Biases in de boardroom en de raadkamer
Einde inhoudsopgave
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/2.6:2.6 Slot
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/2.6
2.6 Slot
Documentgegevens:
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen
- JCDI
JCDI:ADS111364:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De vraag die ik in dit hoofdstuk heb onderzocht, is ‘wat zijn de belangrijkste cognitieve bedreigingen van goed bestuurlijk functioneren op individueel en collectief niveau?’. Uit mijn onderzoek blijkt dat de taak van de rvb en de rvc niet eenvoudig is. Bestuurders en commissarissen zien zich geconfronteerd met (wettelijke) verplichtingen, hun optreden wordt regelmatig door de maatschappij onder de loep genomen en hun taak wordt mede onder invloed van de globalisering meer complex. Naast deze meer externe factoren, liggen voorts cognitieve factoren op de loer die een bedreiging vormen voor een goede bestuurlijke taakuitoefening. Dit zijn group polarization en groupthink. Deze bedreigingen zijn niet te begrijpen door enkel te kijken naar het individuele cognitieve niveau, omdat sprake is van emergentie. Het geheel is meer dan de optelsom van de delen. Er is sprake van interactie tussen de individuen en tussen de organen. Voor een goed begrip moet een niveau hoger worden gekeken: het supra-individuele niveau. Hierbij kan gebruikgemaakt worden van de DST. Door het aanwijzen van de attractor, de peturbatie, de synchronisatie en de fractals en power laws wordt beter zicht verkregen op de cognitieve bedreigingen en de dynamiek binnen de rvb en de rvc. Ik heb getracht de rvb en de rvc enkele beperkingstechnieken te geven ter beperking van cognitieve bedreigingen op zowel het individuele niveau als het supra-individuele niveau. Ik heb daarbij aandacht besteed aan de cruciale rol van de voorzitters, de invloed van diversiteit, de rol van openheid en vertrouwen, de ‘advocaat-van-de-duivel’, de nominal group technique, het belang van evaluaties en de wenselijkheid van nadere regelgeving. Het zijn uiteindelijk de bestuurders en commissarissen zelf die de beperkingstechnieken moeten toepassen om zo meer autonomie te krijgen over het gedrag van de individuen en het team.