De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland
Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.8.9:6.8.9 Het vorderen van rente over onverschuldigd betaalde Europese subsidies
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.8.9
6.8.9 Het vorderen van rente over onverschuldigd betaalde Europese subsidies
Documentgegevens:
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS400782:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hoofdstuk 5, paragraaf 5.7.5.7.
Zie bijvoorbeeld artikel 7, tweede lid, van de Kaderwet SZW-subsidies.
Zie CBb 13 april 2006, LJN AW5789, r.o. 5.3.
HvJEU 29 maart 2012, C-564/10 (Pfeifer & Langen), n.n.g., AB 2012, 203, m.nt. C.A. Geleijnse en W. den Ouden, r.o. 52. Zie hieromtrent hoofdstuk 5, paragraaf 5.7.5.7.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het kader van de terugvordering van de Europese landbouwsubsidies geldt doorgaans dat in de Europese landbouwsubsidieverordeningen is bepaald dat over de terug te betalen onverschuldigde Europese subsidies een rentevergoeding is verschuldigd.1 Nederlandse bestuursorganen die zijn belast met de verstrekking van Europese landbouwsubsidies vorderen deze rente rechtstreeks op grond van de desbetreffende Europese subsidieverordening. In de overige Europese subsidieregelingen is omtrent het vorderen van een rentevergoeding over onverschuldigd betaalde Europese subsidies niets geregeld. Dit betekent dat moet worden teruggevallen op het Nederlandse (subsidie)recht. In paragraaf 6.8.4.5 is besproken dat de subsidietitel van de Awb niet voorziet in het vorderen van rente over de periode dat de subsidieontvanger ten onrechte de beschikking heeft gehad over de subsidie.
In de subsidiekaderwetten is echter wel bepaald dat voor zover subsidies zijn verstrekt in strijd met ingevolge een verdrag voor Nederland geldende verplichting, bij de intrekking of wijziging daarvan kan worden bepaald, dat over onverschuldigd betaalde subsidiebedragen een rentevergoeding is verschuldigd.2 Deze bepaling is geschreven voor gevallen waarin de subsidie is aan te merken als ongeoorloofde staatssteun. Nu het CBb heeft uitgemaakt dat de in de subsidiekaderwetten neergelegde bevoegdheid voor een minister om een beschikking tot subsidieverstrekking in te trekken of te wijzigen, voor zover subsidieverstrekking in strijd zou zijn respectievelijk in strijd is met ingevolge een verdrag voor de staat geldende verplichtingen — desniettegenstaande het blijkens de toelichting slechts om gevallen gaat waarin de subsidie is aan te merken als ongeoorloofde staatssteun — ook kan worden toegepast in het kader van de intrekking en terugvordering van Europese subsidies,3 lijkt het waarschijnlijk dat de bepalingen inzake de rentevergoeding ook toepasbaar zijn indien het de intrekking/wijziging en terugvordering van een Europese subsidie betreft. Gelet op het arrest Pfeifer Langen is dat van belang om vast te stellen, nu daaruit volgt dat de lidstaten verplicht zijn om, wanneer het nationale recht voorziet in de mogelijkheid om een rentevergoeding te vorderen over onverschuldigd betaalde subsidiebedragen, op overeenkomstige wijze een rentevergoeding te vorderen over onverschuldigd betaalde Europese subsidies.4 Hierover bestaat nog geen Nederlandse jurisprudentie.