Het budgetrecht van het Nederlandse parlement
Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/6.2.3.3:6.2.3.3 Interparlementaire samenwerking
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/6.2.3.3
6.2.3.3 Interparlementaire samenwerking
Documentgegevens:
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie paragraaf 4.3.2.1.
Artikel 4.2 Reglement van orde van de interparlementaire conferentie betreffende stabiliteit, economische coördinatie en bestuur in de Europese Unie (http://www.ipex.eu/IPEXL-WEB/dossier/files/download/082dbcc552572ef9015259413ba101a0.do.)
Zie ook Kreilinger 2016, p. 47.
Kreilinger 2016, p. 47-51.
Tijdens de artikel 13-conferentie in februari 2015 was echter geen afgevaardigde van de Eerste Kamer aanwezig, zie Kamerstukken II 2014/15, 34 054, nr. 2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Controle van de besluitvorming in Europees verband vindt ook plaats in het kader van de interparlementaire samenwerking tussen de nationale parlementen en het Europees Parlement en de nationale parlementen onderling. Twee keer per jaar worden er in het kader van het Europees economisch bestuur interparlementaire bijeenkomsten gehouden. De eerste bijeenkomst vindt plaats in de eerste maanden van het jaar, tijdens de Parlementaire Week over het Europees Semester. Tijdens deze bijeenkomst wordt ook de zogenoemde artikel 13-conferentie in het kader van het Fiscal Compact gehouden. De tweede artikel 13-conferentie vindt omstreeks november plaats. Deze artikel 13-conferentie is erop gericht om in onderling verband te spreken over het toezicht op de nationale begrotingen. En heeft tot doel het uitwisselen van informatie en best practises en om de samenwerking tussen de nationale parlementen en het Europees Parlement te versterken.1 Zowel vanuit de Commissie als de Europese Raad kunnen er, op verzoek van de conferentie, afgevaardigden van de instellingen deelnemen aan deze conferenties.2
Deelname aan en actieve betrokkenheid bij de interparlementaire conferenties lijkt in het kader van de parlementaire betrokkenheid bij de besluitvorming in Europees verband van belang en kunnen leiden tot een betere controle van de regering en de EU-instellingen.3 Vooralsnog lijkt de artikel 13-conferentie deze belofte echter nog niet waar te kunnen maken en is de conferentie nog te weinig gericht op beleidsvraagstukken en gezamenlijke uitdagingen.4 Zowel vanuit de Eerste als de Tweede Kamer nemen jaarlijks afgevaardigden deel aan deze conferenties.5