Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/10.4.6.1
10.4.6.1 Inleiding
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS577526:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
De grondgebieden van de lidstaten die onder de territoriale werkingssfeer van het EVO vallen en waarop de Rome I-Vo niet van toepassing is overeenkomstig art. 299 EG. Zie art. 24 lid 1 Rome I-Vo. Zie ook de considerans van de Rome I-Vo., nrs. 44, 45 en 46. Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Ierland hebben bij het Verdrag van Amsterdam een uitzonderingspositie bedongen ten aanzien van communautaire maatregelen op het gebied van het IPR.
Zie ook de considerans bij de Rome I-Vo, nr. 44.
Op grond van artikel 65 jo 67 EG is reeds geruime tijd gewerkt aan de herziening en omzetting van het EVO in een nieuwe verordening (Rome I-Vo). 17 juni 2008 is de uiteindelijke Rome I-Vo vastgesteld. Zoals reeds opgemerkt in § 10.4.5.1 zal de Rome I-Vo van toepassing zijn op overeenkomsten die na 17 december 2009 zijn gesloten. Voor de bepaling van het recht dat van toepassing is op een na 17 december 2009 gesloten kartelovereenkomst of overeenkomst met een partij die misbruik maakt van een economische machtspositie dient gekeken te worden naar de Rome I-Vo. Het EVO is dan alleen nog van belang voor Denemarken en het Verenigd Koninkrijk.1 Ierland heeft aangegeven dat het wel wenst deel te nemen aan de aanneming en toepassing van de Rome i-vo.2