Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/9.1.3
9.1.3 Verordening (EU) nr. 1173/2011
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS456485:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 1, eerste lid, Verordening (EU) nr. 1173/2011.
Artikel 1, tweede lid, Verordening (EU) nr. 1173/201
Zie par. 7.1.1.
Artikel 4, eerste lid, Verordening (EU) nr. 1173/2011.
Artikel 4, tweede lid, Verordening (EU) nr. 1173/2011.
Punt 7 van de considerans van Verordening (EU) nr. 1173/2011. Volgens sommigen staat deze regeling overigens op gespannen voet met het primaire Unierecht, op grond waarvan niet de Commissie, maar de Raad besluiten neemt in het kader van het multilaterale toezicht op de lidstaten (zie met name artikel 121, derde en vierde lid, VWEU). Zie hierover: Loscher 2014, p. 189-195.
Artikel 4, zesde lid, Verordening (EU) nr. 1173/2011.
Artikel 5, eerste lid, Verordening (EU) nr. 1173/2011.
Artikel 5, tweede lid, Verordening (EU) nr. 1173/2011.
Artikel 10 Verordening (EU) nr. 1173/2011. Zie ook punt 24 van de considerans van Verordening (EU) nr. 1173/2011 en artikel 24, tweede lid, ESM-verdrag.
Artikel 6, eerste lid, Verordening (EU) nr. 1173/2011.
Artikel 6, tweede lid, Verordening (EU) nr. 1173/2011.
Artikel 6, vijfde lid, Verordening (EU) nr. 1173/2011.
Artikel 8, eerste lid, Verordening (EU) nr. 1173/2011.
Artikel 8, tweede lid, Verordening (EU) nr. 1173/2011.
Artikel 8, vierde lid, en artikel 11 Verordening (EU) nr. 1173/2011.
Artikel 8, vijfde lid, Verordening (EU) nr. 1173/2011; zie zaak C-521/15.
Artikel 10 Verordening (EU) nr. 1173/2011.
Artikel 12, eerste lid, Verordening (EU) nr. 1173/2011.
Zie het toenmalige artikel 104C, elfde lid, EG-verdrag.
Verordening (EU) nr. 1173/2011 van het six-pack gaat over de handhaving van het begrotingstoezicht. De regeling heeft als doel om de uitvoering van zowel het preventieve als het corrigerende deel van het Stabiliteits- en Groeipact te versterken.1 De verordening stelt daarom sancties in binnen het preventieve deel en intensiveert de al bestaande sancties uit het corrigerende deel. Gezien de gerichtheid op sancties, is de verordening alleen van toepassing op de eurolanden.2 De verordening geeft vier mogelijkheden, namelijk het verplichten van lidstaten tot het overmaken van rentedragende deposito’s, van niet-rentedragende deposito’s, van boetes in het kader van de buitensporigtekortprocedure en van boetes wegens het verstrekken van onjuiste gegevens. Deze vier aspecten zullen hieronder worden toegelicht.
Ten eerste richt de verordening zich op de situatie dat de Raad constateert dat een lidstaat geen maatregelen heeft genomen na aanbevelingen in het kader van het multilateraal toezicht. Dit betreft het preventieve deel van het Stabiliteits- en Groeipact. De Raad geeft aanbevelingen als de begrotingssituatie aanzienlijk afwijkt van de middellangetermijndoelstelling of het aanpassingstraject daarnaartoe.3 Als een lidstaat na zulke aanwijzingen geen actie heeft ondernomen, krijgt de Europese Commissie op grond van deze verordening de bevoegdheid om de Raad aan te bevelen dat hij een lidstaat verplicht om bij de Commissie een rentedragend deposito te storten van 0,2 procent van het bbp van het voorgaande jaar.4 Het besluit van de Raad tot deze verplichting wordt geacht te zijn vastgesteld tenzij de Raad binnen tien dagen na de aanneming van de aanbeveling door de Europese Commissie met gekwalificeerde meerderheid besluit de aanbeveling van de Commissie te verwerpen.5 Dit wordt de omgekeerde gekwalificeerde meerderheid genoemd en is bedoeld om de rol van de (politieke) Raad bij het nemen van besluiten over sancties te beperken.6 Indien de begrotingssituatie van een lidstaat is verbeterd, worden het deposito, inclusief de opgebouwde rente, teruggegeven.7
Ten tweede gaat de verordening in op de situatie dat de Raad heeft geconstateerd dat er in een lidstaat een buitensporig tekort bestaat. Dit betreft het correctieve deel van het Stabiliteits- en Groeipact. Voor het geval dat een lidstaat de aanbevelingen die volgen op een dergelijke vaststelling niet opvolgt, biedt de verordening dezelfde mogelijkheden als bij het niet nemen van maatregelen na aanbevelingen in het kader van het multilateraal toezicht. Ook na de vaststelling van een buitensporig tekort doet de Europese Commissie een aanbeveling aan de Raad om de lidstaat te verplichten om bij de Commissie een deposito te storten van 0,2 procent van het bbp van het voorgaande jaar.8 Hierbij geldt tevens de omgekeerde gekwalificeerde meerderheid.9 Een verschil met de hierboven beschreven situatie is dat het bij het correctieve deel gaat om een niet-rentedragend deposito. De Commissie bouwt hierover wel rente op, maar deze wordt toegewezen aan het ESM en daardoor, anders dan het deposito zelf,10 niet teruggegeven aan de lidstaat op het moment dat het buitensporig tekort is gecorrigeerd.11
Indien een lidstaat de aanbevelingen die volgen op het besluit dat er sprake is van een buitensporig tekort niet naleeft, biedt de verordening ten derde de mogelijkheid voor de Europese Commissie om de Raad aan te bevelen om een boete op te leggen van 0,2 procent van het bbp van die lidstaat in het voorgaande jaar.12 Wederom geldt hierbij de omgekeerde gekwalificeerde meerderheid.13 Indien de betreffende lidstaat een niet-rentedragend deposito heeft gestort, en het buitensporig tekort wordt niet (voldoende) gecorrigeerd, dan wordt het deposito omgezet in een boete.14
Tot slot kan de Raad op grond van deze verordening ook boetes opleggen aan lidstaten die met opzet of door ernstige nalatigheid gegevens over de overheidsschuld en het tekort verkeerd voorstellen.15 De boete bedraagt dan maximaal 0,2 procent van het bbp van die lidstaat en dient doeltreffend, afschrikkend en evenredig te zijn met de aard, ernst en duur van de verkeerde voorstelling.16 De Europese Commissie kan nadere regels vaststellen over onder meer criteria voor de vaststelling van de hoogte van dergelijke boetes.17 Een lidstaat kan bij de oplegging van een boete wegens het onjuist verstrekken van data naar het Hof van Justitie stappen.18 In de verordening is vastgelegd dat het Hof in dit soort zaken volledige rechtsmacht heeft en dat het boetes kan intrekken, verminderen of verhogen. Geïnde boetes, zowel wegens het niet naleven van aanbevelingen in het kader van de buitensporigtekortprocedure als wegens het verstrekken van onjuiste gegevens, worden, net als rentes bij niet-rentedragende deposito’s, aan het ESM toegewezen.19
Bij de vier bovengenoemde besluiten (tot rentedragende deposito’s, tot niet-rentedragende deposito’s, tot boetes wegens het niet naleven van aanbevelingen in het kader van de buitensporigtekortprocedure en tot boetes wegens het verstrekken van onjuiste gegevens) hebben alleen de leden van de Raad die eurolanden vertegenwoordigen, stemrecht.20 De Raad besluit zonder rekening te houden met de stem van de betrokken lidstaat.
Met deze verordening winnen het multilateraal toezicht en de buitensporigtekortprocedure (in ieder geval in theorie) aan slagkracht. Het multilateraal toezicht kende tot deze verordening geen sanctiemogelijkheden. Door deze verordening wordt een lidstaat verplicht tot het overmaken van een rentedragend deposito als aanbevelingen niet worden opgevolgd. De buitensporigtekortprocedure kende weliswaar al sinds het Verdrag van Maastricht de mogelijkheid van het opleggen van niet-rentedragende deposito’s en boetes, maar deze verordening vervroegt het moment waarop hiertoe besloten kan worden.21 Het storten van een niet-rentedragend deposito kan door deze verordening al worden opgelegd na de vaststelling van een buitensporig tekort. Een boete is op grond van deze verordening mogelijk als een lidstaat geen effectief gevolg geeft aan aanbevelingen die volgen op de vaststelling van een buitensporig tekort. Sinds het Verdrag van Maastricht kwamen beide opties, niet-rentedragende deposito’s en boetes, pas om de hoek kijken nadat de Raad had vastgesteld dat er sprake was van een buitensporig tekort, er vervolgens aanbevelingen waren verstrekt, de lidstaat was aangemaand om maatregelen te treffen en die lidstaat zich niet voegde naar deze besluiten. Sancties worden derhalve naar voren gehaald, in de hoop dat het multilateraal toezicht en de buitensporigtekortprocedure zo aan gezag winnen. Tevens wordt een sanctie ingesteld wegens het verstrekken van onjuiste gegevens over de overheidsschuld en het tekort, nu gebleken is dat lidstaten in het verleden hun cijfers niet altijd juist doorgaven en de gevolgen hiervan zeer verstrekkend kunnen zijn.