Einde inhoudsopgave
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/3.1
3.1 Precontractuele fase
mr. L.A.R. Siemerink, datum 13-03-2007
- Datum
13-03-2007
- Auteur
mr. L.A.R. Siemerink
- JCDI
JCDI:ADS385623:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Het begrip contract komt niet voor in ons BW. Naar het juridisch spraakgebruik wordt ook als van het afgesprokene geen schriftelijk stuk is opgemaakt - de (obligatoire) overeenkomst (art. 6:213 lid 1 sw) dikwijls contract genoemd; evenzo wordt het overeenkomsten-recht vaak als contractenrecht betiteld. Zie Hijma e.a. 2004, p. 8-9. Een 'sr-overeenkomst kan naar het juridisch spraakgebruik ook een ISP-contract worden genoemd.
Met name de Richtlijn 1997/7/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 20 mei 1997 betreffende de bescherming van de consument bij op afstand gesloten overeenkomsten, PbEG 1997 L 144/19 (Richtlijn op afstand gesloten overeenkomsten) en de Richtlijn inzake elektronische handel.
Wet overeenkomsten op afstand, Stb. 2000, 617. Deze Wet is op 1 februari 2001 in werking getreden. Aanpassingswet inzake elektronische handel, Stb. 2004, 210, welke op 30 juni 2004 in werking is getreden.
Sandee 1995, p. 257.
In het vorige hoofdstuk zijn de vier verschillende functies van een ISP onderscheiden: access, hosting, extra value en content. Een klant die gebruik wil maken van deze functies sluit een overeenkomst met een ISP, waarvoor in dit onderzoek het begrip ISP-overeenkomst wordt gehanteerd.1
In dit hoofdstuk staat de totstandkoming van ISP-overeenkomsten centraal. Getoetst wordt of de bestaande regelgeving problemen oplevert voor het elektronisch sluiten van een dergelijke overeenkomst via een website. ISPovereenkomsten worden veelal op afstand en elektronisch gesloten. Vooral de Europese regelgeving,2 en de implementatie daarvan,3 is hierbij van belang.
'De vraag of een overeenkomst tot stand is gekomen is een preliminaire vraag, die dient te worden beantwoord alvorens kan worden onderzocht of op de overeenkomst bepaalde algemene voorwaarden toepasselijk zijn. Volgens de algemene leer der overeenkomsten kan worden geconcludeerd dat indien geen overeenkomst is tot stand gekomen ook de algemene voorwaarden niet toepasselijk zijn.4
Bij de behandeling van deze onderwerpen beperk ik mij tot het Nederlandse recht en de relevante Europese regelgeving.
De opbouw van het hoofdstuk is als volgt. In paragraaf 3.2 wordt eerst een beeld geschetst van de wijze van totstandkoming van ISP-overeenkomsten in de praktijk. In paragraaf 3.3 wordt ingegaan op aanbod en aanvaarding die een overeenkomst tot stand doen komen. Vervolgens wordt in de paragrafen 3.4, 3.5 en 3.6 meer in het bijzonder ingegaan op de wijze van totstandkomen van ISP-overeenkomsten via het internet. In paragraaf 3.7 wordt ingegaan op de toepasselijkheid van algemene voorwaarden in ISP-overeenkomsten die tot stand zijn gekomen via het internet. In paragraaf 3.8 wordt het hoofdstuk afgesloten met een conclusie.