin vervangen door een vergadering van participanten (stakeholders). De participanten krijgen zeggenschap, die in stand blijft zodra zij bijdragen aan de onderneming. Voor aandeelhouders geldt bijvoorbeeld dat zij hun zeggenschap (maar niet hun economische rechten) verliezen wanneer hun initiële kapitaalstorting is terugbetaald door uitkeringen. De participanten zijn onderverdeeld in klassen, die elk hun eigen vertegenwoordiger kiezen. Deze vertegenwoordigers nemen plaats in de participantenvergadering.
De stakeholdervergadering krijgt inspraak bij belangrijke onderwerpen. Die invloed kan verschillen per besluit, aangezien sommige besluiten relevanter zijn voor de ene groep stakeholders dan voor de andere groep. Een soortgelijke structuur zou al kunnen worden gecreëerd door gebruik te maken van certificering van aandelen. In dat geval zouden aandelen kunnen worden toegekend aan een stichting, welke aandelen meer dan de helft van de stemrechten in de AV van de vennootschap vertegenwoordigen. De stichting heeft als doel het waarborgen van langetermijnwaardecreatie en de belangen van stakeholders. Het bestuur wordt dan gevormd door vertegenwoordigers van verschillende relevante stakeholdergroepen, op dezelfde wijze als dat zou zijn vormgegeven in een participatievennootschap. Dit zou ook kunnen worden vormgegeven door middel van een stichting prioriteit of variatie in stemrecht.