Wilsdelegatie in het erfrecht
Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.5.3.4:II.5.3.4 Tussenconclusie
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.5.3.4
II.5.3.4 Tussenconclusie
Documentgegevens:
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS624622:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bovendien dient te worden gerealiseerd dat een legataris op grond van de wet bevoegd is om een legaat te aanvaarden of te verwerpen (art. 4:201 BW). Op deze manier kan een legataris eveneens de goederen verkrijgen die hij wenst.
Zie over de last in het oude erfrecht ook Kolkman 2006, p. 176 e.v.
Zie ook Breemhaar 1992, nr. 163 voor het verschil tussen legaat en testamentaire last.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De aard van het legaat is gelegen in het toekennen van een vorderingsrecht aan een of meer personen. Daarmee is het legaat, evenals bijvoorbeeld de koop- of schenkingsovereenkomst, een bron van verbintenissen. De regels van Boek 6 BW zijn dan ook op het legaat van toepassing, althans voorzover Boek 4 BW niet anders bepaalt. Dit doet Boek 4 BW mijns inziens enkel ten aanzien van een indeplaatsstelling of aanwijzing van een nog geheel onbepaald persoon. Een dergelijke indeplaatsstelling is in het verbintenissenrecht wel toegestaan (vgl. de koop voor zich of nader te noemen meester). Zij is mijns inziens in het erfrecht echter in strijd met de aard van het legaat. Hiertoe behoort namelijk niet alleen een bepaalbaar object (de omvang van het legaat), maar ook een bepaalbaar subject (de legataris). Beide zijn immers onderwerp van het legaat. Wat evenwel niet in strijd is met de aard van het legaat is het legaat met keuzemogelijkheid ten aanzien van de legataris, waarbij erflater een afgebakende groep van personen noemt waaruit de keuze kan worden gemaakt. Dit sluit mijns inziens ook aan bij het soepele bepaaldheidsvereiste dat geldt voor verbintenisrechtelijke verhoudingen. Bepaalbaarheid voldoet.
Het bepaaldheidsvereiste dat geldt met betrekking tot het object het legaat (de omvang van het legaat) is hetzelfde als het bepaaldheidsvereiste dat geldt voor bijvoorbeeld de schenking. Ofwel: bepaalbaarheid voldoet en er is ruimte voor sub-jectieve elementen, zoals het oordeel van een derde (art. 6:227 BW).1
Kortom: wilsdelegatie ten aanzien van de inhoud van het legaat is, binnen de kaders van het bepaaldheidsvereiste ofwel binnen kaders die bepaalbaar zijn, toegestaan.
Onder het oude erfrecht was de grens tussen legaten en testamentaire lasten niet eenvoudig te trekken. De heersende leer kende bijvoorbeeld een vorderingsrecht toe aan degene die op grond van een last iets verkreeg.2 Met de komst van het huidige Boek 4 BW is dit veranderd. Indien erflater thans in zijn uiterste wil aan iemand een vorderingsrecht toekent, is die persoon legataris (art. 4:117 BW). De testamentaire last schept namelijk slechts een verplichting in het leven, die niet bestaat in de uitvoering van een legaat (art. 4:130 BW).3 Welk bepaaldheidsvereiste past er bij deze aard van de testamentaire last?