De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/1.1.2:1.1.2 De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/1.1.2
1.1.2 De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod
Documentgegevens:
J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS365097:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De ingeburgerde term minderheidsaandeelhouder werkt enigszins verwarrend. Een biedplicht ontstaat (in Nederland) bij het kunnen uitoefenen van 30% of meer van de stemrechten; een minderheidsaandeelhouder kan strikt genomen dus zelf biedplichtig worden. Vgl. Van Solinge/NieuweWeme 1999, p. 473 (met verwijzingen).
Vgl. eerder Nieuwe Weme 2004, p. 143.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Om de daadwerkelijke invloed van een aandeelhouder in de vennootschap te bepalen en aldus adequate bescherming van minderheidsaandeelhouders1 te garanderen moet rekening worden gehouden met situaties waarin partijen gezamenlijk 30% van de stemrechten kunnen uitoefenen door samen te werken, al dan niet met omzeiling van de biedplicht als doel.2 In de Nederlandse regeling is gekozen voor de term “personen met wie in onderling overleg wordt gehandeld” (definitie art. 1:1 Wft). In dit onderzoek wordt in navolging van de internationale praktijk hoofdzakelijk van acting inconcert gesproken (§ 1.4).
De acting in concert-regeling is primair gericht op samenwerking door van elkaar onafhankelijke partijen. Hierbij kan worden gedacht aan aandeelhouders die hun stemgedrag in de algemene vergadering op elkaar afstemmen door middel van een stemovereenkomst. Naar Nederlands recht ontstaat een biedplicht wegens acting in concert als partijen samenwerken op basis van een overeenkomst die ertoe strekt overwegende zeggenschap te verwerven of een aangekondigd openbaar bod te dwarsbomen (art. 1:1 Wft, definitie “personen met wie in onderling overleg wordt gehandeld”). Daarnaast kennen de meeste acting in concert-regelingen een aantal specifieke vermoedens voor afhankelijkheidsverhoudingen. Naar Nederlands recht worden groepsmaatschappijen en natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen en de door hen gecontroleerde ondernemingen “in elk geval” geacht in onderling overleg te handelen (hoofdstuk 11).