Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/6.4.3.2
6.4.3.2 Regimes van algemene aard
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS356214:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De ecologische hoofdstructuur is een netwerk van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. De Natura 2000-gebieden zijn onderdeel van de ecologische hoofdstructuur. Het netwerk en zijn functies zijn planologisch beschermd (ontwerp Wnb, concept-MvT, p. 23-24). Zie uitgebreider Backes/Freriks & Robbe, Hoofdlijnen natuurbeschermingsrecht 2009, hfds. 8.
Ontwerp Wnb, concept-MvT p. 23.
Backes/Poortinga & Woldendorp, Natuurbescherming in de Natuuurwet: kop eraf? 2010, p. 36-37, 39-41.
Ontwerp Wnb, concept-MvT p. 23.
Zie par. 3.2.4.2.
Zie par. 2.2.3.
De regering merkt in de concept-memorie van toelichting op dat regimes van algemene aard die eveneens van belang zijn voor de bescherming van de natuur, zoals de ruimtelijke ordening, buiten het ontwerp Wet natuurbescherming vallen. Als voorbeeld wordt de bescherming van de ecologische hoofdstructuur1 genoemd, die via het bestemmingsplan wordt verwezenlijkt. Die valt dus buiten het ontwerp.2
Backes c.s. menen dat het te overwegen zou zijn om de bescherming van de EHS onder te brengen in de Wet natuurbescherming en beter af te stemmen met of te integreren in de regeling met betrekking tot Natura 2000-gebieden. Zij stellen een duaal beschermingsregime voor. In de eerste plaats bescherming van nationale of regionale waarden en functies in Natura 2000-gebieden die niet samenhangen met de functie van een gebied voor het Europese Natura 2000-netwerk. In de tweede plaats bescherming van gebieden of elementen buiten Natura 2000-gebieden die vanwege nationale of regionale waarden of vanwege hun functie als buffer- of verbindingszone voor het Natura 2000-netwerk moeten worden beschermd. Op deze wijze zou volgens de auteurs de complexiteit van het gebiedsbeschermingsrecht sterk afnemen en zouden nationale koppen duidelijk zichtbaar zijn en slechts daar worden toegepast waar dat nodig en zinvol is.3
Als ik het juist zie, geeft de regering voor het niet opnemen van de EHS-regels geen andere motivering dan dat het ontwerp de onderwerpen bestrijkt die nu worden geregeld in de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet.4 Wetssystematisch acht ik deze motivering onjuist.
Als het ontwerp wordt bepaald door het samenhangcriterium natuur dan dient dat criterium volgens mij ook het wetssysteem van het ontwerp te bepalen.5 Door daarvoor niet te kiezen aanvaardt de regering wetssystematische tekorten door regels die eveneens van belang zijn voor de bescherming van de natuur buiten het ontwerp te houden.
Dat kan wetssystematisch verdedigbaar zijn op basis van het wetssystematische argument dat het opnemen van dergelijke regels zou leiden tot een wetssystematisch tekort in het regime van algemene aard, zoals de Wet ruimtelijke ordening, welk wetssystematisch tekort minder wenselijk wordt geacht dan het bewust aanvaarde wetssystematisch tekort in het ontwerp Wet natuurbescherming. Eerder hebben we immers vastgesteld dat de wetgever veel keuzes heeft waar het gaat om samenhangcriteria en dat meer dan één keuze wetenschappelijk verdedigbaar is.6 De regering volgt echter niet de geschetste lijn om de verdedigbaarheid van de geconstateerde wetssystematische tekorten te verdedigen.
Wetssystematisch onverdedigbaar is het echter om - zoals de regering wil -regels inzake bescherming van de natuur uit te sluiten van bundeling louter en alleen omdat ze thans niet zijn opgenomen in de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet.