De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland
Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.8.1:6.8.1 Algemeen
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.8.1
6.8.1 Algemeen
Documentgegevens:
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS393696:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hoofdstuk 5, paragraaf 5.7.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 5 is uitgebreid ingegaan op de eisen die het Europese recht stelt aan de handhaving van de Europese subsidieregelgeving.1 Deze eisen zijn niet alleen te vinden in de Europese subsidieregelgeving zelf, maar ook in de jurisprudentie van het Hof van Justitie. Hieruit volgt dat de handhaving door de lidstaten minimaal dient te voldoen aan de beginselen van gelijkwaardigheid, doeltreffendheid, afschrikkendheid en evenredigheid.
In deze paragraaf wordt besproken hoe in Nederland met deze handhavingseisen wordt omgegaan en welke problemen zich daarbij voordoen. Daartoe wordt net als in hoofdstuk 5 een onderscheid gemaakt tussen controle (paragraaf 6.8.3) en het opleggen van sancties en maatregelen (paragraaf 6.8.46.8.6). In dit hoofdstuk wordt verder ingegaan op de problemen die zich voordoen bij de terugvordering van onrechtmatige staatssteun (paragraaf 6.8.7) en het toepassen van de Europese verjaringsregels (paragraaf 6.8.8). In paragraaf 6.8.9 wordt vervolgens besproken in hoeverre het op grond van het Nederlandse (subsidie)recht mogelijk is om rente te vorderen over de onverschuldigd betaalde Europese subsidies. Paragraaf 6.8.10 ziet op het heroverwegen van besluiten die in strijd zijn met de Europese subsidieregelgeving op verzoek van Nederlandse eindontvangers.
Allereerst wordt echter in paragraaf 6.8.2 ingegaan op de handhavingskathedraal die ook op nationaal niveau is ontstaan.