Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/9.2.8
9.2.8 De herijking van ‘vanzelfsprekendheden’
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS500704:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
In het kader van het ontwerp Burgerlijke Rechtspleging werd beslag als volgt gekenschetst: ‘Arresten zijn uit haren aard altijd beschouwd geworden als hatelijke middelen, waarmee de rechtsvordering niet, immers zeer spaarzaam, behooren te worden aangevangen; men oordeelt alzoo, dat geene aanleiding behoort te worden gegeven om die hatelijkheid nog te kunnen vermeerderen (…)': Van de Honert 1839, p. 696.
Jongbloed 2007, p. 657.
HR 25 november 2005, rov. 3.9, LJN AT9060, NJ 2006, 148 m.nt. G.R. Rutgers (Rohde Nielsen/De Donge).
Zo werd september 2010 het Research Memorandum in het werkoverleg van het Team Kort Gedingzaken van rechtbank Amsterdam besproken met als vertrekpunt de vraag in hoeverre de aanwezigen meenden dat sprake was van redenen om over veranderingen na te denken.
Tuil 2011.
Lankhorst 2011.
Van de Kuilen & Vroegrijk 2011.
Ynzonides & de Boer 2011.
HR 8 juli 2011, LJN BQ1823, BER 2011-1, m.nt. A.J. van der Meer en «JBPr» 2012, 5 m.nt. L.P. Broekveldt (STAK Forward /Huber c.s.).
Stein & Westenberg 2012.
Lankhorst 2011, zie hieromtrent ook: par. 4.6.1.
Het dynamisch karakter van het recht in het algemeen en conservatoir beslag in het bijzonder, leidt tot veranderingen. Zo wordt het middel van conservatoir beslag, dat oorspronkelijk werd beschouwd als ‘hatelijk’,1 anderhalve eeuw later door sommigen wel gezien als een maatregel die kan worden ingezet ‘ter inleiding van een civiele procedure’.2 Veranderingen in de regeling en de toepassing daarvan blijken over de jaren heen overwegend ten nadele van de waarborgen voor de beslagene zijn geweest. Deze vaststelling was aanleiding om in het Research Memorandum een aantal concrete veranderingen in het beoordelen van beslagrekesten voor te stellen. Maar daarmee is het pleit nog niet gewonnen. In mijn visie is de oproep tot een kritische beschouwing van de wijze waarop met een ingrijpend middels als conservatoir beslag als geheel wordt omgegaan essentieel. Een veranderde benadering van leerstukken, gerelateerd aan conservatoir beslag, kan en moet vanuit het oogpunt van waarborgen leiden tot verschuivingen, al is het maar in nuance, die de verdere rechtsontwikkeling en daarmee de evenwichtigheid ten goede komen. Zo zou het leggen van beslag voor een vooralsnog geheel onbewezen vordering, en al helemaal het handhaven daarvan, steeds als een zeldzame uitzondering moeten worden beschouwd. Gezond verstand en de wetenschap dat beslag vaak een latent doel heeft, verzetten zich tegen het verheffen van een uiterste op het spectrum (overgenomen uit de Parlementaire geschiedenis in een arrest door de Hoge Raad)3 tot een inmiddels hier en daar als hoofdregel klinkend principe.
Dat het Research Memorandum inmiddels heeft geleid tot een (begin van) herijking mag worden afgeleid uit initiatieven en publicaties, zowel binnen de Rechtspraak als daarbuiten. Het LOVCK besloot juni 2010 tot het instellen van een werkgroep Beslagrecht, die zich zou buigen over het omzetten van aanbevelingen in best practices. In vervolg hierop is de gewijzigde Beslagsyllabus juni 2011 tot stand gekomen, naar aanleiding waarvan ook weer publicaties zijn verschenen. Binnen de rechtspraak is nagedacht, zonder daarbij het ‘waarom?’-aspect te miskennen, zowel wat betreft conservatoire maatregelen op zichzelf als eventuele wijzigingen. Dat – terecht – in omgekeerde zin niet steeds sprake is van het vanzelfsprekend overnemen van suggesties in het Research Memorandum wijst op een gezonde discussie, die het tot dan toe ‘kabbelende’ bestaan van het conservatoir beslag uit de ontstane vanzelfsprekendheidsroutine heeft gehaald.4
In een artikel met de titel ‘Herbezinnen op het beslagrecht?’ in Ars Aequi stelt wetenschapper Tuil de vraag of de ruimte die het beslagrecht biedt zou moeten worden ingeperkt. De auteur pleit ter bevordering van een betere afweging tussen de belangen van de beslagene en de beslaglegger voor een aanpassing van de werking van het opheffingskortgeding. Een fundamentele heroverweging is naar het oordeel van Tuil noodzakelijk.5 Wetgevingsjurist Lankhorst schreef in Bedrijfsjuridische Berichten over de hogere eisen die aan het verzoekschrift conservatoir beslag worden gesteld met de invoering van de Beslagsyllabus juni 2011. Deze verwijst naar de in het Research Memorandum vastgestelde ondergeschikte betekenis van de tweede en derde pijler als reden voor bijstelling van de praktijkregels.6 Advocaten Van de Kuilen en Vroegrijk bespraken het Research Memorandum en de wijzigingen in de Beslagsyllabus van juni 2011 in een artikel in het Tijdschrift voor de Procespraktijk met als titel ‘Beslag leggen in Nederland wordt moeilijker’. Zij vragen zich af of de substantiëringsplicht in de praktijk ook tot een verbetering van de positie van de beslagene zal leiden.7 Advocaten Ynzonides en De Boer8 refereren in het NJB van oktober 2011, in de Kroniek van het burgerlijk procesrecht, aan het Research Memorandum, met name aan het feit dat aandacht wordt gevraagd voor de slechte positie van de beslagene, in samenhang met het feit dat de Hoge Raad met zijn uitspraak van 8 juli 20119 een kans aan zich heeft laten voorbijgaan om de aansprakelijkheid van de beslaglegger aan te scherpen. In een artikel van advocaat Stein en voormalig rechter Westenberg in het vakblad BER met de titel ‘De Beslagsyllabus de maat genomen’10 wordt de vraag opgeworpen naar de grondslag voor (veranderingen in) deze rechtersregeling.
Ook buiten de juridische wereld is aandacht voor het onderwerp conservatoir beslag ontstaan. Een belangrijke ‘trigger’ is het meervoudig conservatoir beslag geweest dat zakenvrouw Nina Storms (voorheen Brink) ten laste van onderzoeksjournalist Eric Smit deed leggen, in verband met vermeende schade door diens te publiceren boek ‘Nina. De onweerstaanbare opkomst van een powerlady’. Een aantal voorbeelden van artikelen naar aanleiding hiervan in de media, waarbij de (sub)titels boekdelen spreken, zijn: ‘Leggen van beslag is te gemakkelijk’ in Het Parool van 17 juli 2010, ‘Ons beslagrecht beloont de brutaalste, (opinie, A. Croiset van Uchelen) in NRC handelsblad van 22 juli 2010, ‘Misbruik van recht’ in NRC handelsblad van 30 juli 2010, ‘Nina tegen Eric. Te bizar voor woorden dat rechters zonder horen wederpartij zomaar beslag kunnen laten leggen’ in weekblad Elsevier 24 juli 2010, en ‘Aan de ketting gelegd. In Nederland worden beslagleggingen te vaak als machtsmiddel ingezet. Rechters buigen zich over voorstellen om dit te veranderen’ in weekblad Elsevier van 7 augustus 2010.
Ook vanuit de Tweede Kamer is belangstelling getoond voor een aanpassing van de praktijk van het conservatoir beslag.11