Einde inhoudsopgave
Voor risico van de ondernemer (O&R nr. 142) 2023/7.2
7.2 Bestaat ‘de’ maatmens-ondernemer?
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS713155:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Tjittes 2022, p. 28-29.
Tjittes 2022, p. 28-29. Tjittes benoemt ook het verschil dat ondernemers de vrijheid hebben om als ondernemer aan het handelsverkeer deel te nemen en contracten te sluiten. Bij particuliere partijen ontbreekt in veel gevallen deze keuzevrijheid. Voor het verkrijgen van levensbehoeftes zoals eten, een woning en energie, moeten zij een juridische relatie aangaan. Een dergelijk argument gaat minder snel op in het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht.
Over het verschil tussen ‘repeat players’ en ‘one shotters’: Galanter, Law and Society Review 1974, p. 95-160.
Tjittes 2022, p. 28-29.
Concl. A-G Wissink, ECLI:NL:PHR:2017:1057, sub 3.8, bij: HR 1 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3055, JOR 2018/71, m.nt. F.M.A. ’t Hart (81 RO). Zie ook de uitspraak van het hof in deze zaak: hof Den Haag 22 juni 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1692, r.o. 4.6: Gerann c.s. handelen bedrijfsmatig en de enkele omstandigheid dat rentederivaten complexe producten kunnen zijn, betekent nog niet dat zij op dit punt gelijkgesteld kunnen worden met particulieren. Van ondernemers kan worden verwacht dat zij op (meer) professionele wijze beslissingen nemen en zich zo nodig door derden laten adviseren bij het nemen van bedrijfsbeslissingen (curs. TdW-vdL). Vgl. Hof Amsterdam 3 december 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:4308, r.o. 3.9: “Dat eiseres geen particuliere belegger is maar een grote professionele ondernemer is een omstandigheid waarmee bij de omvang van de zorgplicht rekening moet worden gehouden. Van ondernemers kan worden verwacht dat zij op (meer) professionele wijze (bedrijfs)beslissingen nemen en zich zo nodig daarbij door derden laten adviseren.”
HR 1 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3055, JOR 2018/71, m.nt. F.M.A. ’t Hart (81 RO).
Van Dam 2008, p. 10 e.v.; Van Dam, JETL 2011, p. 244 e.v.; Van Dam, NTBR 2022/45, p. 395.
Enneking e.a. 2015, p. 90.
Tjittes 2022, p. 26.
Parafraserend: Wolters 2013, p. 145: “De ene professionele partij is de andere niet. Het is niet redelijk en billijk om een particulier op allerlei manieren te beschermen en een startende, in deeltijd werkende zelfstandige zonder personeel op geen enkele wijze.”
Van Dam 2000, nr. 913; Vgl. Bleeker die hetzelfde schrijft m.b.t. de maatmens-leidinggevende: Bleeker 2021, p. 418, met verwijzing naar Hornman 2016, p. 88 e.v. en Hornman 2019, p. 269. Vgl. ook Mak, NJB 2022/1663, p. 1978, die schrijft dat de “‘one-size-fits-all’-benadering van B2C-verhoudingen in het privaatrecht […] niet meer goed aan[sluit] bij de verwachtingen van deze tijd.”
Bijv. De Jong 2016, p. 159 en Van Dam 2013, nr. 810-4, die grote, internationaal operende bedrijven gelijkstellen aan gespecialiseerde ondernemingen. Zie ook: Concl. A-G Spier, ECLI:NL:PHR:2013:BZ1721, onder 5.6.1-5.6.2, bij: HR 7 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1721, NJ 2014/99, m.nt. T. Hartlief (Lansink/Ritsma), die grote of gespecialiseerde ondernemingen tegenover het midden- en kleinbedrijf zet.
Er zijn goede aanknopingspunten om aan te nemen dat verschil bestaat tussen de ‘maatmens-ondernemer’ en de ‘maatmens-particulier’.1 Tjittes benoemt een aantal verschillen tussen ondernemers en particulieren.2 Ten eerste worden ondernemers, anders dan particulieren, vaker geconfronteerd met rechtsregels. Zij zijn aldus meer vertrouwd met het juridisch domein. Ten tweede hebben ondernemers de mogelijkheid om het risico af te wentelen op anderen via doorberekening in de prijs van hun product of dienst. Deze doorberekeningsmogelijkheid hebben particulieren niet. Ten derde is de kans dat een ondernemer betrokken raakt in een juridische procedure groter, dan bij een particulier.3 Hierdoor heeft de ondernemer meer behoefte aan rechtszekerheid.4 Daarenboven wordt de ondernemer in het maatschappelijk verkeer doorgaans als sterke partij beschouwd. Steun voor deze opvatting vind ik in een conclusie van A-G Wissink voor het arrest Gerann/Rabobank. A-G Wissink stelt dat van een ondernemer meer zelfredzaamheid mag worden verwacht dan van een particulier.5 In zijn annotatie bij het arrest van de Hoge Raad, parafraseert ’t Hart het als volgt:
“Aan een zakelijke klant kan weliswaar niet per definitie relevante deskundigheid op het gebied van beleggen worden toegekend, maar wel mag van een zakelijke klant worden verwacht dat deze over bepaalde vaardigheden beschikt, waaronder de vaardigheid om een advies in te winnen of de vaardigheid om te begrijpen dat aan een bepaald product specifieke risico’s verbonden zijn.”6
De zaak betrof weliswaar de hoedanigheid van ondernemer-gelaedeerde in een financiële context, maar de gedachte is ook relevant voor de ondernemer-laedens buiten deze context. Een ondernemer worden namelijk bepaalde kwaliteiten toegedicht, zoals zelfredzaamheid, de vaardigheid om advies in te winnen en de vaardigheid om te begrijpen dat aan een bepaald product specifieke risico’s verbonden zijn.
De vraag rijst of ‘de’ maatmens-ondernemer bestaat. In de literatuur wordt (impliciet) aangenomen dat de ‘maatmens-ondernemer’ als normatief ijkpunt kan gelden bij de inkleuring van de onrechtmatigheid en toerekenbaarheid (art. 6:162 lid 2 en 3 BW). Zo spreekt Van Dam in het kader van de mensenrechtenverplichtingen van ondernemingen over “de maatschappelijk zorgvuldige onderneming”7 en wordt de zorgvuldigheidsnorm volgens Enneking e.a. ingevuld naar voorbeeld van een “redelijk handelende onderneming.”8 Een dergelijke maatman is echter niet scherp genoeg.
‘De’ maatmens-ondernemer bestaat niet.9 De ene ondernemer is de andere niet.10 Daarvoor is het bedrijfsleven te divers.11 Opmerkelijk is dat op basis van de rechtspraak en literatuur al snel de indruk ontstaat dat het bedrijfsleven uit slechts twee typen bedrijven bestaat: grote, internationaal opererende, kapitaalkrachtige, gespecialiseerde bedrijven enerzijds en kleine, nationaal georiënteerde, onvermogende, niet-gespecialiseerde bedrijven anderzijds.12 Deze tweedeling doet geen recht aan de heterogeniteit van het bedrijfsleven. In de volgende paragraaf behandel ik verscheidene gezichtspunten aan de hand waarvan de rechter de maatmens-ondernemer nader kan bepalen.